Conclusie
power off-take agreement(hierna: ‘POA’) en een
balancing services agreement(hierna: ‘BSA’) gesloten, met een looptijd tot en met 31 december 2030, behoudens voortijdige opzegging. Onder de POA is PZEM verplicht om alle door Gemini geproduceerde elektriciteit af te nemen. In de BSA is PZEM aangewezen als de programmaverantwoordelijke van Gemini, belast met de planning van onder meer de dagelijkse productie van elektriciteit. PZEM N.V., de moedervennootschap van PZEM, heeft in 2003 een zogenoemde 403-verklaring afgegeven met betrekking tot PZEM, waarmee zij zich hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen van PZEM. In de POA hebben Gemini en PZEM de 403-verklaring van PZEM N.V. aangeduid als de “
Payment Guarantee”.
retail-activiteiten en haar netwerkbedrijf moeten verkopen. Dit heeft geleid tot een verlaging van de kredietrating van PZEM N.V. op 13 juli 2017 door Standard & Poor’s, van BBB- naar BB.
good faith negotiationsom tot een oplossing te komen, waarbij één van de voorziene mogelijkheden is dat PZEM een bankgarantie verstrekt ter dekking van haar betalingsverplichtingen jegens Gemini. Komen partijen niet tot een van de in artikel 25.3 voorziene oplossingen, dan komt Gemini op grond van artikel 25.4 het recht toe de POA op te zeggen, zonder opzegtermijn en zonder gehouden te zijn een schadevergoeding aan PZEM te betalen (artikel 31.5 en 31.5.1 van de POA). Op grond van artikel 15.2 van de BSA kan dan ook de BSA door Gemini worden opgezegd. Gemini en PZEM zijn niet tot overeenstemming over een oplossing gekomen.
good faith negotiationsniet van PZEM heeft mogen eisen dat PZEM een vervangende garantie voor het hele contractsbelang zou stellen (dus: voor alle betalingsverplichtingen van PZEM tot eind 2030). Volgens het hof is met artikel 25 van Pro de POA tussen partijen, Gemini en PZEM dus, overeengekomen dat de garantieverplichting beperkt is tot
payment defaultsvan PZEM. Gemini is daarom volgens het hof te ver gegaan met haar eis dat PZEM een (bank)garantie zou stellen voor het hele contractsbelang. Ook anderszins heeft Gemini zich volgens het hof niet te goeder trouw opgesteld tijdens de onderhandelingen met PZEM, zodat aan deze contractuele voorwaarde voor opzegging van de overeenkomst met PZEM niet is voldaan. Tegen dit oordeel keert Gemini zich in het door haar ingestelde cassatiemiddel.
1.Feiten
power off-take agreement(hierna: ‘POA’) [2] en een
balancing services agreement(hierna: ‘BSA’) [3] aangegaan. De POA verplicht Gemini om alle door haar geproduceerde elektriciteit te leveren aan PZEM, die tot afname daarvan gehouden is. In de BSA is PZEM aangewezen als de programmaverantwoordelijke van Gemini, belast met de planning van onder meer de dagelijkse productie van elektriciteit. Behoudens voortijdige opzegging hebben deze overeenkomsten een looptijd tot en met 31 december 2030.
retail-activiteiten en haar netwerkbedrijf verkocht. Op 13 juli 2017 heeft Standard & Poor’s de kredietrating van PZEM N.V. verlaagd van BBB- naar BB. Dezelfde dag heeft PZEM op grond van artikel 25.3 van de POA Gemini hierover ingelicht. Aan deze verlaging legde Standard & Poor’s ten grondslag dat de genoemde verkopen door PZEM N.V. eerder dat jaar haar risicoprofiel hadden verhoogd, nu zij voor de kasstromen van haar overgebleven activiteiten grotendeels aangewezen was op de verliesgevende zakelijke energiemarkt en het proces van intering op haar kasreserves van zo’n € 900 miljoen per juli 2017 pas zou stoppen bij een – door Standard & Poor’s onwaarschijnlijk geachte – verhoging van de energieprijs tot boven € 50/MWh.
