ECLI:NL:PHR:2021:550
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ondertoezichtstelling kind en omgangsregeling ondanks verzet moeder
In deze zaak gaat het om een conflict tussen ouders over de omgang en zorg voor hun minderjarige dochter. De vader heeft jarenlang geprobeerd contact met zijn dochter te krijgen, maar de moeder heeft dit contact steeds tegengewerkt. De rechtbank wees een verzoek tot ondertoezichtstelling af, maar het gerechtshof stelde de dochter onder toezicht en legde een omgangsregeling vast waarbij de vader onder begeleiding omgang heeft met zijn dochter.
De moeder stelde cassatieberoep in tegen de ondertoezichtstelling, stellende dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom deze zware maatregel direct werd toegepast zonder eerst een proefomgangsregeling te proberen. Ook zou het hof de rol van de bijzondere curator onvoldoende hebben betrokken. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de moeder de omgang met de vader heeft tegengewerkt en dat de situatie ernstig is voor de ontwikkeling van het kind.
De Hoge Raad benadrukt dat de ondertoezichtstelling een ingrijpende maatregel is, maar in dit geval noodzakelijk ter bescherming van het belang van het kind. Het hof heeft voldoende gemotiveerd waarom minder ingrijpende maatregelen niet effectief zijn gebleken en waarom de ondertoezichtstelling proportioneel en subsidiar is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen; de ondertoezichtstelling en omgangsregeling blijven van kracht.