1.1.In cassatie kan worden uitgegaan van de volgende feiten:
(i) In 2011 heeft eiser tot cassatie (hierna: Profound) aan verweerders in cassatie (hierna in enkelvoud: [verweerder 6] ), die een tuinbouwbedrijf exploiteren, hortensiastekken geleverd van diverse soorten. Van het in rekening gebrachte bedrag van in totaal € 53.695,36 heeft [verweerder 6] een bedrag van € 18.183,63 onbetaald gelaten.
(ii) In 2012 heeft Profound nogmaals hortensiastekken aan [verweerder 6] geleverd. Het daarvoor in rekening gebrachte bedrag van € 53.532,12 heeft [verweerder 6] niet voldaan.
(iii) In een orderbevestiging van september 2010 van Profound, gericht aan [verweerder 6] (en betreffende de levering van hortensiastekken vanaf week 8 van 2011), is onder meer opgenomen:
“Er kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor bewortelingsresultaat en of % stekken dat beworteld. Overééngekomen is dat alle leveringen en aanbiedingen geschieden onder toepassing van algemene voorwaarden zoals gedeponeerd door Plantum Nl bij K.v.K. Gouda-R’dam. Een kopie van deze voorwaarden overhandigd en meerdere kopieën op aanvraag. Zie WWW.PIantum.NI.”
(iv) In een orderbevestiging van oktober 2011 van Profound, gericht aan [verweerder 6] (en betreffende de levering van hortensiastekken vanaf week 8 van 2012) is deze passage eveneens opgenomen. Beide orderbevestigingen zijn niet ondertekend.
(v) Op leverbonnen in de periode van 17 januari 2012 tot en met 25 maart 2012 wordt steeds vermeld: “Levering onder toepassing van algemene voorwaarden van Plantum Nl.”
(vi) Bij brief van 18 juli 2012 heeft [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), consultant
substrat & plant-nutrition, aan [verweerder 6] het volgende gerapporteerd:
“Bij de eerste levering hortensia stek, medio februari 2012 was bij aanlevering al direct sprake van:
- relatief veel stek wat kwa sortering onder de maat was
- glazig stek, visueel gaf dit al twijfels omtrent de vitaliteit van de stek.
Tijdens de bewortelingsfase gaf deze partij stek meteen al problemen met de beworteling, tevens viel op dat de ongelijkheid in de partij tussen de steksorteringen alleen maar groter werd.
Met een vertraging van ruim 6 weken werd deze partij alsnog opgepot.
Na oppotten werd echter duidelijk dat de verschillen alleen maar groter werden.
Na het toppen medio juli zijn de kleinere planten met een te kleine slagingskans afgevoerd.
Onderzoek heeft aangetoond dat reeds bij het aangeleverde stek Hortensia mijt kon worden aangetoond.”
(vii) Bij brief van 20 augustus 2012 heeft [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ), werkzaam bij DLV Plant, aan [verweerder 6] het volgende gerapporteerd:
“Tijdens een aantal bezoeken heb ik gesignaleerd dat de beworteling van de stekken van [Profound] moeizaam verliep. Zeker in vergelijk met de stekken van een andere stekleverancier waren de verschillen erg groot. Na het bewortelen was er weinig groei en veel ongelijkheid tussen de stekken onderling waarneembaar. Na de moeizame beworteling zijn de stekken getopt. Het toppen heeft later plaatsgevonden dan gebruikelijk door tegenvallende groei. Vervolgens was de uitloop na het toppen erg ongelijk. Dit veroorzaakt onregelmatige partijen en slechte weg groei na het oppotten. Buiten zijn de stekken wederom ongelijk weg gegroeid door het grote onderscheid in bewortelingstijdstip tussen de stekken onderling.”
(viii) In een ‘Naktuinbouw laboratorium attest’ van 25 mei 2012, gericht aan [verweerder 6] , wordt vermeld: “In de bloemen zijn enkele dode mijten aangetroffen. In de oksel- en eindknoppen zijn symptomen van mijtaantasting gezien maar geen mijten aangetroffen.”
(ix) Bij brief van 3 september 2012 heeft de advocaat van [verweerder 6] Profound aangemaand tot vergoeding van de door [verweerder 6] geleden schade.