ARTICLE 25. PAYMENT GUARANTEE
Appendix 9(Payment Guarantee), pursuant to which Guarantor shall be liable towards the Sellers for any payment defaults of the Off-taker under or in connection with the Power Off-take Agreement.
Appendix 9(Payment Guarantee).”
2.Het procesverloop
Eerste aanleg
good faith negotiations” (rov. 3.13., eerste zin). Daarop is het hof overgegaan tot het beoordelen van de wederzijdse stellingen van partijen hieromtrent (rov. 3.13., tweede zin).
downgradevan PZEM N.V. op 13 juli 2017 in een vergelijkbare positie zou moeten worden gebracht als die waarin zij vóór de
downgradeverkeerde. Het hof heeft dit standpunt van Gemini verworpen. Het hof heeft geoordeeld dat Gemini, door deze eis te stellen en daaraan te blijven vasthouden, niet te goeder trouw heeft onderhandeld met PZEM, kort gezegd omdat de door partijen ingevolge artikel 25.3 aan te passen garantie van PZEM N.V. (genoemd in artikel 25.1) betrekking heeft op
payment defaultsen bezwaarlijk kan worden uitgelegd als een – bredere – garantie voor de nakoming van toekomstige verplichtingen van PZEM over de gehele looptijd van de POA:
rechtshandelingen) performed or to be performed by Off-taker”. Partijen zijn het erover eens dat artikel 25.1 POA een beperktere formulering inhoudt (een Payment Guarantee “pursuant to which Guarantor shall be liable towards the Sellers for any payment defaults of the Off-taker under or in connection with the Power Off-take Agreement”). De hierin genoemde garantie is derhalve beperkt tot, kort gezegd, “payment defaults” en kan bezwaarlijk worden uitgelegd als een garantie voor de nakoming van toekomstige verplichtingen van PZEM over de gehele looptijd van de POA. Deze beperking sluit aan bij de systematiek van de voorgaande (in artikel 25.3 POA genoemde) bepalingen van de POA, waarin in artikel 22 (“INVOICING AND PAYMENT”) betalingsvoorwaarden zijn geregeld en in artikel 23 (“MAXIMUM CREDIT LIMITS”) de maximale hoogte van hetgeen PZEM op enig moment verschuldigd is aan Gemini (afhankelijk van de credit rating door Standard & Poor’s van de Guarantor, PZEM N.V., € 30 miljoen, € 20 miljoen en € 15 miljoen; het laatste bedrag bij een downgrade tot BBB-). Bij verdere downgrade (beneden BBB-) zijn de eerdergenoemde onderhandelingen voorgeschreven over een Additional Payment Guarantee, aanpassing van de betalingsvoorwaarden van artikel 22 POA Pro en/of aanpassing van de maximum kredietlimiet van artikel 23 POA Pro. Gemini erkent op zichzelf wel dat in artikel 25.1 POA gesproken wordt van een garantie van de Guarantor tegenover Gemini voor “payment defaults” ter zake van de POA, maar zij betoogt dat de garantie van PZEM N.V. op grond van de 403-verklaring onbeperkt is en dat Gemini in artikel 25.1 POA geen afstand heeft gedaan daarvan. Waar het echter om gaat, is dat in de verhouding tussen partijen in artikel 25 POA Pro is vastgelegd hoever de garantie van PZEM N.V. op grond van de Payment Guarantee strekt en dat partijen dienen te onderhandelen over een Additional Guarantee, aanpassing van de betalingsvoorwaarden en/of aanpassing van de maximum kredietlimiet bij een downgrade van PZEM N.V. beneden BBB-. Deze Payment Guarantee is in artikel 25.1 POA met zoveel woorden beperkt tot “payment defaults”, terwijl, zoals overwogen, deze beperking strookt met de systematiek (in het bijzonder van de voorafgaande artikelen) van de POA. Deze beperking strookt overigens ook met het betoog van Gemini zelf dat, kort gezegd, het voortduren van de kasstroom die zij met haar activiteiten genereert, wordt veilig gesteld.
