ECLI:NL:PHR:2022:1217
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens schending aanwezigheidsrecht door onjuiste betekening dagvaarding in hoger beroep
De verdachte werd in hoger beroep bij verstek veroordeeld voor diefstal met geweld. Tijdens het hoger beroep was onduidelijkheid over de correcte betekening van de dagvaarding. De verdachte had bij het instellen van het hoger beroep twee adressen opgegeven, waarvan één als speciaal adres in de zin van art. 588a lid 1 onder c Sv (oud).
Er is echter geen bewijs dat een afschrift van de dagvaarding aan dit speciaal opgegeven adres is verzonden, terwijl dit volgens de toen geldende wettelijke bepalingen verplicht was. Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting niet geschorst ondanks het ontbreken van deze betekening en heeft verstek verleend tegen de verdachte.
De procureur-generaal concludeert dat hierdoor het in art. 6 EVRM Pro gegarandeerde aanwezigheidsrecht van de verdachte is geschonden. Het hof heeft onvoldoende onderzocht of de verdachte op de hoogte was van de zitting of geen prijs stelde op berechting in zijn tegenwoordigheid. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting wegens schending van het aanwezigheidsrecht door onjuiste betekening.