Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Aan de beoordeling van het middel voorafgaande opmerkingen
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een inbraak op 31 mei 2013 in een bedrijfspand te Amsterdam waarbij twaalf laptops zijn weggenomen. Verdachte werd kort na de inbraak samen met drie anderen in de betrokken auto met de gestolen laptops aangetroffen. Hij voerde aan niets af te weten van de inbraak en slechts een lift te hebben gevraagd.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij de diefstal, hetgeen medeplegen oplevert. De verklaring van verdachte werd door het hof terzijde gesteld wegens onwaarschijnlijkheid en gebrek aan steun uit andere verklaringen.
In cassatie klaagde verdachte over onvoldoende motivering van het medeplegen. De Hoge Raad bevestigt dat medeplegen een nauwe en bewuste samenwerking vereist en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft waarom verdachte medepleger is. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bekrachtigd.