zonder enige beperkingertoe kan leiden dat een Additional Payment Guarantee, om voor Gemini acceptabel te zijn, een zéér uitgebreide vorm van zekerheid moet bieden “die wellicht lastig te krijgen is van een bank”. Gemini heeft deze uitlating gedaan in reactie op het verweer van PZEM dat een bankgarantie van de omvang van € 1 miljard in de markt eenvoudigweg niet is te verkrijgen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
are not required to ad[o]pt a solution” brengt niet mee dat het volledig aan de discretie van Gemini is overgelaten of een in het kader van de voorgeschreven onderhandelingen aangeboden oplossing acceptabel is (en dat zij dus, ongeacht het verloop van die onderhandelingen, bevoegd is tot opzegging als partijen geen overeenstemming bereiken). De door Gemini gestelde bevoegdheid tot opzegging van de POA kan niet worden los gezien van de in artikel 25.3 POA voorgeschreven “
good faith negotiations” (rov. 3.13.);
Payment Guarantee”) is beperkt tot “
payment defaults” en ziet niet op alle verplichtingen van PZEM over de gehele looptijd van de POA. Daarom mocht Gemini in het kader van de in artikel 25.3 van de POA voorgeschreven onderhandelingen niet de eis stellen (en daaraan vasthouden) dat de aanvullende garantie (“
Additional Payment Guarantee”) niet alleen zou voorzien in dekking voor “
payment defaults”, maar ook in dekking voor de andere (toekomstige) verplichtingen van PZEM uit hoofde van de POA. Gemini verwijst in dit verband naar rov. 3.15.-3.16. en 3.18.; en
Payment Guarantee” beperkt is tot “
payment defaults” en dus niet ziet op alle verplichtingen van PZEM jegens Gemini uit hoofde van de POA, alsmede over het daarop voortbouwende oordeel van het hof in rov. 3.16. dat ook de in artikel 25.3 van de POA bedoelde “
Additional Payment Guarantee” alleen ziet op “
payment defaults” en niet ook op andere (toekomstige) verplichtingen van PZEM uit hoofde van de POA. Volgens Gemini zijn deze oordelen en de overwegingen die het hof daaraan in rov. 3.15., 3.16. en 3.18. ten grondslag heeft gelegd, ontoereikend gemotiveerd en/of berusten zij op een onjuiste rechtsopvatting.
Payment Guarantee” de in 2003 door PZEM N.V. afgegeven 403-verklaring is. Gemini merkt vervolgens op dat PZEM evenwel heeft gesteld dat de “
Payment Guarantee” in artikel 25.1 van de POA beperkt is tot “
Payment Defaults” (door PZEM aangeduid als gevallen waarin PZEM haar betalingsverplichtingen niet nakomt en in verzuim is) en dat dit
aansluitbij de tekst van de 403-verklaring. Volgens Gemini heeft PZEM dus het standpunt ingenomen dat de beperking van de “
Payment Guarantee” tot “
Payment Defaults” reeds volgt uit de 403-verklaring, althans dat artikel 25.1 van de POA de aanspraken van Gemini uit hoofde van die verklaring beperkt. Gemini stelt vervolgens dat zij hiertegen heeft ingebracht dat PZEM N.V. uit hoofde van de 403-verklaring, zonder enige beperking, hoofdelijk aansprakelijk is voor
alleuit rechtshandelingen van PZEM voortvloeiende schulden en dat de formulering van artikel 25.1 van de POA daaraan niet afdoet, nu die bepaling geen afstand behelst van de aanspraken van Gemini uit hoofde van de 403-verklaring.
