Conclusie
1.Procesverloop
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
Daarbij voert belanghebbende aan dat de rente aftrekbaar moet zijn omdat de wetgever nooit een inhoudelijke wijziging heeft beoogd met betrekking tot de aftrek van de rente. Ook onder de Wet IB 1964 was de hypotheekrente in verband met een schuld aan een familielid aftrekbaar.
Ook voert belanghebbende aan dat de Rechtbank juist heeft geoordeeld dat de aanslag ambtshalve dient te worden verminderd, aangezien geen sprake is van een fiscale faciliteit (art. 45aa, aanhef en onderdeel d, Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001).