Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procesgang
3.De standpunten van de klaagster en het openbaar ministerie
4.De beschikking
Verzoek t.z.v. artikel 552a Sv. lezen als verzoek 552b Sv.De rechtbank stelt vast dat de strafzaak inmiddels onherroepelijk is afgedaan. In zoverre is voor (gestelde) derde-rechthebbenden uitsluitend nog beklag op grond van art. 552b Sv mogelijk.
De inhoudelijke afdoening van de strafzaak tegen de zoon is gebaseerd op art. 74 van Pro het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr). In de kern komt een dergelijke afdoening neer op het volgende. Indien een verdachte voldoet aan de voorwaarde(n) die de officier van justitie stelt aan een verdachte, vervalt het recht op strafvervolging tegen die verdachte in de betreffende zaak. In deze strafzaak heeft de verdachte schriftelijk bevestigd dat hij akkoord ging met alle door de officier van justitie gestelde voorwaarden.
Klaagster is, gelet op de onherroepelijke afdoening van de strafzaak tegen de zoon, beschermd door art. 552b Sv.
Van beide - gestelde - bronnen zijn echter geen nadere (bewijs)stukken overgelegd.
Het dossier bevat verder de volgende informatie over de (aanschaf van de) auto. De auto is contant betaald door “twee mannen met een niet-Nederlands uiterlijk”, aldus verkoper. In het dossier bevinden zich op pag. 207 en 208 WhatsApp-gesprekken tussen klaagster en de zoon. Op 22 juli 2019 schrijft de zoon aan klaagster “ik ga die auto op u naam zetten”. Het kenteken van de auto is op 23 juli 2019 ook op naam van klaagster gezet. Uit de verdere details van het gesprek volgt dat het daarbij niet gaat om een aankoop van die auto door klaagster.
5.Het eerste middel
“ 1. De hulpofficier van justitie of de officier van justitie die op grond van artikel 94, derde lid, in kennis is gesteld van de kennisgeving van inbeslagneming, beslist over het voortduren van het beslag in het belang van de strafvordering. Indien dit belang niet of niet meer aanwezig is, beëindigt hij het beslag en doet hij het voorwerp onverwijld teruggeven aan degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen. De hulpofficier van justitie pleegt desgeraden overleg met de officier van justitie voordat hij de beslissing neemt.
3. Wordt een verklaring als bedoeld in het tweede lid niet afgelegd, dan kan het openbaar ministerie de beslissing onder a of b alsnog nemen, indien degene bij wie het voorwerp in beslag is genomen, zich niet binnen veertien dagen nadat het openbaar ministerie hem schriftelijk kennis heeft gegeven van het voornemen tot zodanige beslissing, daarover heeft beklaagd of het door hem ingestelde beklag ongegrond is verklaard.
(…)”
(…)”
“ 1. De belanghebbenden, anderen dan de verdachte, gewezen verdachte of veroordeelde, kunnen zich schriftelijk beklagen over het uitvaardigen van een strafbeschikking houdende aanwijzingen als bedoeld in artikel 257a, derde lid, onder a, b of c en over een schikking als bedoeld in artikel 511c op de grond dat deze betrekking hebben op hun toekomende voorwerpen en de officier van justitie die de aanwijzingen heeft gegeven, onderscheidenlijk de schikking is aangegaan, niet bereid is gebleken die voorwerpen terug te geven of de waarde die zij bij verkoop redelijkerwijs hadden moeten opbrengen te vergoeden.
(…)”
Art. 552b Sv
“ 1. De belanghebbenden, andere dan de verdachte of veroordeelde, kunnen schriftelijk zich beklagen over de verbeurdverklaring van hun toekomende voorwerpen of over de onttrekking van zodanige voorwerpen aan het verkeer.
(…)”
“ 1. De officier van justitie kan voor de aanvang van de terechtzitting een of meer voorwaarden stellen ter voorkoming van de strafvervolging wegens misdrijven, met uitzondering van die waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van meer dan zes jaar, en wegens overtreding. Door voldoening aan die voorwaarden vervalt het recht tot strafvordering.