(i), (ii) en (iii), drie mogelijke uitvarianten voor, dat wil zeggen drie manieren waarop rov. 3.15., 3.16. en 3.18. zouden kunnen worden begrepen, waarbij telkens specifieke klachten zijn geformuleerd. Uitlegvariant
(i)neemt tot uitgangspunt dat het hof van oordeel is dat (de door PZEM voorgestane) beperking tot
payment defaultsvolgt uit de (tekst van de) door PZEM N.V. afgelegde 403-verklaring. Uitlegvariant
(ii)gaat ervan uit dat het hof van oordeel is dat artikel 25.1 van de POA heeft geresulteerd in een beperking van de aanspraken van Gemini uit hoofde van de 403-verklaring. Uitleg variant
(iii) ten slotte houdt in dat het hof van oordeel is dat artikel 25.1 van de POA weliswaar de aanspraken van Gemini uit hoofde van de 403-verklaring ongemoeid laat, maar het begrip “
Payment Guarantee” in artikel 25 van Pro de POA niettemin een andere, meer beperkte reikwijdte heeft (c.q. meer beperkte aanspraken geeft).
(iii)heeft het bij het rechte eind, zodat de klachten die Gemini in het kader van uitlegvarianten
(i)en
(ii)naar voren heeft gebracht, feitelijke grondslag missen. Dat (alleen) uitlegvariant
(iii)juist is, blijkt duidelijk uit hetgeen het hof heeft overwogen in rov. 3.15. In de eerste drie volzinnen van die rechtsoverweging heeft het hof overwogen dat PZEM N.V. in 2003 een 403-verklaring heeft afgegeven met betrekking tot PZEM, waarin zij zich hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen van PZEM, dat de 403-verklaring als appendix 9 bij de POA is gevoegd en dat in appendix 1 bij de POA “
Payment Guarantee” is gedefinieerd [10] als “
Guarantor’s declaration (...) whereby (...) Guarantor has declared himself to be jointly and severally liable for all indebt[ed]ness and payments resulting from legal acts (rechtshandelingen) performed or to be performed by Off-taker”. De eerste drie volzinnen van rov. 3.15. gaan dus over de door PZEM NV. afgegeven 403-verklaring oftewel de “
Payment Guarantee” en de (ruime) omvang van de garantie die PZEM N.V. daarmee heeft verstrekt. Vervolgens heeft het hof overwogen dat (partijen het erover eens zijn dat) artikel 25.1 een
beperktereformulering inhoudt, gezien de zinsnede “
pursuant to which Guarantor shall be liable towards the Sellers for any payment defaults of the Off-taker under or in connection with the Power Off-take Agreement”. Met andere woorden: het hof wijst erop dat weliswaar de
Payment Guaranteeeen ruime garantie inhoudt, maar dat Gemini en PZEM in artikel 25 van Pro de POA, dus specifiek in
hun rechtsverhouding, hebben vastgelegd hoever die garantie strekt. Daarbij verwerpt het hof het standpunt van Gemini dat zij in artikel 25.1 van de POA geen afstand heeft gedaan van de ruime garantie die haar ingevolge de 403-verklaring van PZEM N.V. toekomt. Het gaat volgens het hof om iets anders: “
Waar het echter om gaat, is dat in de verhouding tussen partijen artikel 25 POA Pro is vastgelegd hoever de garantie van PZEM N.V. op grond van de Payment Guarantee strekt en dat partijen dienen te onderhandelen (…)”. Het hof wijst hier dus op het verschil in rechtsverhoudingen (artikel 25 geldt Pro tussen PZEM en Gemini, de 403-verklaring geldt tussen PZEM N.V. en Gemini) en op de concrete bedoeling die PZEM en Gemini met artikel 25 van Pro de POA hadden (bij een
downgradevan de kredietstatus van PZEM N.V. beneden BBB- moeten PZEM en Gemini met elkaar in onderhandelingen treden over, kort gezegd, een oplossing).