(x) Bij brief van 11 september 2012 heeft [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), werkzaam bij DLV Plant, aan [verweerder 6] het volgende geschreven:
“Hierbij doe ik u mijn bevindingen toekomen, betreffende de beoordeling van de partij stekken d.d. 3 juli 2012. Tijdens dit bezoek heb ik geconstateerd dat de partij planten van zeer slechte kwaliteit was. De groeipunten waren versteend en het plantmateriaal was zeer ongelijk. (...) De partij planten was tijdens het bezoek dusdanig slecht dat aan deze partij geen enkele waarde meer toegekend kan worden.”
(xi) In een rapport van 22 maart 2013 heeft [betrokkene 3] de door [verweerder 6] geleden schade als gevolg van het door Profound geleverde stekmateriaal begroot op € 19.200,- voor niet-bewortelde stek, € 48.320,- voor het opnieuw opzetten van de vervangende stek, € 35.000,- wegens weggegooide planten en € 140.000,- wegens te kleine planten, in totaal € 242.920,-.
(xii) In een rapport gedateerd ‘22 oktober’ heeft het Adviesbureau Potplanten het volgende aan Profound geschreven:
“Afgelopen maandag zijn door een monsternemer van Groen Agro Control bij [verweerder 6] uit 4 partijen Hortensia 3 ‘slechte’ en 3 ‘goede’ planten gehaald. Zo op het eerste gezicht zijn de ‘slechte’ planten bijna allemaal maar 1 keer getopt en zie je in deze planten dat heel veel scheuten zijn blijven zitten c.q. niet doorgegroeid zijn. De ‘goede’ planten zijn veelal 2 keer getopt geworden maar ook hier is de scheutgroei ongelijk geweest.
Zoals afgesproken heb ik van zowel de Schneeball als de Blauer Zwerg 2 visueel goede en 2 visueel slechte planten ontleed en beoordeeld op plantopbouw. (...)
Van zowel de ‘goede’ als ‘slechte’ beoordeelde planten constateer ik een erg ongelijke scheutontwikkeling. Er zit een groot verschil in ontwikkelingsstadium van de verschillende scheuten. Dit duidt erop dat de groei gestagneerd heeft. Ook in de ‘goede’ planten constateer ik scheuten die maar 1 keer getopt zijn. Op moment van 2de keer toppen waren deze scheuten waarschijnlijk onvoldoende ver ontwikkeld.
In zowel de ‘slechte’ als ‘goede’ planten zie je dat er wel een eindknop aanwezig is in zowel de 1ste als 2de scheuten maar de verschillen in leeftijd/ontwikkeling van de knoppen/scheuten zijn groot. Tijdens en na de koelfase zou door middel van knoponderzoek moeten blijken in hoeverre eindknoppen voldoende generatief zijn ontwikkeld. (...)
De extreme ongelijkheid in groei kan vele oorzaken hebben gehad en dit is half oktober niet meer terug te halen aan de hand van de plantopbouw. Wel kun je zien dat tijdens de groeiperiode de groei op meerdere momenten gestagneerd heeft gezien de ongelijkheid in de uitgroei van scheuten zowel na de 1ste als na de 2de keer toppen. Een aantal zaken werkt deze ongelijkheid in de hand:
- Slechte weggroei bij onvoldoende beworteling in de start door uitgangsmateriaal, te late temperatuur startfase na het oppotten en/of een te schraal klimaat.
- Het toppen van gewassen die onvoldoende/slecht geworteld zijn werkt eveneens ongelijkheid in de hand.
- Extreme temperaturen op moment/net na het toppen geeft ook meer kans op ongelijkheid en het slecht […] uitgroeien van scheuten.”
(xiii) In een rapport van 22 oktober 2012 heeft de
Pflanzenschutzdienstvan de
LandwirtschaftskammerNordrhein-Westfalen aan Profound geschreven:
“
Resümee
“Die vorliegende Symptomatik ist ein relativ weitverbreitetes Problem in den Hortensienbetrieben. Die Triebspitzen verhärten und erwecken den Eindruck stecken zu bleiben. Einige Triebspitzen überwinden die depressive Phase und entwickeln sich normal weiter. Bei anderen Trieben verkümmern die Primärknospen und sekundäre Knospen bilden sich unterhalb der defekten Knospen aus.
Ursachlich scheinen Stressbedingungen für dieses Phänomen verantwortlich zu sein. Die Faktoren, die den Stress auslösen, sind noch nicht genau bekannt. Aktuelle Versuche sollen dies klären.”