Conclusie
Inleiding
Tenlastelegging, bewezenverklaring en bewijsvoering
verklaring van [aangever], zakelijk weergegeven:
Bij aanvang van het verhoor deelde ik de aangever mede dat hij zou worden gehoord naar aanleiding van een klacht betreffende een buurvrouw van [verdachte] die volgens haar de buren van hem zou natrekken waaronder haarzelf. Tijdens het onderzoek bij de Sectie Interne Onderzoeken is vast komen te staan dat [verdachte] inderdaad zijn buurman had bevraagd en ook de rest van de straat waar hij woonachtig is regelmatig nakijkt in […] . Ook bevraagt hij drie andere straten in de buurt van zijn woonadres.
De aangever verklaarde:
Ik wens aangifte te doen van artikel 272, schending ambtsgeheim als genoemd in het Wetboek van Strafrecht, gepleegd door de [functie] Koninklijke Marechaussee [verdachte] .
Ik heb [verdachte] nooit toestemming gegeven om voor privédoeleinden bevragingen te doen. [verdachte] had van mij geen toestemming om anders te handelen dan in de voorschriften is voorgeschreven.
Deze tijdstippen waren:
4 jan 2017 10:49:50
6 jan 2017 12:15:47
17 mrt 2017 9 :58:59
3 mei 2017 11:31:52
9 mei 2017 9 :21:05
15 mei 2017 13:23:31
6 juni 2017 12:36:55
14 juni 2017 13:52:30
19 juni 2017 17:20:36
2 okt 2017 20:58:54
1 nov 2017 10:06:11
10 nov 2017 16:40:53
19 nov 2017 14:16:41
Op de aangegeven dagen was [verdachte] wel op dienst.
2. Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 25 januari 2018 gevoegde, in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , respectievelijk adjudant-onderofficier en eerste luitenant der Koninklijke Marechaussee opgemaakte proces-verbaal van 17 januari 2018 (dossierpagina 19 e.v.), voor zover inhoudende
als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:
V:
Welke systemen kan jij raadplegen binnen jouw functie?A: Meerdere, BPS, VBS, […] , […] , GBA, internet.
A: BPS is een Marechaussee invoersysteem van zaken die je onderzoekt. Het zijn politie en informatiesystemen.
V:
Met wie mag je deze informatie delen?A: Met de mensen waarmee ik werkzaam ben bij de Marechaussee.
V:
Heb je [betrokkene 1] opgezocht in politionele systemen?A: Misschien dat ik ooit heb gezocht op haar straat en dat ik zo ook bij haar ben uitgekomen.
O:
In ons gesprek had je al aangegeven dat je je buurman had nagetrokken of te wel opgezocht in de politionele systemen.A: Ik heb in […] gekeken en gezocht op “No Fear”. Toen kwam ik al redelijk snel op de naam [betrokkene 2] . Dat bleek [betrokkene 2] te zijn. Ik heb toen op zijn naam gezocht en heb gezien wat voor antecedenten hij had. Ik heb op zijn naam in […] gelezen. Ik heb onder andere gezien dat [betrokkene 2] vuurwapengevaarlijk was. Ik heb dat opgezocht voor mijn eigen veiligheid en die van mijn gezin.
Er was weer een incident gebeurd en mijn buurman, [betrokkene 3] , was in emotionele toestand bij ons. Op een gegeven moment hoorden we de hond weer en ik zag dat [betrokkene 3] helemaal uit zijn slof schoot en naar de deur liep. Ik hoorde dat hij zei: “Zijn kop gaat er af”. Ik was er van overtuigd dat hij die [betrokkene 2] of die hond van [betrokkene 2] wat aan wilde doen waardoor [betrokkene 2] [betrokkene 3] iets aan zou doen. Ik heb tegen [betrokkene 3] geroepen: “Hier blijven. Die gek is vuurwapengevaarlijk”. De enige die dat op dat moment ook gehoord heeft was [betrokkene 4] , mijn vrouw.
