Op 8 oktober 2020 heeft het hof de zaak mondeling behandeld en zijn partijen en belanghebbenden gehoord, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Bij beschikking van 5 november 2020 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd. Volgens het hof is de man er niet in geslaagd om voldoende te onderbouwen dat de noodzaak tot curatele niet meer bestaat of dat voortzetting daarvan niet zinvol is. Daartoe heeft het hof, kort weergegeven, het volgende overwogen.
- Op basis van de stukken en het verhandelde tijdens de zitting heeft de rechtbank een goede beslissing genomen die goed is gemotiveerd en die het hof overneemt.
- Het hof beziet het onderzoek van psychiater [betrokkene 1], net als de kantonrechter, in samenhang met het gebleken gedrag van de man in de loop van de tijd. Op basis van dat gedrag is nog steeds aan de gronden van de ondercuratelestelling voldaan. Het onderzoek van [betrokkene 1] kan niet de conclusie dragen dat niet langer sprake is van een geestelijke toestand als gevolg waarvan de man tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gevaar brengt.
- Evenmin geeft het onderzoek aanleiding om een deskundigenonderzoek te gelasten. Zoals eerder door de Hoge Raad is bepaald in de zaak waarin de man onder curatele is gesteld, staat het de rechter vrij om een onderzoek te gelasten dan wel daarvan af te zien. Voor toewijzing van een verzoek tot ondercuratelestelling is niet steeds een onafhankelijk oordeel van een ter zake kundige arts/psychiater vereist. Het gaat er niet om dat er een specifieke diagnose is vastgesteld, maar dat de rechter overtuigd is dat aan de wettelijke grond voor ondercuratelestelling is voldaan (rov. 5.8).
- Het hof wijst op een overzicht (opgenomen in de in appel bestreden beschikking) waarin de gedragingen van de man tot dat moment zijn uiteengezet. Daaruit blijkt dat de man nog altijd afwijkend en destructief gedrag vertoont. Uit recente gebeurtenissen blijkt dat deze lijn zich heeft voortgezet (rov. 5.9).
- Het afwijkende en destructieve gedrag van de man is nog steeds actueel. Dit beeld wordt door de curator bevestigd. Hoewel het contact met de man nu dikwijls rustiger verloopt dan voorheen, meldt de curator dat de noodzaak van de curatele als gevolg van de gedragingen van de man onverminderd groot is (rov. 5.10).
- Het hof heeft ter zitting de indruk gekregen dat de man een gebrekkig inzicht heeft in de ernst van zijn gedragingen en de impact en schadelijkheid voor anderen (rov. 5.11).
- Bij de man is sprake van een gewoonte van drankmisbruik, waardoor hij in ieder geval de veiligheid van anderen in gevaar brengt. Zijn drankgebruik is problematisch en veroorzaakt onacceptabele overlast bij anderen (rov. 5.12).
- Het ondernemen van de man gaat niet vlekkeloos. De man houdt het consumeren van alcohol namelijk niet gescheiden van zijn ‘professionele’ contacten. Het illustreert daarnaast de noodzaak om de vergaande bescherming van de man, door de ondercuratelestelling, in stand te houden. De man ziet namelijk niet in dat hij bepaalde handelingen achterwege zou moeten laten. Hij ziet ook niet in dat hij daarin beschermd moet worden (rov. 5.13).