Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Het middel
5. De beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
De rechtbank Amsterdam had op vordering van het openbaar ministerie een personenauto met verborgen ruimten onttrokken aan het verkeer, zonder geldelijke vergoeding toe te kennen aan de belanghebbenden. De belanghebbenden stelden cassatie in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelt dat de ontvankelijkheid van het cassatieberoep niet wordt beïnvloed door het feit dat de auto na het instellen van het beroep is vernietigd. De kern van het cassatiemiddel is dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de aanwezigheid van verborgen ruimten op zichzelf voldoende is om de auto onttrokken te verklaren, zonder dat een relatie met een strafbaar feit is vastgesteld.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat voor onttrekking aan het verkeer een verband met een begaan strafbaar feit moet worden vastgesteld. De enkele aanwezigheid van verborgen ruimten en de algemene bekendheid dat dergelijke ruimten vaak voor criminele doeleinden worden gebruikt, is onvoldoende.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing. De klacht over de afwijzing van de geldelijke compensatie behoeft geen verdere bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot onttrekking van de auto en wijst de zaak terug voor herbeoordeling wegens ontbreken van een relatie met een strafbaar feit.