ECLI:NL:PHR:2021:997
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gijzeling met oogmerk dwingen derde ondanks niet-bereiken gevolg
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot 57 maanden gevangenisstraf wegens gijzeling en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, alsmede zware mishandeling. De gijzeling bestond uit het wederrechtelijk van vrijheid beroven van het slachtoffer, met het oogmerk haar zoon te dwingen een derde partij te contacteren.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onvoldoende was om gijzeling aan te nemen, omdat niet was gebleken dat het slachtoffer daadwerkelijk contact had gelegd met haar zoon en dat daardoor het beoogde doel niet was bereikt. De Hoge Raad overwoog echter dat het oogmerk van de gijzeling gericht moet zijn op het dwingen van een ander dan de gijzelaar, en dat het niet vereist is dat het beoogde gevolg daadwerkelijk intreedt.
De feiten, waaronder de gedetailleerde verklaring van het slachtoffer, toonden aan dat de verdachte het slachtoffer onder bedreiging van een vuurwapen in haar woning vasthield en haar dwong contact te zoeken met haar zoon met het verzoek een derde partij te bellen. Het hof achtte dit voldoende voor de bewezenverklaring van gijzeling.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het arrest van het hof, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel werd gehandhaafd. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 57 maanden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor gijzeling met een gevangenisstraf van 57 maanden.