AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging partnerschapsvoorwaarden en afwijzing partneralimentatie wegens grievend gedrag
Deze zaak betreft de ontbinding van een geregistreerd partnerschap en de juridische gevolgen daarvan. De vrouw verzocht vernietiging van partnerschapsvoorwaarden wegens bedrog, dwaling en misbruik van omstandigheden, mede gericht tegen het handelen van de notaris. Tevens vorderde zij partneralimentatie, welke werd afgewezen wegens grievend gedrag door het uitbrengen van een boek over het leven van partijen.
De rechtbank wees de verzoeken af, waarna de vrouw hoger beroep instelde. Het hof bevestigde de afwijzing van de vernietiging van de partnerschapsvoorwaarden en het verzoek tot partneralimentatie. Het hof oordeelde dat het beroep op wilsgebreken zich richt op gedragingen van de man en niet van de notaris, en dat de vrouw zich door het boek grievend had gedragen, waardoor alimentatie onaanvaardbaar was.
In cassatie stelde de vrouw dat ook gedragingen van derden, zoals de notaris, relevant zijn voor wilsgebreken. De Hoge Raad overwoog dat dit juist is, maar dat de vrouw onvoldoende concrete feiten had gesteld over opzettelijk handelen van de notaris. De klachten faalden daarom. Ook het grief over het afwijzen van partneralimentatie wegens grievend gedrag werd verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de partnerschapsvoorwaarden blijven geldig en partneralimentatie wordt afgewezen wegens grievend gedrag.
Voetnoten
1.Ontleend aan rov. 3 van de beschikking van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 februari 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:581. 2.Verweerschrift van de vrouw d.d. 15 maart 2019, productie 3A.
3.Verweerschrift van de vrouw d.d. 15 maart 2019, productie 3B.
4.Verweerschrift van de vrouw d.d. 15 maart 2019, productie 3A, bijlage 3.
5.Verweerschrift van de man d.d. 18 januari 2019, productie 5.
6.Zowel de rechtbank als het hof vermeldt dat het verzoekschrift is ingekomen op 5 november 2018 (bestreden beschikking, rov. 3.1 sub c en tussenbeschikking rechtbank Limburg van 17 oktober 2019, rov 1.1). Het door de vrouw bij het verzoekschrift overgelegde F1-rolformulier vermeldt echter 31 oktober 2018 als datum van indiening.
7.Verweerschrift tevens (aanvullend) zelfstandig verzoek van de vrouw van 15 maart 2019, p. 16-20 en p. 25.
8.Beschikking rechtbank Limburg van 25 mei 2021, rov. 2.5.2.
9.Volgens de rechtbank is het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken van de man ingekomen op 21 januari 2019 (tussenbeschikking van 17 oktober 2019, rov. 1.1). Het overgelegde F3-rolformulier vermeldt echter 18 januari 2019 als datum van indiening.
10.Niet gepubliceerd.
11.Bestreden beschikking, rov. 4.2 en 4.4.
12.Bestreden beschikking, rov. 4.3 en 4.5.
14.Ook volgens de man heeft de vrouw terecht opgemerkt dat niet alleen een contractuele wederpartij, maar ook een derde bedrog kan plegen dat een rechtshandeling vernietigbaar maakt. Zie verweerschrift onder 2.4.
15.Voor die situatie geldt dat de wederpartij die geen reden had het bestaan hiervan te veronderstellen wordt beschermd. Zie T. Jonkers in
16.Verweerschrift onder 2.6 en 2.7.
17.Voor wat betreft de stellingen die erop neer zouden komen dat de notaris erop uit is geweest de vrouw niet goed te informeren, en om aldus de man erbij te dienen dat werd teruggedraaid dat de vrouw voor de helft eigenaar was geworden van het vermogen van € 1,6 miljoen, verwijst procesinleiding nr. 11 naar het beroepschrift van de vrouw onder 27, tweede gedachtestreepje. Daar is deze stelling niet te lezen. Uitsluitend beschreven wordt hoe de man de vrouw in maart 2007 verzoekt om ‘en passant’ een door de fiscalist van de man opgestelde vermogensopstelling (naar de situatie per 1 januari 2005) te ondertekenen, uit welke opstelling blijkt dat partijen beschikken over een aanzienlijk vermogen van € 1,6 miljoen waarin de vrouw voor de helft deelgerechtigde is.
18.Beroepschrift onder 56.
19.Beroepschrift onder 56.
20.Beroepschrift onder 57.
21.Beroepschrift onder 61.
22.Beroepschrift onder 65.
23.Zie bestreden beschikking rov. 5.6, derde alinea, laatste zin en rov. 5.8.10.
24.Verweerschrift onder 2.12 tot en met 2.23.
25.Verweerschrift onder 2.24.
26.Verweerschrift onder 2.8.
27.Het middel verwijst naar beroepschrift onder 19.
28.Het middel verwijst naar beroepschrift onder 20.
29.Het middel verwijst naar beroepschrift onder 23 en 24.
31.Beroepschrift onder 41 en 42.