Conclusie
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen ter behandeling van een psychische stoornis;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
niet proportioneel, nu [betrokkene] goed is opgeknapt, abstinent is, medicatietrouw is en ambulante hulp wenst te verkrijgen. Opname in een gesloten instelling is een ultimum remedium en dient met grote terughoudendheid te worden toegepast.
te zwaar middel. Er is immers een
subsidiaire voorzieningmogelijk (ambulante hulpverlening). Inmiddels zou de partner van cliënt alternatieve huisvesting in het vooruitzicht hebben, hetgeen voor deze kwestie uiteraard heel belangrijk is. Opname in een accommodatie zou dus ook niet voldoen aan
het beginsel vansubsidiariteit.
het beginsel van doelmatigheid.
beginsel van veiligheidzijn er andere wegen die leiden naar voorkomen van onveiligheid, namelijk het strafrecht.”
(…)
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Het gebruik van middelen en het niet therapietrouw innemen van zijn medicatie hebben een groot aandeel aan het ontwikkelen van de psychotische wanen waarbij dhr. zichzelf geregeld kan overschatten.” [3]
e. Hoe is rekening gehouden met de voorkeuren of zienswijze van betrokkene, vertegenwoordiger en/of relevante familie en naasten ten aanzien van de zorg zoals vastgelegd op de zorgkaart (indien aanwezig)Dhr. wenst ambulante zorg. Betrokkenen geven aan een klinische opname als noodzakelijk te zien voor behandeling van de psychische problematiek, waarbij medicatie een verplicht onderdeel wordt van deze zorg.”
(…)
Dhr. vertelt dat hij zijn hele leven in [plaats] woont en zijn flat niet uit wilt. Hij uit hierbij dreigementen naar specifieke personen van de woningcorporatie. Dhr. benoemt duidelijk dat deze dreigementen genoteerd mogen worden en hij degene zou pakken die verantwoordelijk zijn voor het verliezen van zijn flat. Wanneer dhr. in detentie moet, zou partner met haar uitkering de flat kunnen bekostigen. Dhr. is van mening dat er geen sprake is van een psychose, maar enkel ADHD en verslavingsproblematiek. Dhr. wenst aan deze verslavingsproblematiek te werken. Het liefst door middel van een ambulant behandeltraject, waarbij hij terug naar zijn flat zou kunnen en cannabisgebruik kan continueren. Daarnaast zegt dhr. smetvrees te hebben en het liefst thuis is.”
Betrokkene spreekt zich minder expliciet uit in zijn antwoord op de vraag of hij zijn gebruik gestopt wil en kan houden.Ook op de vraag of hij na zijn detentie hulp en/of begeleiding vanuit de ggz nodig heeft, beantwoord hij niet heel concreet. Hij benadrukt daarbij enkele keren dat hij die hulp ambulant wil aanvaarden, maar zelf het niet ziet zitten om nog langer opgenomen te blijven.” [4]