V:
Heb je behalve [betrokkene 2] nog meer opgezocht in de politionele systemen?A: Ik heb [betrokkene 5] ook bekeken. Die kwam er tegelijk met [betrokkene 2] uit. Ze hadden veel gezamenlijke incidenten. [betrokkene 3] , mijn eigen buurman, heb ik ook gekeken.
V:
Jij kan je niet herinneren dat je meer hebt opgevraagd?A: Ja, ik heb meer opgevraagd. Telefoonnummers. De straat. [a-straat] bijvoorbeeld.
A: Ik heb mijn buurvrouw [betrokkene 6] in […] bekeken.
O:
Ook heb je straten in [plaats] bevraagd.V:
Weet je welke adressen je bevraagd hebt?A: De [b-straat] denk ik echt. [a-straat] en mijn nieuwe straat de [c-straat] ook. V:
Waarom heb je die adressen bevraagd?A: [b-straat] vanwege [betrokkene 1] denk ik. [a-straat] om te kijken wat er allemaal gebeurd was. Een [c-straat] heb ik bevraagd omdat ik op de voetbalclub had gezegd dat ik zou gaan verhuizen. Ik hoorde dat daar een drugsverslaafde man woonde. Ik heb toen ook in […] gekeken en zag dat er inderdaad wel een man met criminele antecedenten woonde.
O:
[a-straat 1] is bevraagd.V:
Wie woont daar?A: Ik denk dat [betrokkene 8] daar woonde.
O:
[a-straat 2] is bevraagd.V :
Waarom heb je dat adres bevraagd?A: Dat is het adres van [betrokkene 6] en [betrokkene 5] en [betrokkene 2] .
O:
[a-straat 3] is bevraagd.V:
Wie woont daar?A: [betrokkene 9].
O:
[a-straat 4] is bevraagd.V:
Waarom heb je je eigen adres bevraagd?A: Omdat ik toen bezig was om te kijken wat daar allemaal gebeurd was voor mijn tijd dat ik daar woonde.
V:
Heb je deze bevragingen gedaan voor de uitvoering van de dienst?A: Nee.
V:
Wat heb je met deze informatie gedaan?A: Alles voor mezelf gehouden. Behalve dan dat ik in die opwelling aan [betrokkene 3] verteld heb dat [betrokkene 2] vuurwapengevaarlijk was.
A: Ik denk dat ik de [c-straat] heb ingevoerd en bij de adressen waar ik meer heb zien staan, heb ik doorgevraagd om te zien wat voor mensen daar woonden.
V:
Heb je deze bevragingen gedaan voor de uitvoering van de dienst?A: Nee.
V:
Waarom heb je specifiek het adres van je ouders bevraagd?A: Nieuwgierigheid.
V:
Heb je deze bevragingen gedaan voor de uitvoering van de dienst?A: Nee.
O:
En [d-straat] is bevraagd.V:
Waarom heb je deze zoekslag gemaakt?A: Daar stond een huis te koop waar ik interesse in had.
V :
Waarom heb je specifiek de adressen [d-straat 1] , [d-straat 2] en [d-straat 3] bevraagd?A: Dat is dan weer gebeurd omdat er meerdere incidenten op zo’n adres stonden in die straat. Dan heb ik door gevraagd.
O:
Ook heb je de persoonssleutel […] bevraagd.V:
Wie is dit?A: Dat is mijn vader. Puur uit nieuwsgierigheid.
Ook is verbalisantnummer […] in combinatie met [plaats] bevraagd.V:
Wie is deze verbalisant?A: Dit is een parkeerwachter in [plaats] . Ik zag dat er een bekeuring onder mijn ruitenwisser zat. Omdat er wel verhalen gingen over die parkeerwachter, dat hij voor de lulligste dingen boetes schreef en dat er vaker klachten over hem waren, heb ik het verbalisantnummer van de parkeerwachter in […] nagekeken.
O:
[betrokkene 7] is ook bevraagd door je.V:
Waarom heb je hem bevraagd?A: Misschien dat ik op mijn achternaam gezocht heb en dat ik gewoon uit nieuwsgierigheid hem heb doorbevraagd.