(iii)klaagt Gemini dat het hof in strijd met art. 24 Rv Pro buiten de rechtsstrijd is getreden. Vaststaat immers, volgens Gemini, dat de “
Payment Guarantee” de 403-verklaring
is. Bovendien is het arrest volgens Gemini, uitgaande van uitlegvariant
(iii), innerlijk tegenstrijdig, nu het hof in rov. 3.15., eerste drie volzinnen, er klaarblijkelijk eveneens van is uitgegaan dat de
Payment Guaranteede 403-verklaring is.
payment defaults. [11]
“Payment Guarantee”) van PZEM N.V. in een ruime garantie voor (onder andere) Gemini voorziet, botst niet met de daaropvolgende overweging van het hof dat Gemini en PZEM met artikel 25 van Pro de POA de strekking van deze garantie in
hunrechtsverhouding hebben beperkt. Daarbij is van belang dat het, als gezegd, om verschillende rechtsverhoudingen gaat: de 403-verklaring geldt tussen PZEM N.V. en Gemini, terwijl de POA geldt tussen PZEM en Gemini (zie ook rov. 2., onder (d), van het bestreden arrest, weergegeven in randnummer 1.5 hiervoor, waarin het hof overweegt dat PZEM N.V. geen partij is bij de POA).
Payment Guarantee” is.
(i),
(ii)en
(iii), faalt. Het hof heeft immers niet de 403-verklaring uitgelegd (uitlegvariant
(i), zie randnummers 3.6 en 3.7 hiervoor). Evenmin heeft het hof overwogen dat de systematiek van de POA resulteert in een beperking van de 403-verklaring (uitlegvariant
(ii), zie randnummers 3.6 en 3.7 hiervoor). In zoverre mist de klacht dus feitelijke grondslag. Voor zover deze klacht met hetgeen aan het slot van subonderdeel 1.1 gesteld is (achter het niet-gecursiveerde ‘(iii)’), aansluiting zoekt bij uitlegvariant
(iii), die wel juist is (randnummer 3.7 hiervoor), faalt zij alsnog. Het hof heeft immers in rov. 3.15. terecht ook oog gehad voor de systematiek van de POA, aangezien daarin een aanwijzing kon worden gevonden voor wat partijen met artikel 25 van Pro de POA bedoeld hebben. Dat het hof ook aandacht heeft gehad voor de systematiek van de POA past bovendien goed bij het in cassatie niet bestreden uitgangspunt van het hof dat bij de uitleg van de POA groot gewicht toekomt aan de bewoordingen van de POA en de taalkundige betekenis daarvan (rov. 3.10.).
Payment Guarantee” onvoldoende begrijpelijk is, omdat het hof in het geheel niet duidelijk maakt wat het heeft bedoeld met “
payment defaults”. Dat klemt volgens het subonderdeel temeer nu Gemini heeft gesteld dat uiteindelijk iedere niet-nakoming door PZEM van haar verplichtingen zal leiden tot een “
payment default”, op welke stelling het hof in het geheel niet heeft gerespondeerd.
payment defaults” en bezwaarlijk kan worden uitgelegd als een garantie voor de nakoming van toekomstige verplichtingen van PZEM over de gehele looptijd van de POA. Het hof kon hiermee volstaan en hoefde niet uit te leggen wat (precies) onder “
payment defaults” moet worden verstaan. Het antwoord op die vraag doet er niet toe, aangezien het hof zijn oordeel dat Gemini niet te goeder trouw heeft gehandeld, kon baseren op de enkele vaststelling dat Gemini niet de eis mocht stellen van een garantie voor de nakoming van toekomstige verplichtingen van PZEM over de gehele looptijd van de POA. Op de door het subonderdeel genoemde stelling hoefde het hof dan ook niet in te gaan.
Payment Guarantee” onvoldoende is gemotiveerd, aangezien het hof zonder enige motivering is voorbijgegaan aan enkele essentiële stellingen van Gemini aangaande de achtergrond van de POA en de regeling van artikel 25 van Pro de POA in het bijzonder.
