ECLI:NL:PHR:2021:905

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2021
Publicatiedatum
30 september 2021
Zaaknummer
19/05817
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen witwaszaak

Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor meermalen gepleegd witwassen tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, en heeft een in beslag genomen personenauto verbeurdverklaard.

Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld. De verdachte is persoonlijk op 8 oktober 2020 in kennis gesteld van de aanzegging conform art. 435 Sv Pro. De advocaten van verdachte zijn tijdig geïnformeerd.

De wettelijke termijn van twee maanden voor het indienen van schriftuur houdende middelen van cassatie verstreek op 7 december 2020, zonder dat middelen zijn ingediend. Hierdoor kan verdachte niet in cassatie worden ontvangen op grond van art. 437, tweede lid, Sv.

De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de niet-ontvankelijkheid van verdachte in het cassatieberoep zal uitspreken.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/05817
Zitting13 juli 2021

CONCLUSIE

F.W. Bleichrodt
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 16 december 2019 de verdachte wegens “witwassen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Ook heeft het hof een in beslag genomen, nog niet teruggegeven personenauto (Volkswagen Golf) verbeurdverklaard.
2. De zaak hangt samen met de ontnemingszaak tegen de verdachte (19/05811). In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Tegen het arrest is namens de verdachte cassatieberoep ingesteld.
4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 8 oktober 2020 aan de verdachte in persoon betekend. Mr. R.J. Baumgardt, mr. P. van Dongen en mr. S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben zich in cassatie als raadslieden van de verdachte gesteld. Zij zijn tijdig, bij portaalbericht van 13 oktober 2020, van de aanzegging aan de verdachte in kennis gesteld. De in art. 437, tweede lid, Sv gestelde termijn van twee maanden verstreek op 7 december 2020. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG