Verdachte [medeverdachte] gaat op de linkse reling van de roltrap zitten ter hoogte van aangever [benadeelde] . Verdachte [verdachte] gaat voor aangever [benadeelde] staan.
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 14 maart 2017, p. 44-46:
p. 44
Ik, verbalisant, ben doende geweest met het uitkijken van de camerabeelden. De camerabeelden die ik heb bekeken zijn van het Centraal Station te ’s-Hertogenbosch.
Op camerabeelden is vanaf 03.50.35 te zien:
(…)
- dat [benadeelde] met de roltrap omhoog komt met verdachte [medeverdachte] achter zich aan
- dat [medeverdachte] met zijn linker hand richting de schouder van [benadeelde] beweegt en [benadeelde] vervolgens bovenaan de roltrap voorover ten val komt
- dat [medeverdachte] [benadeelde] voorbij loopt en het station in kijkt waar na enkele seconden verdachte [verdachte] aangelopen komt
- dat [benadeelde] na opstaan weer met de roltrap naar beneden gaat en [medeverdachte] hem achterna gaat
- dat [verdachte] tevens met de roltrap naar beneden gaat
p. 45
Op de camerabeelden van camera HT-017 en 019 is op 8 maart 2017 vanaf 03:57:35 uur te zien:
- dat [benadeelde] wederom met de roltrap naar boven loopt het station in (…)
- dat [medeverdachte] en [verdachte] na 1.5 minuut via de roltrap ook het station in lopen en langs [benadeelde] lopen
(…)
- dat [benadeelde] (…) zich weer richting roltrap begeeft
- dat [medeverdachte] en [verdachte] een rondje om een kiosk hebben gelopen, druk aan het praten/discussiëren zijn en wederom achter [benadeelde] aan gaan
- dat [medeverdachte] en [verdachte] hun snelheid verhogen en [benadeelde] halverwege de roltrap naar beneden inhalen (…)
Ik, verbalisant, heb tevens camerabeelden gekeken in deze zaak van de [B] te ’s-Hertogenbosch [Het hof: zie bewijsmiddel 5]. Ik kan, gezien het signalement, met zekerheid zeggen dat de daarin genoemde man 1 aangever [benadeelde] betreft, dat man 2 verdachte [medeverdachte] betreft en man 3 verdachte [verdachte] betreft.
5.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 13 maart 2017, p. 62-63 en printjes 66-70 (camerabeelden van [B] ):
p. 62
Op de camerabeelden van de [B] , gevestigd [b-straat 1] te ’s-Hertogenbosch, is het volgende te zien.
Op 8 maart 2017 om 04.07.30 uur komt een man op een fiets vanaf de zijde van het station in beeld die zich cirkelend over het trottoir richting centrum verplaatst (man 2). Hierna komt man 1 met een manspersoon (man 3) voorbij. Man 3 houdt de linkerarm van man 1 vast en lijkt hem richting centrum te begeleiden. Man 2 hoort er duidelijk bij en fietst zeer langzaam naast en om man 1 en man 3 heen. Ze verplaatsen zich langzaam richting het centrum.
6.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 9 maart 2017, p. 71-72 (camerabeelden ABN AMRO):
p. 71
Ik, verbalisant, heb de beelden bekeken afkomstig van de ABN AMRO gelegen aan de [a-straat] te ’s-Hertogenbosch. [uit de datum vermeld op de printscreens die als bijlage bij het proces-verbaal zijn gevoegd, leidt het hof af dat het camerabeelden van 8 maart 2017 betreft] (...)
Op camera 21 (gericht vanaf het pand schuin vanaf boven gericht op de pinautomaat) is om 4.10.14 te zien:
Dat er vanuit de richting van het station drie mannen komen gelopen. De eerste man loopt het meest rechts aan de zijde van de pinautomaten. Gemakshalve wordt dit man 1 genoemd.
Links naast man 1 lopen twee mannen. Een van deze mannen heeft een fiets in zijn hand en loopt naast de fiets. Gemakshalve noemen we deze persoon man 2. Achter man 2 loopt de derde man. Gemakshalve noemen we deze man 3. Op de beelden is te zien dat man 2 de fiets zo voor man 1 zet, dat man 1 gedwongen wordt in de richting van de pinautomaten. Man 2 zorgt ervoor dat de fiets in de richting van de pinautomaten gaat, waardoor de doorgang voor man 1 wordt belemmerd en deze genoodzaakt is in de richting van de pinautomaat te lopen. Tijdens het lopen in de richting van de pinautomaat wijst man 3 met zijn rechterhand in de richting van de pinautomaat. Man 1 heeft in zijn rechterhand een pasje, wat lijkt op een pinpas. Man 1 loopt naar de pinautomaat en gaat met zijn rechterhand, waar de pas in zit richting de pinautomaat. Man 2 loopt met de fiets voorbij de pinautomaat en zet de fiets tegen de muur. Man 3 loopt richting de straat en gaat met zijn rug richting de pinautomaat staan.
p. 72
Om 4.10.35 draait man 1 zich om en loopt richting de straat waar man 3 staat. Op camera 2 en 3 (gericht van de pinautomaat richting de straat om 4.10.14 is te zien dat de drie mannen komen aanlopen richting de pinautomaten. Man 1 heeft een bebloed gezicht, een bebloede neus. Man 1 heeft ook bloed op zijn rechterhand. In zijn rechterhand heeft hij een pas, welke lijkt op een pinpas. In zijn linkerhand heeft hij een sigaret. Man 3 wijst met zijn rechterhand in de richting van de pinautomaat. Om 4.10.33 komt er een politieauto voorrijden. Man 1 draait zich om en rent in de richting van de politieauto. Man 3 blijft staan. Man 2 komt ook richting de politieauto gelopen.