common terms and facilities agreements” (hierna: ‘CTFA’), is daarop ook ingericht, zoals Gemini heeft toegelicht. [14] PZEM wist ook dat de financiers eisen stelden aan de POA, onder meer omtrent de risico’s die daarmee werden afgedekt en de zekerheid van nakoming. [15] In dat kader heeft Gemini ook naar voren gebracht dat de CTFA en de POA op elkaar zijn afgestemd en samenhangende contracten zijn. [16] Verder heeft Gemini gesteld dat de “
Commitment Letter”, waarin PZEM N.V. nadere toezeggingen doet over de 403-verklaring, ook een derdenbeding bevat ten behoeve van de “
Security Agent” (zijnde de vertegenwoordiger van de financiers). [17]
Payment Guarantee”). Uitgaande van de juistheid van die stellingen ligt immers in de rede dat de “
Payment Guarantee” (en dus ook een eventuele “
Additional Payment Guarantee”) niet slechts op “
payment defaults” ziet, laat staan op “
payment defaults” met de daaraan door PZEM gegeven – zeer beperkte – uitleg van verplichtingen ter zake waarvan PZEM in verzuim is, althans van betalingsachterstanden.
payment defaults”) en de systematiek van de aan artikel 25 van Pro de POA voorafgaande bepalingen. Daarbij heeft het hof ook oog gehad voor het betoog van Gemini dat met artikel 25.1 het voortduren van de kasstroom die zij met haar activiteiten genereert, wordt veiliggesteld (zie de laatste zin van rov. 3.15.). Hiermee heeft het hof zijn oordeel over de reikwijdte van de in artikel 25.1 genoemde “
payment guarantee” overtuigend gemotiveerd. Niet valt in te zien waarom het hof hiernaast ook nog expliciet had moeten ingaan op de stellingen waarnaar Gemini in cassatie verwijst, die er als gezegd op neerkomen dat en waarom het voor haar en haar financiers van belang is dat de verplichtingen van PZEM uit hoofde van de POA worden gedekt door een partij met een kredietrating van ten minste BBB- en dat artikel 25 van Pro de POA tegen die achtergrond moet worden uitgelegd. In dit verband wijs ik op hetgeen het hof in rov. 3.16. heeft overwogen: als de uitleg van Gemini van artikel 25.1 zou moeten worden gevolgd, zou Gemini een zéér uitgebreide vorm van zekerheid moeten bieden (gedacht moet dan worden, zo heeft PZEM gesteld, aan een bankgarantie van € 1 miljard euro, zie de laatste zin van rov. 3.16.). In deze overweging van het hof ligt besloten dat de uitleg van Gemini niet voor de hand ligt. Verder kan worden gewezen op rov. 3.18., waarin het hof heeft overwogen dat het standpunt van Gemini er praktisch gesproken op neerkomt dat de door partijen voorziene
downgradevan PZEM N.V. het einde van de POA zou meebrengen en dat uit niets volgt dat partijen dit hebben bedoeld. Ten slotte wijs ik erop dat het hof, anders dan Gemini in cassatie lijkt aan te voeren, wel degelijk de achtergrond van artikel 25 van Pro de POA voor ogen heeft gehad. Dit is af te leiden uit de eerste twee zinnen van rov. 3.18., waarin het hof heeft overwogen dat een verlaging van de kredietrating van PZEM N.V. “
destijds” (dus bij het sluiten van de POA) een voor partijen
voorzieneomstandigheid was en dat Gemini heeft erkend dat de systematiek van artikel 25.3 van de POA juist met het oog op die omstandigheid is geschreven.
Payment Guarantee” strookt met het betoog van Gemini zelf dat het voortduren van de kasstroom die zij met haar activiteiten genereert, wordt veiliggesteld (rov. 3.15., slot). Volgens Gemini hield dat betoog onmiskenbaar veel meer in dan dat, getuige het voorgaande (Gemini bedoelt hiermee de volgens haar door het hof miskende essentiële stellingen, randnummers 3.17 en 3.18 hiervoor).
payment defaults” overigens ook strookt met het betoog van Gemini zelf dat het voortduren van de kasstroom die zij met haar activiteiten genereert, wordt veiliggesteld. Het hof zal hiermee bedoeld hebben dat voor zijn oordeel dat de “
Payment Guarantee” in artikel 25.1 van de POA beperkt is tot “
payment defaults” ook pleit dat het Gemini er om te doen is, zoals zij heeft betoogd, dat het voortduren van haar kasstroom wordt veiliggesteld. Met deze overweging van het hof lijkt mij niets mis, nu Gemini inderdaad heeft betoogd dat het voor haar en haar financiers van belang is dat de kasstroom blijft voortduren en daar ook enige nadruk op heeft gelegd. [18]
Payment Guarantee” in artikel 25 van Pro de POA en moet worden aangenomen dat, als onderdeel 1 van het cassatiemiddel doel treft, ook het voornoemde oordeel van het hof niet in stand kan blijven.
