V. Hoe wist jij wanneer het pakket zou aankomen?
A: [medeverdachte] belde mij de dag voordat het pakket bezorgd werd. [medeverdachte] heeft vervolgens [verdachte] naar mij gestuurd. In Curaçao heeft [betrokkene 4] mijn naam, adres en telefoonnummer opgeschreven op een A4. Dat nummer was niet van mij. Hij heeft dat A4 vervolgens op die krat geplakt.
A: [medeverdachte] gaf mij 1000 euro contant. Hiermee heb ik die reis geboekt.
Ik ben op een zondag heen gevlogen en op een zondag terug. Die terugvlucht was op 18 oktober 2015. Ik ben op 11 oktober
(naar het hof begrijpt: 2015)heen gevlogen.
15. Een proces-verbaal verhoor van getuige van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in het hof ’s-Hertogenbosch d.d. 30 mei 2018, voor zover inhoudende de verklaring van
[betrokkene 1]:
(…)
Ik heb in verband met die kist die van Curaçao naar [plaats] kwam contact gehad met een aantal personen. Dat waren ene [medeverdachte] (
het hof begrijpt: de medeverdachte [medeverdachte]) en [betrokkene 3]. Ook heb ik gesproken met [verdachte] (
het hof begrijpt: de verdachte). Mij schiet nu zijn voornaam niet te binnen. Als u mij vraagt of die voornaam [verdachte] was, dan zeg ik: inderdaad, dat was zijn voornaam.
[verdachte] kwam bij mij in [plaats] aan de [a-straat] met een Bo-Rent busje. Dat was om die kist bij mij op te halen. Voordat [verdachte] met dat busje kwam, heb ik hem eerder gezien. Dat was in de woning van [betrokkene 3].
(…)
[verdachte] was die dag bij mij eerst in mijn appartement en na ongeveer een half uur kwam een vrachtwagen waarin die kist werd vervoerd. De chauffeur van die vrachtwagen heeft de kist toen op straat bij dat Bo-Rent busje uitgeladen. Vervolgens heeft [verdachte] met mijn hulp die kist in dat busje getild.
Toen dat was gebeurd reed [verdachte] met dat busje weg en ben ik in mijn appartement gegaan. Ik heb toen [medeverdachte] gebeld en medegedeeld dat de kist was opgehaald en dat [verdachte] daarmee was weggereden. Ik weet niet waar [verdachte] toen naartoe is gereden.
Ik heb [verdachte] voor het eerst gezien in de woning van [betrokkene 3]. Dat was ongeveer twee maanden voordat de kist werd geleverd. In de tussentijd ben ik op Curaçao geweest.
Mij wordt voorgehouden dat er een observatie is geweest waarbij twee mannen voor de deur van mijn woning zijn gezien. Ik kan mij herinneren dat ik toen door [medeverdachte] werd gebeld dat hij voor de deur stond. Ik ben toen naar beneden gegaan en zag dat hij daar stond met [verdachte] . [medeverdachte] is toen met mij mijn appartement binnen gegaan en [verdachte] heeft na binnenkomst bij de trap naar mijn appartement toe gewacht.
Toen ik [verdachte] de eerste keer zag in de woning van [betrokkene 3], werd besproken dat ik naar Curaçao zou gaan. [medeverdachte] heeft mij toen een foto laten zien van die stoel. Hij zei dat hij een adres nodig had waar die stoel moest worden afgeleverd. Toen heeft hij tegen mij gezegd dat mijn ticket en hotel voor Curaçao zouden worden betaald en dat ik nog 10.000 euro zou ontvangen. Dit is allemaal besproken in aanwezigheid van [verdachte] en [betrokkene 3]. Het was een foto op een telefoon.
(…)
Mij wordt gevraagd waar wij toen in de woning van [betrokkene 3] zaten. Wij zaten met zijn vieren in de woonkamer. Ik kan mij nog herinneren dat ik samen met [medeverdachte] op de bank zat, nabij het raam. [betrokkene 3] zit meestal op de grond. Ik weet nog dat [verdachte] op een andere bank zat, op een afstand die niet groter was dan 2,5 meter. Dat was een bank tegenover de bank waar [medeverdachte] en ik op zaten.
(…)
U houdt mij voor dat op de kist een nummer stond. Dat was niet mijn telefoonnummer. Het nummer dat op die kist stond was er door de man die ik op Curaçao sprak opgezet.
