ECLI:NL:PHR:2021:885
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake profijtontneming bij hypotheekfraude
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 5 februari 2020 het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene vastgesteld op €84.809,42 en na aftrek wegens overschrijding van de redelijke termijn een betaling van €74.809,42 aan de staat opgelegd.
De betrokkene stelde in cassatie dat de ontnemingsvordering afgewezen moest worden omdat in de hoofdzaak onherroepelijk was vastgesteld dat hij meer financieel nadeel dan voordeel had geleden. Dit verweer werd door de procureur-generaal bij de Hoge Raad verworpen, waarbij werd verwezen naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:789) die dit standpunt al heeft verworpen.
De middelen van cassatie, ingediend door advocaat mr. R. Zilver, zijn inhoudelijk en qua vorm nagenoeg identiek aan die in een samenhangende zaak (griffienummer 20/00533) en zijn om dezelfde redenen afgewezen.
De procureur-generaal constateerde geen gronden voor vernietiging van het bestreden arrest en concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De uitspraak bevestigt dat het hof niet gebonden is aan het oordeel in de hoofdzaak over het financiële nadeel versus voordeel bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel in de ontnemingsprocedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.