Payment Guarantee”, betekent dat Gemini niet te goeder trouw heeft onderhandeld. Volgens Gemini heeft het hof hiermee miskend dat het uitgaan van een, naar later blijkt, onjuiste uitleg van (een begrip uit) een overeenkomst niet, althans niet zonder meer met zich brengt dat niet te goeder trouw wordt geacteerd (in casu: onderhandeld), althans niet in een geval als het onderhavige waarin partijen – mede getuige de verschillende uitkomsten van deze zaak in eerste aanleg en in hoger beroep – in redelijkheid over die uitleg van mening kunnen verschillen. In ieder geval heeft het hof volgens Gemini onvoldoende gemotiveerd waarom het (enkele) gegeven dat Gemini van een onjuiste uitleg is uitgegaan, de gevolgtrekking rechtvaardigt dat zij niet te goeder trouw heeft onderhandeld.
bezwaarlijk [kan] worden uitgelegd als een garantie voor de nakoming van toekomstige verplichtingen van PZEM over de gehele looptijd van de POA”. Met het woord ‘bezwaarlijk’ heeft het hof benadrukt dat die door Gemini voorgestane uitleg duidelijk niet tot de mogelijkheden behoort, dus ook voor Gemini zelf niet. Verder heeft het hof in rov. 3.15. gewezen op “
het betoog van Gemini zelf” (zie de laatste zin van rov. 3.15.), heeft het hof van “
ongerijmd” gesproken (rov. 3.16., eerste zin) en heeft het hof nadrukkelijk het bedrag benoemd ter grootte waarvan Gemini een bankgarantie heeft geëist (“
welke verplichtingen volgens Gemini tussen de een en twee miljard euro bedragen” (rov. 3.16., eerste zin)). Hiermee heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat het standpunt van Gemini niet erg voor de hand liggend is. Ik wijs ook op de woorden “
en daaraan te blijven vasthouden”, waaruit kan worden afgeleid dat volgens het hof Gemini tijdens de onderhandelingen met PZEM beter naar de bezwaren van PZEM had moeten luisteren. In de laatste en voorlaatste zin van rov. 3.16. heeft het hof ook nog op de eigen erkenning van Gemini gewezen dat de door haar gestelde eis erop neerkomt dat PZEM een zéér uitgebreide vorm van zekerheid moet bieden, waarbij het hof Gemini’s uitlating “
die wellicht lastig te krijgen is van een bank” heeft geciteerd. Met het citaat heeft het hof kenbaar gemaakt dat naar zijn oordeel Gemini niet serieus kan menen dat zij recht heeft op zo’n uitgebreide vorm van zekerheid. Ten slotte wijs ik op hetgeen het hof in rov. 3.18. heeft overwogen: het standpunt van Gemini komt er praktisch gesproken op neer dat de voor partijen voorziene
downgradevan PZEM N.V. het einde van de POA zou meebrengen, terwijl uit niets blijkt dat partijen dat hebben gewild.
the parties are not required to ad[o]pt a solution”. Volgens Gemini vloeit uit die regel weliswaar niet voort dat het volledig aan de discretie van Gemini is overgelaten of een aangeboden oplossing voor haar acceptabel is, gelet op de verplichting te goeder trouw te onderhandelen, maar onderstreept die regel wel dat partijen op dit punt een aanzienlijke vrijheid toekomt.