16. Een proces-verbaal verhoor van getuige van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in het hof ’s-Hertogenbosch d.d. 18 december 2019, voor zover inhoudende de verklaring van
[betrokkene 1]:
(…)
Ik ken [medeverdachte] bij de naam [medeverdachte].
[verdachte] was soms bij hem. Op de dag dat de stoel geleverd zou worden bij mij met het busje was [verdachte] bij mij. Hij heeft de stoel bij mij opgehaald.
Vloog u vanaf Schiphol? (
het hof: het is een feit van algemene bekendheid dat Schiphol in de gemeente Haarlemmermeer is gelegen)
Ja.
Wie bracht u naar Schiphol?
Dat was [medeverdachte].
(…)
Wie heeft betaald voor het verzenden van de stoel naar Nederland?
[betrokkene 4] heeft daarvoor betaald.
Heeft [betrokkene 4] u geld gegeven?
Ja, bij de douane op Curaçao.
Was [betrokkene 4] daarbij?
Die zat in een auto verderop. Die wilde niet in beeld komen. Daarom moest ik het kantoortje binnengaan om te betalen voor de verzending.
Waar heeft hij u het geld gegeven?
Hij heeft mij in de auto geld gegeven. Ik was met een andere auto met een laadklep daar naartoe gereden en het terrein opgereden. Daar werd de kist afgeleverd bij de douane en de betaling bij de douane door mij gedaan.
(…)
Hoe wist u dat het pakket op 22 oktober 2015 werd geleverd?
Er stond een telefoonnummer op het pakket. [betrokkene 4] had dat erop geschreven. Dat hoorde bij een telefoon van iemand. [verdachte] (
het hof begrijpt: de verdachte) kreeg een telefoontje en daarin werd gezegd hoe laat het pakket geleverd werd. De persoon zei: zo laat wordt het pakket geleverd. [verdachte] was toen bij mij. Er was niemand anders bij. [verdachte] nam de telefoon op.
(…)
De leverancier wilde het pakket niet in de bus van [verdachte] tillen. Hij zette de krat voor de achterklep van de bus en toen hebben [verdachte] en ik dat ding gekanteld en in de bus van [verdachte] geschoven. Toen is [verdachte] daarmee weggereden.
[medeverdachte] heeft mij dat geld, 10.000 euro, beloofd als de stoel geleverd was. De stoel had ik afgegeven aan [verdachte] . Hij is daarmee weggereden en toen heb ik gewacht op de 10.000 euro die ik van [medeverdachte] zou krijgen.
Ik had het idee dat [medeverdachte] [verdachte] aanstuurde.
Heeft [medeverdachte] ooit een huurschuld voor u betaald?
Ja. Voor ik vertrok naar Curaçao. Dat is in de week geweest dat we een ticket gingen halen bij het reisbureau. Toen heeft hij mij 1.000 euro gegeven waarmee ik mijn huurschuld kon betalen.
Hij betaalde ook de reis naar Curaçao. Hij heeft mij geld gegeven voor het ticket en dat ticket heb ik met dat geld betaald.
17. Het proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 19 februari 2019, voor zover inhoudende de verklaring van
de verdachte:
(…)
Ik ben op 21 oktober 2015 samen met [medeverdachte] naar de woning van [betrokkene 1] aan de [a-straat 1] in [plaats] gegaan.
(…)
U, voorzitter, houdt mij de inhoud voor van een tapgesprek d.d. 21 oktober 2015 op dossierpagina 374 van het politiedossier waarin Cavalier Logistics belt en er wordt gezegd “ik ben op zoek naar [betrokkene 1] ”. Nu ik de tekst lees, zie ik dat ik heb gezegd “ja daar spreekt u mee”. Dat heb ik gedaan.
Ik wist niet naar welk adres het pakket moest worden vervoerd. Dat is pas onderweg, toen ik al aan het rijden was met het pakket, bekend geworden. Dat werd mij per telefoon verteld. De persoon gaf alleen aanwijzingen.
U, voorzitter, houdt mij voor dat zich tussen de stukken in het dossier een tapgesprek bevindt waarin door de gebruiker van het GSM-nummer eindigend op - [telefoonnummer 2] aanwijzingen worden gegeven. U vraagt mij of ik zojuist dat telefoongesprek bedoelde. Ja.
Ik heb het pakket afgeleverd in buurt van een winkelcentrum in ’s-Hertogenbosch.
Ik heb de sleutel in het contact gelaten en ben ingestapt bij iemand en ben verder gegaan. Ik heb de bus gehuurd en betaald.
(…)
Ik heb de borg vooraf voorgeschoten.
Dat we de avond ervoor naar [betrokkene 1] gingen was - geloof ik - om de borg op te halen. Dat is toen zo besproken.
(…)
Op de bus stond met grote letters Bo-rent.’
7. Het hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring het volgende overwogen:
‘De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat de loutere omstandigheid dat de verdachte op verzoek en ten behoeve van een ander of anderen goederen in ontvangst heeft genomen en daarbij een valse handtekening heeft gezet op de “delivery sheet” onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een bewezenverklaring van (voorwaardelijk) opzet op de invoer van verdovende middelen vanuit het buitenland in Nederland. Verdachte was belast met het transport van de kist van de woning van [betrokkene 1] naar de [c-straat]/[b-straat] te ’[plaats], maar heeft nimmer geweten dat zich in die kist, verborgen in een stoel, drugs bevonden. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat hierover met de verdachte is gesproken of dat hij aanwezig is geweest bij besprekingen daarover. Verdachte wordt aangestuurd door [medeverdachte] maar wordt nimmer uit eerste hand geïnformeerd over de werkelijke aard van de activiteiten.
Het hof is van oordeel dat de zijdens verdachte bepleite vrijspraak van de tenlastegelegde feiten wordt weersproken door de bewijsmiddelen. Het hof heeft, gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Uit de bewijsmiddelen leidt het hof omtrent de betrokkenheid van de verdachte het volgende af. De contactpersoon van [betrokkene 1] in Curaçao was ene [betrokkene 4]. Deze heeft in Curaçao op de kist waarin de stoel met cocaïne zat, naast het verzendadres te Curaçao als afleveradres het adres van [betrokkene 1] geplakt met een telefoonnummer daarbij dat niet van [betrokkene 1] was.
Op dat telefoonnummer is de verdachte op 21 oktober 2015 gebeld door de vervoerder Cavalier Logistics en op de hem gestelde vraag: “Ik ben op zoek naar [betrokkene 1] ” heeft de verdachte geantwoord: “Ja, daar spreekt u mee”. Vervolgens heeft verdachte desgevraagd bevestigd dat het prima is dat het pakket de volgende middag tussen 12:00 en 15:00 uur op de [a-straat 1] in [plaats] zou worden afgeleverd. Verdachte heeft zich hiermee naar het oordeel van het hof bewust voorgedaan als de geadresseerde van de kist.
Blijkens observaties is de verdachte op de dag voorafgaand aan de aflevering, te weten op 21 oktober 2015, nog samen met medeverdachte [medeverdachte] bij de woning van [betrokkene 1] aan de [a-straat 1] te [plaats] geweest. Verdachte heeft verklaard dat beiden naar binnen zijn gegaan, maar dat hij, verdachte, beneden in de portiek is gebleven en dat [medeverdachte] met [betrokkene 1] mee naar boven naar haar woning is gegaan en daar met [betrokkene 1] heeft gesproken over de aanstaande levering, terwijl verdachte beneden is gebleven. Deze verklaring wordt bevestigd door [betrokkene 1] . Tevens zou volgens verdachte bij [betrokkene 1] de borg worden opgehaald voor de bestelbus die verdachte bij Bo-rent huurde voor het verdere transport van de kist vanaf het adres van [betrokkene 1] .
De volgende dag, de dag van de levering van de kist, 22 oktober 2015 komt op het adres van [betrokkene 1] een Bo-rent bus in beeld. De bus wordt geparkeerd. De bestuurder stapt uit en dit is verdachte. [betrokkene 1] laat hem zijn woning binnen. Op diezelfde 22 oktober 2015 is de kist om 14.30 uur afgeleverd bij [betrokkene 1] op het adres [a-straat 1] te [plaats]. De medeverdachte [medeverdachte] heeft daarover om 12.10 uur nog telefonisch contact gehad met [betrokkene 1] en haar toen aangegeven dat die jongen naar haar toekomt en haar alles zal uitleggen. [betrokkene 1] gaf daarop te kennen dat de jongen er al was. Die jongen waar zij het over hadden was verdachte.
Blijkens de bewijsmiddelen was de verdachte die dag aanwezig bij de aflevering van de kist uit Curaçao, heeft hij voor ontvangst getekend en heeft hij vervolgens de kist samen met [betrokkene 1] in de door hem gehuurde bestelbus van Bo-rent geladen en is daarmee weggereden.
[betrokkene 1] heeft over de aflevering van de kist verklaard dat zij samen met de verdachte, die zich tegenover haar heeft voorgedaan als “[verdachte]”, het pakket in de bus van [verdachte] heeft gekanteld, dat [verdachte] vervolgens wegging en zei dat [medeverdachte] (het hof begrijpt: [medeverdachte] ) wel kwam betalen.
[medeverdachte] heeft verdachte instructies gegeven hoe te rijden. Vervolgens heeft verdachte de bestelbus geparkeerd op de [c-straat] te [plaats], is uitgestapt en is weggegaan met achterlating van de autosleutels in het contact. De bestelbus met inhoud is later door een negroïde man opgehaald.
Voorts neemt het hof het volgende in acht. Verdachte is enige tijd voorafgaand aan de reis naar Curaçao aanwezig geweest bij een bijeenkomst in de woning van [betrokkene 3], Aanwezig waren naast verdachte en [betrokkene 3] voornoemd, ook [medeverdachte] en [betrokkene 1] . Ze zaten toen met z’n vieren in de woonkamer. [medeverdachte] zat naast [betrokkene 1] op de bank en [betrokkene 3] zat meestal op de grond. Verdachte zat volgens [betrokkene 1] op 2,5 meter afstand tegenover haar op een andere bank. Tussen [medeverdachte] , [betrokkene 3] en [betrokkene 1] is toen in aanwezigheid van verdachte besproken dat [betrokkene 1] naar Curaçao zou gaan, dat haar ticket en hotel zouden worden betaald en dat zij nog 10.000 euro zou ontvangen. [medeverdachte] heeft haar toen een foto van die stoel op een telefoon laten zien en zei dat hij een adresje nodig had waar die stoel moest worden geleverd.
Onder deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de invoer van bijna 6 kilo cocaïne. Hij heeft willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij met zijn handelen drugs binnen het grondgebied van Nederland zou brengen. Hij heeft daags voor de levering van het pakket zich tegenover de leverancier voorgedaan als de geadresseerde en de afspraak van levering bevestigd. Die avond is hij met [medeverdachte] bij [betrokkene 1] langsgegaan voor de borg van de bus. Vervolgens heeft hij samen met [betrokkene 1] een dag later het pakket uit Curaçao opgevangen op het adres van [betrokkene 1] te ’s-Hertogenbosch, heeft hij voor ontvangst getekend en heeft hij het pakket ingeladen in de door hem gehuurde bestelbus en daarna deze bus met de sleutels in het contact en de inhoud elders in de stad achtergelaten voor een volgende vervoerder. Hierbij onderhielden [betrokkene 1] en verdachte steeds nauw contact met [medeverdachte] . Voorafgaand aan deze invoer uit Curaçao is verdachte aanwezig geweest bij een gesprek over de reis die [betrokkene 1] op verzoek van zijn vriend [medeverdachte] naar Curaçao zou maken en waar ze 10.000 euro, een hotel en een ticket voor zou krijgen. Dat verdachte de inhoud van dat gesprek niet heeft meegekregen, acht het hof niet aannemelijk gelet op de beperkte afstand tussen hen in de flatwoning van [betrokkene 3]. Bovendien heeft verdachte tegen [betrokkene 1] , na aflevering van het pakket, gezegd dat [medeverdachte] ( [medeverdachte] dus) haar wel zou komen betalen. Het hof overweegt ten slotte dat het een feit van algemene bekendheid is dat vanuit Curaçao veel drugstransporten, in het bijzonder van cocaïne, naar Nederland plaatsvinden.
Hoewel de rol van de verdachte beperkter is geweest dan die van bijvoorbeeld de medeverdachte [medeverdachte] , is het hof van oordeel dat sprake is geweest van betrokkenheid in de zin van medeplegen omdat de materiële bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is geweest. Zijn handelen, het bespreken van het moment van levering van het pakket uit Curaçao, het opvangen en vervolgens vervoeren daarvan, vormt naar het oordeel van het hof een belangrijke en onmisbare schakel in het geheel van activiteiten rondom het invoeren van de stoel met als verborgen inhoud bijna 6 kilo cocaïne.’