Conclusie
Nummer21/01482
Het cassatieberoep
de voortgezette handeling van(1)
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod en(2)
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door zich en/of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en(3)
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een vervoermiddel voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd is tot het plegen van dat feit”. Bovendien heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van het beslag, een en ander zoals vermeld in het arrest.
medeplegerbetrokken is geweest bij de bewezen verklaarde handelingen.
De bewezenverklaring en de bewijsoverweging
2. hij in de periode van 24 december 2015 tot en met 14 januari 2016 op de Atlantische Oceaan en op de Noordzee, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd, 1075,92 kilogram cocaïne (netto gewicht), zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
" is, is [betrokkene 4] voor de (terug)reis van [schip 1] als zesde bemanningslid aan boord gekomen. De verdachte heeft verklaard dat hij [betrokkene 4] als kok heeft aangenomen, omdat hij gebeld werd door [betrokkene 2] met de mededeling dat ze een kok nodig hadden omdat er niet fatsoenlijk gekookt werd aan boord. [betrokkene 2] belde hem toen [schip 1] 7 à 8 dagen onderweg was om [schip 3] op te halen, zo heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard.
(het hof begrijpt: able seaman)koken. Dit zijn vaak de Filipijnse jongens. Ik mag echter ook graag koken en bij een sleep is koken een leuke afwisseling. Het kan ook zijn dat er een kok aan boord is, maar dat is eigenlijk een luxe
." Deze getuigen reppen niet van problemen met het koken waardoor er een noodzaak was om een kok aan boord te hebben terwijl er al vanaf mei 2015 met [schip 1] werd gevaren onder leiding van de verdachte. Ook vanuit bedrijfseconomisch perspectief valt niet in te zien waarom er een kok moest worden ingevlogen en mee moest varen; dat is immers een grote kostenpost (een luxe) zonder dat er veel toegevoegde waarde is ten opzichte van de eerdere situatie. Bovendien heeft [betrokkene 2] bij de raadsheer-commissaris verklaard dat [betrokkene 4] zich voordeed als kok en degene was die alles regelde met betrekking tot de drugs. [betrokkene 4] beschikte aan boord over PGP-telefoons, aldus [betrokkene 2] .
Het juridisch kader
Een nadere omschrijving van het middel
nogal speculatief te werk is gegaan” en dat de bewijsmiddelen de bewezenverklaring niet kunnen dragen.
dat de verdachte [betrokkene 4] aan boord heeft gebracht onder de vlag van kok maar met geen ander doel dan de gang van zaken met betrekking tot de drugs aan boord in de gaten te houden en daarover contact met hem te onderhouden”;
hij ervoor heeft gezorgd dat het schip op het juiste moment de haven van Paramaribo aandeed en daar weer vertrok. Hij heeft geregeld dat er iemand aan boord was – [betrokkene 4] – die de boel in de gaten moest houden. De verdachte heeft gedurende de reis contact met [schip 1] onderhouden, zeker op de belangrijke momenten”;
het gegeven dat de verdachte (…) wetenschap moet hebben gehad van het op handen zijnde drugstransport”.
De bespreking van het middel
[betrokkene 4] zich voordeed als kok, maar in feite alles regelde met betrekking tot de drugs” en dat [betrokkene 4] beschikte over de PGP-telefoons. Uit deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, heeft het hof klaarblijkelijk afgeleid dat de verdachte [betrokkene 4] aan boord heeft gebracht onder de vlag van kok, maar met een ander doel.
de gang van zaken met betrekking tot de drugs aan boord in de gaten houden en daarover contact met de verdachte onderhouden”, heeft het hof kennelijk afgeleid uit het feit dat [schip 1] op 24 december 2015 en 14 januari 2016 vreemde, van de koers afwijkende manoeuvres maakte, terwijl deze koersafwijkingen goed passen bij het aan en van boord nemen van een partij drugs. Het hof gaat er dan ook van uit dat de drugs in die periode voor de kust van Suriname aan boord zijn genomen. Daarnaast heeft het hof vastgesteld dat de verdachte meermalen contact heeft gehad met een satelliettelefoon die zich aan boord bevond van [schip 1] en dat dit contact met name werd gelegd op 24 december 2015 en 14 januari 2016, zoals blijkt uit de satellietdata en een onderzoek naar de belgeschiedenis van de satelliettelefoon. [8]
motiveringvan het medeplegen – in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad, in het bijzonder in het licht van het arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, – tekortschiet.