ECLI:NL:HR:2006:AU7135
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stelplicht bij overmachtverweer in drugstransportzaak
De zaak betreft een verdachte die in hoger beroep werd veroordeeld voor drugstransport en medeplegen van valsheid in geschrift, terwijl hij zich op psychische overmacht beriep. Hij stelde gedwongen te zijn tot het transport vanwege bedreigingen in Suriname, maar kon dit in Nederland niet concreet aantonen.
Het hof verwierp het overmachtverweer omdat verdachte geen concrete feiten en omstandigheden had aangedragen ter ondersteuning van zijn stellingen. Verdachte maakte tijdens verhoren gebruik van zijn zwijgrecht en gaf geen nadere toelichting over de betrokken personen of omstandigheden.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechter verplicht is de feitelijke grondslag van een overmachtverweer te onderzoeken, maar dat de last van aannemelijkheid niet uitsluitend bij verdachte ligt. Het hof heeft echter terecht geoordeeld dat de verdediging onvoldoende concreet was, waardoor het verweer niet aannemelijk werd geacht.
Het cassatieberoep faalt en de veroordeling blijft in stand. De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt het oordeel van het hof dat het overmachtverweer niet slaagt wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.