good faith negotiations(rov. 3.13. en rov. 3.19.), ingegaan op de wijze waarop Gemini zich in de onderhandelingen met PZEM heeft opgesteld. Uit hetgeen het hof in dit verband heeft overwogen in rov 3.20., erop neerkomend dat de houding van Gemini tijdens de onderhandelingen dusdanig is geweest dat het er sterk op lijkt dat Gemini er niet oprecht wenste uit te komen met PZEM, blijkt geen miskenning van die contractuele maatstaf. Onder die
good faith negotiations-maatstaf mocht immers van Gemini, gesteld tegenover PZEM die verschillende voorstellen deed om aan Gemini tegemoet te komen, worden verwacht dat zij tenminste, ook al kwam haar een zekere ondernemingsvrijheid of contractsvrijheid toe, serieuze tegenvoorstellen zou doen, dat zij niet zou blijven vasthouden aan de eis van een garantie voor het hele contractsbelang en dat zij, in plaats van steeds te vragen om informatie over lopende en verwachte ontwikkelingen en over de strategie op korte en lange termijn, behoorlijk geconcretiseerd zou laten weten wat zij van PZEM verlangde te weten en waarom.
The Parties are, however, not required to ad[o]pt a solution” aan het slot van artikel 25.3 van de POA. Deze bepaling betekent enkel, gezien ook de daaraan voorafgaande tekst, dat partijen ervoor kunnen kiezen om, ondanks de
downgradevan PZEM N.V. beneden BBB, de boel de boel te laten en géén wijzigingen in hun overeenkomst aan te brengen. Die regel onderstreept niet dat partijen bij de POA een aanzienlijke vrijheid toekomt in hetgeen zij, in het kader van hun onderhandelingen, van elkaar kunnen eisen. Zou partijen bij de POA een aanzienlijke vrijheid toekomen, dan zou dat juist in strijd zijn met de voorgeschreven
good faith negotiations, onder welk regime eerder zal gelden dat beide partijen moeten beseffen dat ze geen vergaande eisen kunnen stellen aan de ander.
Payment Guarantee”. Volgens Gemini is het zonder nadere motivering onbegrijpelijk als deze overwegingen aldus moeten worden geïnterpreteerd dat het hof daarmee heeft geoordeeld dat Gemini – onverschillig van welke uitleg van dat begrip moet worden uitgegaan –
niette goeder trouw heeft onderhandeld. Uitgaande van de juistheid van de door haar verdedigde uitleg, valt immers, aldus nog steeds Gemini, niet in te zien wat zij – voor het te goeder trouw voeren van onderhandelingen (en dus op straffe van het akkoord moeten gaan met een oplossing en het niet mogen opzeggen van de POA) – méér had moeten doen dan zij heeft gedaan, waaronder (i) het (in beginsel) stellen van de alsdan gerechtvaardigde eis van, kort gezegd, een garantie gelijkwaardig aan de oorspronkelijke onbeperkte garantie van een leidend energiebedrijf met ten minste een BBB-rating, (ii) het stellen van de vraag aan PZEM hoever zij, indien die eis niet zou kunnen worden vervuld, maximaal kon gaan, en (iii) het – mede in het licht van het gebrek aan informatie over het toekomstperspectief van PZEM – uiteindelijk afwijzen van het voorstel voor een bankgarantie van € 43 miljoen, welke garantie bij lange na niet in de buurt komt van een garantie die voldoet aan genoemde eis.
Payment Guarantee” moest worden uitgegaan. Het hof heeft de volgens hem juiste uitleg van dit begrip (waartegen Gemini’s onderdeel 1 vergeefs opkomt) meegewogen in zijn in rov. 3.20. gegeven oordeel. Dit blijkt uit de overweging van het hof in rov. 3.20. dat Gemini ermee heeft volstaan “
in algemene termen te blijven benadrukken dat haar in beginsel een gelijke garantie zou moeten worden gegeven als de “unlimited and unconditional guarantee of a company with a credit rating of BBB- or higher, which company was the head of a leading energy group with a stable g[o]ing concern view on the future” die zij vóór de downgrade had”.