Conclusie
1.Overzicht
Jumbocarry Trading [5] .
2.Bewijs beëindiging douanevervoer
B & S Global Transit Center. [10] Ik citeer punt 40 van het arrest:
Is artikel 124, lid 1, aanhef en onder k), DWU van toepassing op de douaneschulden?
Jumbocarry Trading [14] heeft het Hof van Justitie dit als volgt verwoord in punt 28:
Jumbocarry Tradingoverweegt het Hof van Justitie:
Jumbocarry Tradingzijn afkomstig van de Hoge Raad. Voordat de Hoge Raad zijn vragen stelde, heb ik in de zaak geconcludeerd. Daarin heb ik de rechtspraak besproken om te bezien hoe de begrippen procedureregels en materiële regels moeten worden uitgelegd. Ik verwijs naar de punten 4.31 en verder van die conclusie. [15]
Molenbergnatie [16] . In dat arrest heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat regels betreffende het tenietgaan van een douaneschuld materiële regels zijn. Ik citeer:
Jumbocarry Tradinglag een vraag voor over de toepassing in de tijd van artikel 124 DWU Pro. Het ging daar om een ander onderdeel van dit artikel dan in de onderhavige zaak. Het betreft artikel 124, lid 1, aanhef en onder a), DWU. Dit artikel luidt:
Beeren-, Wild-, Feinfrucht [17] . Het gaat om artikel 211, lid 2, DWU waarin de voorwaarden zijn opgenomen waaronder de douaneautoriteiten een vergunning met terugwerkende kracht verlenen. Beeren-, Wild-, Feinfrucht heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van een vergunning voor de regeling bijzondere bestemming. Zij verzocht daarbij de vergunning met terugwerkende kracht te verlenen tot de datum waarop haar eerder afgegeven vergunning was verlopen. De reden hiervoor was dat in die periode douaneschulden zijn ontstaan omdat de goederen zonder geldige vergunning werden ingevoerd. De verwijzende rechter heeft het Hof van Justitie de prejudiciële vraag voorgelegd of artikel 211, lid 2, DWU van toepassing is op een aanvraag voor verlening van een vergunning die vóór 1 mei 2016 is ingediend. Het Hof van Justitie oordeelt dat deze bepaling niet van toepassing is omdat de rechtssituaties zijn ontstaan en verworven voor de inwerkingtreding van het DWU. Ik citeer:
Molenbergnatiewas de rechtspositie van de schuldenaar in deze zaak onder de oude regeling definitief verworven.
4.Beoordeling van de middelen
Middel I
Molenbergnatieverworpen.
Jumbocarry Trading.
Jumbocarry Tradingeen vraag over de temporele werking van twee samenhangende regels van het DWU die met ingang van 1 mei 2016 van toepassing zijn, te weten (i) de verjaring van de douaneschuld (artikel 103, lid 3, aanhef en onder b), van het DWU) en (ii) het tenietgaan van die schuld wanneer aan de schuldenaar geen mededeling meer kan worden gedaan overeenkomstig artikel 103 van Pro het DWU (artikel 124, lid 1, aanhef en onder a), DWU). Hoewel de laatste bepaling een materiële regel bevat is deze volgens het Hof van Justitie – in mijn woorden: door de samenhang met de verjaringsregel – niettemin van toepassing omdat de rechtspositie van Jumbocarry Trading met betrekking tot de verjaring van haar douaneschuld op die datum nog niet definitief was verworven. De verjaring en het tenietgaan van de douaneschuld was een toekomstig gevolg van een eerder ontstane rechtssituatie.
Molenbergnatie, is deze bepaling een materiële bepaling. De rechtspositie van de schuldenaar in de zaak die heeft geleid tot dat arrest was, net als bij belanghebbende, definitief verworven. De douaneschuld van Jumbocarry Trading was daarentegen op 1 mei 2016 nog niet verjaard. In zoverre verschilt de situatie van belanghebbende van de situatie van Jumbocarry Trading.