ECLI:NL:PHR:2021:951
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs van opzet bij voorhanden hebben vals identiteitsbewijs
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het voorhanden hebben van een vals nationaal paspoort, waarbij het hof oordeelde dat de verdachte wist dat het document vals was. De bewezenverklaring en kwalificatie waren toegespitst op het 'weten' van de valsheid, wat opzet impliceert, ook in de vorm van voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad stelt in cassatie dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer volgt dat de verdachte wist dat het paspoort vals was. Het hof baseerde het bewijs van opzet op twee gronden: tegenstrijdige verklaringen over de ontvanger van het paspoort en het niet geven van een verklaring over een telefoonnummer op de enveloppe. Deze gronden zijn volgens de Hoge Raad onvoldoende toegelicht en niet begrijpelijk zonder nadere motivering.
De Hoge Raad concludeert dat de bewijsconstructie niet toereikend is om het vereiste opzet aan te nemen en dat het hof niet heeft aangegeven of het vol opzet of voorwaardelijk opzet bedoelde. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.
De zaak betreft het voorhanden hebben van een vals identiteitsbewijs op Schiphol op 7 oktober 2018. De verdachte gaf wisselende verklaringen over de ontvanger en weigerde informatie over een telefoonnummer te verstrekken. Het hof achtte dit bewijs voor opzet onvoldoende onderbouwd. De Hoge Raad benadrukt dat het bewijs van opzet duidelijk en begrijpelijk moet zijn en dat het hof dit niet heeft gedaan.
De Hoge Raad bevestigt dat het wettelijk kader geen onderscheid maakt tussen 'weten' en 'redelijkerwijs moet vermoeden' in art. 231 Sr Pro lid 2, maar dat het hof wel een keuze heeft gemaakt die niet voldoende onderbouwd is. De zaak wordt daarom terugverwezen voor een zorgvuldige herbeoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs van opzet en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.