7.
Eigen waarneming van de rechtbank (zie bewijsbijlage bij het vonnis [van] de rechtbank d.d. 29 december 2017, p. 15):
De rechtbank heeft door onderlinge vergelijking van diverse camerabeelden die tot de processtukken behoren, waargenomen dat de man die in het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , d.d. 9 maart 2017 wordt omschreven als “man 1” aangever [benadeelde] is, “man 2” verdachte [medeverdachte] en “man 3” verdachte [verdachte] .
8. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 8 maart 2017, p. 93-98:
p. 95
V: Met wie was jij daar vannacht?
A: Met een andere jongen, genaamd [verdachte] . (…) We kwamen van vrienden. [verdachte] was daar ook.
p. 96
Ik kwam die blanke man [het hof begrijpt: aangever [benadeelde] ] tegen op het station.
V: Hoe kwamen jullie vanaf het station bij de [a-straat] waar je bent aangehouden?
A: We liepen daar (…) We liepen gewoon daar, alle drie.
p. 98
V: Door mijn collega’s werd vannacht gezien dat jij bloed op je handen had. Van wie was dat bloed?
A: Dat was van mij. Ik heb een klein wondje op mijn hand.
9.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 15 maart 2017, p. 102-107:
p. 103
Ik was daar met de fiets. [verdachte] was daar. Ik weet nog dat die man liep richting de [a-straat] . We liepen met z’n drieën.
10.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 17 maart 2017, p. 114-120:
p. 118
V: We hebben de camerabeelden van de ABN AMRO bekeken. Kan je iets verklaren over [medeverdachte] [het hof begrijpt: verdachte [medeverdachte] ] en zijn fiets?
A: [medeverdachte] snijdt de weg voor mij en die man. We konden er niet door. (...)
V: Waar liep jij en waar liep die man?
A: Ik liep volgens mij tussen [medeverdachte] en die man. Die man liep volgens mij aan de rechterkant van mij. (...)
Toen wees ik naar de pinautomaat.
V: Heb je gehoord wat [medeverdachte] tegen de man heeft gezegd?
A: [medeverdachte] zei schreeuwend tegen die man “Ik heb geld nodig kankerlijder”. (...)
V: Het komt over of je de man richting de pinautomaat duwt door tegen hem aan te lopen.
p. 119A: Ik ben misschien tegen die man aangelopen. (...) [medeverdachte] deed erg vervelend tegen die man. (...) Ik zag ter hoogte van de [B] dat die man bloed had. (...)
V: Heb je gezien wat er gebeurd is tussen het station en [B] ?
A: [medeverdachte] en die man zaten te praten tussen het station en de [B] . (...)
V: Eigenlijk wil je zeggen dat [medeverdachte] die man wilde overvallen?
A: Zo lijkt het wel.
11.
Het proces-verbaal van aanhouding van 8 maart 2017, p. 127.128:
Op 8 maart 2017 omstreeks 04.10 uur zag ik, verbalisant [verbalisant 2] , dat de linkerpalm van verdachte [medeverdachte] onder het bloed zat.
12.
Rapport ‘DNA-onderzoek naar aanleiding van een zware mishandeling in ’s-Hertogenbosch op 8 maart 2017’ van 20 juni 2017 (los opgenomen in het dossier):
p. 1
Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:
[…] een bemonstering (bloed, linkerhandpalm verdachte [medeverdachte] ) (…)
p. 2/3
Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek
Bemonstering […] (linkerhandpalm verdachte [medeverdachte] )
Naar aanleiding van de gevonden overeenkomsten tussen de DNA-profielen van de betrokkene [benadeelde] […] en de verdachte [medeverdachte] […] en het DNA-mengprofiel van het DNA in de bemonstering […] en onder de aannames dat:
- de bemonstering […] DNA bevat van twee personen;
- deze personen onderling niet verwant zijn;
- een deel van het DNA in de bemonstering […] afkomstig is van de verdachte [medeverdachte] zelf,
(NB Deze aanname is gedaan op basis van de match tussen het DNA-mengprofiel van het DNA in de bemonstering […] en het DNA-profiel van de verdachte [medeverdachte] […] en omdat het een bemonstering van de linkerhandpalm van de verdachte [medeverdachte] betreft) zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder het volgende hypothesepaar:
hypothese I: De bemonstering bevat celmateriaal van de verdachte [medeverdachte] en de betrokkene [benadeelde] .
hypothese II: De bemonstering bevat celmateriaal van de verdachte [medeverdachte] en één willekeurige onbekende persoon. De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn ten minste één miljard maal waarschijnlijker als hypothese 1 waar is, dan als hypothese II waar is.
13.
Aanvraagformulier medische informatie inzake [benadeelde] van behandelend arts [betrokkene 1] van 19 maart 2017 (los opgenomen in het dossier)
p. 2
Steekverwonding buitenzijde linker bovenbeen; wond neus en bloeduitstorting linkeroor; wonden linkerarm en rechterhand en linkerknie; geschatte genezingsduur: 2-4 weken.
Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 08-03-2017”