Conclusie
Nummer19/00413
Inleiding
Het middel
p. 45
V: Heb je gezien wat er gebeurd is tussen het station en [B] ?
A: [medeverdachte] en die man zaten te praten tussen het station en de [B] . (...)
[…] een bemonstering (bloed, linkerhandpalm verdachte [medeverdachte] ) (…)
Naar aanleiding van de gevonden overeenkomsten tussen de DNA-profielen van de betrokkene [benadeelde] […] en de verdachte [medeverdachte] […] en het DNA-mengprofiel van het DNA in de bemonstering […] en onder de aannames dat:
- de bemonstering […] DNA bevat van twee personen;
Daartoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat kritisch dient te worden gekeken naar de verklaringen van aangever, nu hij wisselend heeft verklaard en zich essentiële zaken niet meer kan herinneren.
Vast staat dat aangever [benadeelde] in de nacht van 8 maart 2017 in staat van dronkenschap verkeerde. Het hof sluit niet uit dat deze dronkenschap, alsook de stress die de gebeurtenissen die nacht bij aangever teweeg hebben gebracht, van invloed zijn geweest op de herinnering van aangever aan bepaalde details van die gebeurtenissen. Het hof heeft echter geenszins aanleiding te veronderstellen dat de verklaring van aangever zoals opgenomen als bewijsmiddel 2 als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt.