ECLI:NL:PHR:2022:1141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring opzettelijk vervoeren verdovende middelen in auto verdachte
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet, omdat in zijn auto verdovende middelen werden aangetroffen. De verdachte zat op het moment van aanhouding op de bijrijdersstoel, terwijl de drugs onder een loszittend bedieningspaneel bij de bestuurder werden gevonden.
De verdediging voerde aan dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte bevonden en dat hij wetenschap had van de drugs. Het hof had echter uit de feiten en omstandigheden afgeleid dat het onaannemelijk was dat de verdachte niets van de drugs wist, mede omdat hij eigenaar van de auto was en een persoon op de achterbank, bekend als harddrugsgebruiker, verklaarde nog niets gekocht te hebben.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad achtte het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en wees op een veelgebruikte handelswijze waarbij dealers kopers in hun voertuig laten instappen om buiten het zicht van publiek drugs te verhandelen. Het cassatiemiddel faalt, en de conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de bewezenverklaring en verwerpt het cassatieberoep tegen de veroordeling voor het opzettelijk vervoeren van verdovende middelen.