Conclusie
Inleiding
Tenlastelegging
Bewezenverklaring en bewijsvoering
Ten aanzien van het bewezen verklaarde:
- Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen.
- Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, moet het wapen behandeld worden alsof het geladen is, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is.
- Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeerd (geladen, half geladen of ontladen), moet hij de veiligheidsmaatregelen nemen.
- Bij het ter hand nemen van het wapen dient de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen te nemen.
- Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, moet het wapen behandeld worden alsof het geladen is, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is.
- Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeerd (geladen, half geladen of ontladen), moet hij de veiligheidsmaatregelen nemen.
Het is niet mogelijk dat dit wapen, in de huidige toestand, spontaan een schot kan laten afgaan zonder dat daarbij de trekking actief wordt bediend.
Het is juist dat ik achteraf beredeneer dat er een magazijn in het wapen moet hebben gezeten, of een kogel in de kamer, maar dat ik dat toen niet wist.
Overweging met betrekking tot het bewijs
skill-based behaviour, oftewel: aangeleerd routinematig gedrag (verrichten van veiligheidsmaatregelen), dat is gegijzeld door een andere routine (tellen en plaatsen van patronen in de patroonhouder), in de gedragswetenschap een
double capture slipgenoemd. De geautomatiseerde handelingen zijn onbewust in elkaar over gegaan. Verdachte is echter voldoende scherp geweest en van enige vorm van opzet of nalatigheid is geen sprake, zodat verdachte geen verwijt kan worden gemaakt in strafrechtelijke zin. De verdediging heeft haar standpunt onderbouwd door een rapportage van mr. dr. L.J. Vink te overleggen en door een vergelijking te maken met de uitspraak van de Hoge Raad van 7 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2012:BU2878, de zogenaamde klimongeval-zaak).
Verdachte heeft toen het wapen open op de grond neergezet en de munitie samen met [betrokkene 1] geteld. Hierna heeft verdachte de munitie terug in de patroonhouder gedaan. Verdachte heeft het wapen in gebruik genomen. Zij wilde toen verder gaan met de veiligheidsmaatregelen. Zij heeft de gevulde patroonhouder in het wapen geplaatst. Zij heeft vervolgens de spangreep naar achteren gehaald en naar voren laten gaan, heeft de aandrukplunjer ingedrukt en het hulzengatdeksel gesloten. Daaropvolgend heeft zij afgedrukt en is er met dit wapen een schot gelost. Ten tijde van het schot bevonden [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) zich in dezelfde ruimte als verdachte. Verdachte heeft op de grond gericht.
Het hof overweegt in het bijzonder dat nu sprake was van de tweede dienst van verdachte van haar verwacht mocht worden dat zij zeer alert was. Bij zo’n nieuwe situatie, ook al is men daarvoor opgeleid, is extra voorzichtigheid en zorgvuldigheid geboden. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij tijdens haar handelingen kennelijk het magazijn in het wapen heeft geplaatst, maar dat zij dat op dat moment niet wist. Het hof is van oordeel dat daarmee kan worden gesproken van een onbewuste handeling en daarmee is op zichzelf genomen reeds sprake van overtreding van het dienstvoorschrift. Zoals hiervoor overwogen mag van een militair namelijk worden verwacht dat hij of zij bij het uitvoeren van de veiligheidsregels altijd bewust handelt.
Door het magazijn in het wapen te plaatsen -waarna het wapen half geladen was- terwijl de veiligheidsmaatregelen nog niet volledig waren nageleefd, heeft verdachte een fout gemaakt.
Nu het hof van oordeel is dat juist bij het naleven van de veiligheidsmaatregelen géén sprake mag zijn van routinematig gedrag, kan het verweer van de raadsman niet slagen. Voor zover verdachte gestoord was in het uitoefenen van de veiligheidsmaatregelen door haar collega had zij daarmee rekening moeten houden en de procedure opnieuw moeten beginnen of bewust moeten hervatten op het punt waar zij reeds eerder was gestopt.
Het eerste en het tweede middel
nietgebruikt, waar men had behooren te gebruiken. Gebrek aan het noodige nadenken, aan de noodige kennis of aan het noodige beleid, ziedaar het wezen van alle schuld.” [2] Culpa kan in twee vormen worden onderscheiden: bewuste respectievelijk onbewuste schuld. [3] Bewuste schuld doet zich voor wanneer iemand het gevaar wel heeft onderkend, maar te lichtzinnig of lichtvaardig heeft gehandeld in de veronderstelling dat het gevaar zich (toch) niet zou verwezenlijken. Onbewuste schuld kenmerkt zich hierin dat iemand bij het gevaar zelfs niet heeft stilgestaan, dit gevaar helemaal niet heeft gezien, maar dat wel had behoren te doen; in die zin had hij zich daarvan bewust moeten zijn. Dit verschil in perceptie neemt niet weg dat in beide gevallen voor het aannemen van schuld moet komen vast te staan dat sprake is van een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Degene die het verwijt treft, had anders moeten of behoren te handelen, hetgeen impliceert dat hij ook anders had kunnen handelen. Anders gezegd: het gevolg dat zijn handelen teweeg heeft gebracht was vermijdbaar. Daarop rust de verwijtbaarheid van het culpoze handelen. Daarbij komt dat in het licht van de zogenoemde Garantenstelling van personen – zoals in casu een militair – in een bepaalde hoedanigheid of functie een bijzondere zorgplicht mag worden verwacht. [4]