Conclusie
Nummer21/05105
Inleiding
Het middel
aanwijzingvan een raadsman of raadsvrouw in plaats van over de
toevoegingdaarvan. Deze wijziging is slechts terminologisch van aard.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte was in voorlopige hechtenis gesteld en stelde zonder tussenkomst van een raadsman hoger beroep in tegen een vonnis van de politierechter. Het hof bevestigde het vonnis, maar het is niet gebleken dat in hoger beroep uitvoering is gegeven aan het voorschrift van art. 40 lid Pro 1, aanhef en onder b, Sv, dat vereist dat een raadsman wordt aangewezen wanneer de verdachte in voorlopige hechtenis is.
De procureur-generaal concludeerde dat deze veronachtzaming van het voorschrift de geldige behandeling van het onderzoek ter terechtzitting in de weg staat. Het hof heeft het vonnis vernietigd voor zover het de gevangenisstraf betreft en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting.
De Hoge Raad onderschrijft deze conclusie en stelt vast dat de aanwijzing van een raadsman in eerste aanleg niet automatisch doorloopt in hoger beroep, zodat bij het ontbreken daarvan het onderzoek nietig is. De voorlopige hechtenis was ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep al opgeheven, maar dat doet niet af aan het recht op aanwijzing van een raadsman.
De zaak wordt terugverwezen om opnieuw inhoudelijk te worden behandeld, waarbij het voorschrift van art. 40 lid 1 Sv Pro strikt moet worden nageleefd. Dit arrest onderstreept het belang van het recht op bijstand van een raadsman in hoger beroep bij voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens ontbreken aanwijzing raadsman in hoger beroep; zaak terugverwezen voor nieuwe berechting.