V:
Wist je dat bij het gebruik van je account medegedeeld wordt dat het oneigenlijk gebruik strafbaar gesteld is?A: Ja, dat weet ik. Maar na verloop van tijd klik je dat gewoon door.
3. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 30 januari 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik heb uit veiligheid voor mezelf en voor mijn omgeving verschillende systemen geraadpleegd. [betrokkene 2] had een pitbull die al eens gebeten had. Ik had een kleine meid. Ik wilde dit eventueel aan de wijkagent doorgeven. Uit de systemen die ik bevroeg bleek dat de persoon die ik bevroeg vuurwapengevaarlijk was. Ik wist dat hij lid was van een motorbende. Ik zou aan de politie doorgeven wat zij niet wisten. We zaten in ons tijdelijke huis en hoorden dat er weer iets was gebeurd met de pitbull. Mijn buurman was kwaad en ik heb hem toen in een split second ingelicht. Ik heb ook een parkeerwachter nagetrokken. Ik was het niet eens met een uitgeschreven boete. Uit de systemen kwam echter niets over die parkeerwachter. Ik heb de boete daarom gewoon betaald en ik heb niets met de informatie gedaan. Ik heb ook op het huis van mijn ouders gekeken. Ik heb ook in de buurt van een nieuwe woning in het systeem gekeken.”
BewezenverklaringVerdachte heeft bekend dat hij in de tenlastegelegde periode in de genoemde systemen informatie over verschillende personen heeft opgevraagd. Hij verklaarde dat hij dat deed ten behoeve van veiligheid voor zichzelf en zijn omgeving.
De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat voor opzettelijk schenden van een ambtsgeheim vereist is dat de informatie aan derden wordt verstrekt. De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte de informatie enkel heeft bekeken en niet aan derden heeft verstrekt. De militaire kamer is van oordeel dat er wel sprake is van schending van een ambtsgeheim. Verdachte heeft immers, zonder dat het voor zijn functie-uitoefening noodzakelijk was, voor zichzelf, uit de hem uit hoofde van zijn functie ter beschikking staande systemen, geheime informatie ontsloten die niet voor hem bedoeld was. Daarmee heeft verdachte zijn ambtsgeheim geschonden. De stelling van de verdediging dat verdachte die informatie niet met een of meer derden heeft gedeeld, doet daaraan niet af. Bovendien heeft verdachte, zoals hiervoor reeds vermeld, in een enkel geval de door hem opgevraagde informatie wel degelijk gedeeld. Verdachte heeft immers verklaard dat hij de informatie over [betrokkene 2] heeft gedeeld met [betrokkene 3] en dat hij dat in een split second deed omdat [betrokkene 3] [betrokkene 2] , dan wel diens hond, in een emotionele toestand te lijf dreigde te gaan. Dat verdachte bij het delen van die informatie handelde uit overmacht (door een noodsituatie) zoals betoogd, acht het hof niet aannemelijk geworden.
[…]”
Dat verdachte wordt vrijgesproken heeft ook te maken met de wijze waarop de tenlastelegging is geformuleerd. Ik moet oordelen op grond van de tenlastelegging en moet dan veel inlezen.”
Ik wens een preliminair verweer te voeren. Ik ben namelijk van mening dat de dagvaarding nietig is omdat de tenlastelegging van het feit onvoldoende feitelijk is omschreven. Er staat niet vermeld in welke gevallen er sprake was van schending van het ambtsgeheim. De tenlastelegging is onvoldoende feitelijk en niet concreet.
De advocaat-generaal deelt mede, zakelijk weergegeven:
Naar mijn mening is de tenlastelegging wel voldoende duidelijk. Voor verdachte is het voldoende duidelijk waar het om gaat.
Na schorsing voor beraad deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het gaat om de dagvaarding in samenhang met het strafdossier. In het onderhavige geval is het voor verdachte voldoende duidelijk waar hij van wordt verdacht en waartegen hij zich dient te verweren. Ook voor het hof is het duidelijk waarover dient te worden geoordeeld. De dagvaarding is daarom niet nietig en het preliminaire verweer wordt verworpen.”
