Conclusie
advocaat: J.C. Zevenberg
niet verschenen
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de man tegen het oordeel van het hof Den Haag dat hij onvoldoende financiële gegevens heeft verstrekt om zijn draagkracht voor partneralimentatie vast te stellen. De man had verzocht de partneralimentatie op nihil te stellen vanwege gebrek aan draagkracht, onderbouwd met onder meer een rapport van een boekenonderzoek door de belastingdienst.
Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat de man onvoldoende bewijsstukken en inzicht in zijn financiële situatie had gegeven, zoals ontbrekende belastingaangiften, bankafschriften en een prognose van toekomstige inkomsten. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking die de alimentatieverplichting handhaafde.
De man stelde in cassatie dat het hof ten onrechte niet volstond met het rapport van de belastingdienst, dat volgens hem voldoende inzicht gaf in zijn draagkracht. De Hoge Raad bevestigde dat de rechter niet gebonden is aan de vaststelling van de belastingdienst en zelf een oordeel moet vormen op basis van alle beschikbare stukken. Het hof mocht daarom verlangen dat de man meer onderliggende stukken overlegt.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is, omdat de man onvoldoende onderliggende documenten heeft overgelegd om zijn stellingen te onderbouwen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de partneralimentatieverplichting blijft gehandhaafd.