Conclusie
Nummer20/03814 U
Inleiding
the Istanbul Anadolu 1st Magistrates’ Court”. Dit aanhoudingsbevel bevindt zich bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden en vermeldt als misdrijven waarvan [opgeëiste persoon] wordt beschuldigd “Attempted first-degree murder, first-degree murder, first-degree murder” begaan op 10/11/2017. Het aanhoudingsbevel bevat geen uiteenzetting van feiten zodat de rechtbank niet heeft voldaan aan de in art. 28, derde lid, Uitleveringswet neergelegde voorwaarde dat de uitspraak een voldoende duidelijke vermelding dient te bevatten van de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. [3] Het uitleveringsverzoek, afkomstig van het Istanbul Anadolu Chief Public Prosecutor’s Office, gedateerd 19 december 2019, dat zich eveneens bevindt bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken, bevat onder het opschrift “FACTS ABOUT HOW THE CRIME WAS COMMITTED” een uiteenzetting van feiten die zijn begaan op 10 november 2017 en kunnen worden samengevat als twee gevallen van moord en één geval van poging tot moord. [4] Hieruit volgt dat de uitlevering toelaatbaar is verklaard ter strafvervolging ter zake van de verdenking dat de opgeëiste persoon betrokken is geweest bij de feiten zoals die onder dat opschrift zijn vermeld in het uitleveringsverzoek en die volgens de rechtbank naar Nederlands recht opleveren: medeplegen van moord, meermalen gepleegd en medeplegen van poging tot moord. De Hoge Raad kan het verzuim herstellen door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten die zijn omschreven in het genoemde uitleveringsverzoek. [5]
Het middel
Uitlevering ontoelaatbaar
7. De verdediging zal naar voren brengen waaruit blijkt dat cliënt aan een (flagrante) mensenrechtenschending in Turkije bloot zal worden gesteld. Er luiden tegen deze achtergrond ook al geruime tijd steeds meer geluiden dat Nederland niet meer zou moeten uitleveren aan het onbetrouwbare Turkije.
[…]
14. Hierbij is van belang dat de strafzaak of het proces an sich helemaal niet hoeft te gaan over een politiek gevoelig onderwerp. Slechts het vermoeden dat je tegenstander bent van de huidige regering en/of van de president is al een reden om opgepakt te worden en/of om geen eerlijk proces te krijgen in een staat waar überhaupt al een recht op een eerlijk proces ver te zoeken is.
35. Cliënt heeft al bij zijn voorgeleiding onder andere verklaard: ‘
Ik ben lid van HDP (pro-Koerdische partij). De staat ziet mij als iemand die de HDP financiert, net als de Turkse inlichtingendienst. Dus dat we terrorisme financieren.’
36. Als bijlage treft u een inschrijfformulier van cliënt bij de HDP aan van 10 april 2015 […]en een verklaring dat cliënt daadwerkelijk lid is […].
37. Uw rechtbank zal op de hoogte zijn van de strijd tussen Erdogan en de Koerden en dan met name de PKK. Echter blijkt dat Erdogan inmiddels ook de HDP partij, waar cliënt dus lid van is, als terreurorganisatie beschouwd.
[…]
39. Edelachtbaar Collega, de HDP betreft een van de twee grootste oppositiepartijen, moet u zich eens voorstellen dat premier Rutte de PVDA een terroristische organisatie noemt. Dit is uiteraard onvoorstelbaar, maar wel de praktijk in Turkije. Nu cliënt heeft aangegeven lid te zijn van deze oppositiepartij HDP, een partij die zelfs in het parlement van Turkije zit, meent Erdogan dat cliënt lid is van een terroristische organisatie.
40. Onlangs zijn door het Turkse Hooggerechtshof zelfs HDP parlementsleden veroordeeld tot een negen jaar durende gevangenisstraf voor 'lidmaatschap aan een terroristische organisatie'.
[…]
42. Het moge duidelijk zijn dat enkel het lid zijn van de oppositiepartij HDP tot ernstige problemen voor cliënt kan leiden in Turkije.
