ECLI:NL:PHR:2021:66
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring herzieningsaanvraag na overlijden verdachte in Arnhemse Villamoord
In deze herzieningszaak betreft het een overval op een woning op 2 september 1998 waarbij een persoon is overleden en een ander gewond raakte. De verdachte werd in 1999 door de rechtbank Arnhem veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens diefstal met geweld die de dood tot gevolg had.
Zowel de verdachte als de officier van justitie stelden hoger beroep in. Tijdens de behandeling van het hoger beroep overleed de verdachte op 3 augustus 2000. Het gerechtshof Arnhem verklaarde daarop de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvordering en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
De zuster van de overleden verdachte diende een herzieningsaanvraag in bij de Hoge Raad. De Procureur-Generaal adviseert deze aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren omdat de voorwaarde voor herziening, namelijk een onherroepelijke veroordeling of ontslag van rechtsvervolging, niet is vervuld. Het arrest van het hof houdt immers geen veroordeling in, maar een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.
De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart de herzieningsaanvraag niet-ontvankelijk, waarmee de procedure wordt beëindigd.
Uitkomst: De herzieningsaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een onherroepelijke veroordeling.