Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene, geboren in 1950, is door de kantonrechter onder curatele gesteld vanwege zijn geestelijke toestand en gewoonte van drankmisbruik. De echtgenote had dit verzoek ingediend, met benoeming van een professionele curator. De betrokkene ging in hoger beroep tegen deze beschikking en betwistte de diagnose en de noodzaak van curatele.
Het hof heeft uitgebreid bewijs en verklaringen van naasten, een behandelend psychiater en de curator beoordeeld. De betrokkene lijdt aan een bipolaire stoornis type I en vertoont sinds het staken van medicatie afwijkend en destructief gedrag, mede door overmatig alcoholgebruik. Diverse incidenten, waaronder boetes en aangiftes, bevestigen de problematiek.
De verklaringen van twee psychiaters die de betrokkene onderzochten, werden door het hof als onvoldoende onderbouwd beoordeeld. De curator ervaart grote problemen met het handelen van de betrokkene, die ondanks de curatele zelfstandig rechtshandelingen verricht en onrust veroorzaakt.
Het hof concludeert dat de beschermingsmaatregel van bewind en mentorschap niet zwaar genoeg is en dat de ondercuratelestelling noodzakelijk blijft om de belangen van de betrokkene te beschermen. De beschikking van de kantonrechter wordt daarom bekrachtigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De ondercuratelestelling van de betrokkene wordt bekrachtigd wegens zijn geestelijke toestand en drankmisbruik.