45. De verdediging heeft rapporten overgelegd maar noemt ook nieuwsartikelen. Uw Rechtbank hecht meerwaarde aan rapporten. Daarom nog drie rapporten als het gaat om het recht op een eerlijk proces en ook leden van HDP en het recht op een eerlijk proces:
[…]
Prosecutors used a broad definition of terrorism and threats to national security and in some cases, according to defense lawyers and opposition groups, used what appeared to be legally questionable evidence to file criminal charges against and prosecute a broad range of individuals, including journalists, opposition politicians (primarily of the HDP), activists, and others critical of the government. At year's end seven former HDP parliamentarians and 48 HDP comayors had been arrested. According to the HDP, since July 2016 at least 4,920 HDP lawmakers, executives, and party members were in prison for a variety of charges related to terrorism and political speech, including former HDP cochair and former presidential candidate Selahattin Demirtas, who remained imprisoned since 2016.’
[…]
67. Immers, de verdediging heeft in het voorgaande onderbouwd en gemotiveerd betoogd dat de rechters niet onafhankelijk zijn, pro Erdogan zijn en cliënt volgens de redenering van Erdogan lid is van de terroristische oppositiepartij HDP.”
Het standpunt van de raadsman
Het standpunt van de officier van justitie
iedereverdachte ongeacht de aard van de verdenking het risico loopt op een flagrante inbreuk op het recht op een
FACTS ABOUT HOW THE CRIME WAS COMMITTED:
iedereverdachte ongeacht de aard van de verdenking het risico loopt op een flagrante inbreuk op het recht op een eerlijk proces […] de rechtbank […] onvoldoende [is] gebleken.” Het tweede onderdeel waarover in cassatie wordt geklaagd, betreft de overweging van de rechtbank dat de opgeëiste persoon “geen prominent of bekend lid van de HDP zou zijn en dat het daardoor niet aannemelijk is dat hij vanwege het enkele lidmaatschap van deze partij het risico zou lopen op politieke vervolging. De door de verdediging aangehaalde voorbeelden zouden zien op politieke vervolgingen van prominente leden van de HDP, zoals parlementsleden, burgemeesters etc. en zouden daardoor, zo begrijpt de verdediging, niet zien op de situatie van verzoeker”, aldus de steller van het middel.
iedereverdachte ongeacht de aard van de verdenking het risico loopt op een flagrante inbreuk op het recht op een eerlijk proces”, acht ik ook niet onbegrijpelijk. Ter zitting is ter onderbouwing van het verweer een verband gelegd met zaken tegen personen die strafrechtelijk worden vervolgd vanwege hun (vermeende) lidmaatschap van de oppositie partij HDP, terwijl de rechtbank heeft vastgesteld dat de uitlevering is verzocht voor een commuun delict, te weten (medeplegen van) moorden en poging tot moord, en dat niet is gebleken dat de commune vervolging van de opgeëiste persoon is ingegeven door politieke motieven.
politiekevervolging.” De rechtbank zou ten onrechte voorbij zijn gegaan aan wat de verdediging heeft aangevoerd, te weten “dat er, omdat verzoeker lid is van de HDP, een dreigende flagrante schending van zijn recht op een eerlijk proces is bij de behandeling van de commune zaak waar het uitleveringsverzoek van Turkije op ziet.”
politiekevervolging.” De rechtbank is ook ingegaan op de dreiging van een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces.
vanwege hun lidmaatschap, ook als het gaat om minder prominente leden, zoals blijkt uit het rapport van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken waaruit in randnummer 46 van de pleitnota wordt geciteerd. Het rapport bericht over “a variety of charges related to terrorism and political speech”. Ter zitting is niet aangevoerd of onderbouwd dat Turkije de opgeëiste persoon wegens zijn lidmaatschap van de HDP zal vervolgen. In zoverre wijs ik er ten overvloede op dat vervolging van de opgeëiste persoon na zijn uitlevering wegens lidmaatschap van de HDP niet zou zijn toegelaten gelet op het in artikel 14, eerste lid, van het toepasselijke Europees Verdrag betreffende uitlevering, neergelegde specialiteitsbeginsel.