Nietige dagvaarding (preliminair verweer)1. Dagvaarding nietig ten aanzien van schenden ambtsgeheim nu de tenlastelegging onvoldoende concreet en feitelijk omschreven is.
2. De militaire politierechter oordeelde ook al dat door de wijze waarop tenlastelegging was geformuleerd er teveel ingelezen moest worden.
[…]
Tenlastelegging onvoldoende feitelijk30. Als u al tot een bewezenverklaring zou komen dan levert het ten laste gelegde feit geen strafbaar feit op nu in de tenlastelegging niet voldoende feitelijk is omschreven door welke handeling cliënt zijn ambtsgeheim heeft geschonden. De verdediging verzoekt u dan ook over te gaan tot een
vrijspraak.
31. Ook de militaire politierechter was van mening dat door de wijze waarop de tenlastelegging was geformuleerd er te veel in moest worden gelezen.
[…]”
De geldigheid van de tenlasteleggingDe raadsman heeft tijdens de terechtzitting van 30 januari 2020 een preliminair verweer gevoerd inhoudende dat de tenlastelegging onvoldoende concreet is omschreven en dat de dagvaarding daarom nietig dient te worden verklaard. De militaire kamer van het hof heeft dit preliminaire verweer ter terechtzitting verworpen omdat hij van oordeel is dat de tenlastelegging, gelezen in samenhang met het dossier, voldoende duidelijk is. Het is voor verdachte voldoende duidelijk waarvan hij wordt verdacht en waartegen hij zich dient te verweren en ook voor het hof is het duidelijk waarover dient te worden geoordeeld. De dagvaarding is daarom niet nietig verklaard en het preliminaire verweer is verworpen.
De raadsman heeft in zijn pleidooi dit verweer herhaald. De militaire kamer verwerpt dit verweer op de dezelfde gronden die zijn genoemd bij de verwerping van het preliminaire verweer en voegt daaraan toe dat ook tijdens de inhoudelijke behandeling duidelijk is geworden dat het verdachte en de raadsman volstrekt duidelijk was waar de tenlastelegging op zag.”
.” Welke (ondersteunende) betekenis de steller van het middel hiermee wil geven aan het eerste middel, blijft in de schriftuur onvermeld.
[…]”
NJ2000/229. [2] De verdachte was tenlastegelegd dat hij twee twaalfjarige meisjes boekjes had laten zien met daarin seksueel getinte afbeeldingen waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar (art. 240a Sr). De tenlastelegging volstond met de enkele vermelding dat de vertoning van deze afbeeldingen schadelijk voor hen was. De dagvaarding voldeed volgens de Hoge Raad niet aan de in art. 261 Sv Pro gestelde eis van opgave van het feit, nu niet de feitelijke inhoud van die afbeeldingen nader was aangeduid. De dagvaarding werd nietig verklaard.
De ontvankelijkheidDe verdediging heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor zover de tenlastelegging ziet op de door verdachte opgevraagde informatie met betrekking tot [betrokkene 2] . Weliswaar heeft verdachte een deel van deze informatie gedeeld met [betrokkene 3] , maar [betrokkene 2] heeft geen klacht ingediend. Daarmee is niet aan het klachtvereiste voldaan.
Art. 7 Wet Pro politiegegevens:
Het derde middel (schending geheim als bedoeld in art. 272, eerste lid, Sr)
openbaar makenvan een geheim omdat de verdachte de informatie enkel heeft bekeken en niet aan derden heeft verstrekt en dat daarom moet worden overgegaan tot een (partiële) vrijspraak.
- de memorie van toelichting:
- de memorie van antwoord:
meermalen gepleegd”, hetgeen dus niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, en dat het hof in zijn strafmotivering heeft overwogen dat “de verdachte gedurende een lange periode, zeer frequent, voor privédoeleinden informatie over personen heeft opgevraagd in de hem uit hoofde van zijn functie ter beschikking staande systemen” en aldus bij de strafoplegging in het nadeel van de verdachte dit herhalende karakter van de schending heeft meegewogen.