Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het middel
Ik kom nu pas met mijn verklaring omdat ik bang was dat ik een strafblad zou krijgen.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens het opzettelijk verbergen van een mobiele telefoon in een plantenbak met het oogmerk de inbeslagneming te beletten, belemmeren of verijdelen, in strijd met art. 189 Sr Pro. De telefoon kon dienen om de waarheid aan het licht te brengen. De bewezenverklaring berustte op verklaringen van verbalisanten, forensisch onderzoek en verhoren van de verdachte en betrokkenen.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de verdachte een beroep toekwam op de bijzondere strafuitsluitingsgrond van art. 189 lid 3 Sr Pro, omdat zij handelde om vervolging voor zichzelf te ontgaan. De verdachte verklaarde dat zij de telefoon verstopte uit angst voor een strafblad vanwege de aanwezigheid van drugs in de woning en de inhoud van WhatsApp-berichten op de telefoon van haar vriend. Dit verweer werd door het hof verworpen met als motivering dat de verdachte niet geloofwaardig was omdat zij dit verweer pas in hoger beroep had aangevoerd en dat zij handelde op verzoek van haar vriend.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad betoogde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het verweer van de verdachte werd verworpen, met name omdat het hof niet had onderzocht of de verdachte mede handelde om vervolging voor zichzelf te voorkomen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het verweer ontoereikend had gemotiveerd en vernietigde het arrest. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het beroep op art. 189 lid 3 Sr Pro.
De conclusie van de advocaat-generaal benadrukt dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met het scenario dat de verdachte uit eigen belang handelde en dat het feit dat het verweer pas in hoger beroep werd aangevoerd, op zichzelf geen reden is om het te verwerpen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van een zorgvuldige motivering bij het verwerpen van strafuitsluitingsgronden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op art. 189 lid 3 Sr.