Conclusie
3.Het eerste middel
(…)
(…)
Parket bij de Hoge Raad
Een leasemaatschappij diende een klaagschrift in tegen de verbeurdverklaring van een Mercedes leaseauto die was gebruikt bij een strafbaar feit. De rechtbank Rotterdam verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat de leasemaatschappij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij rechthebbende van de auto was. De overgelegde tenaamstelling was in het Ests en de leaseovereenkomst was via Google Translate vertaald, wat onvoldoende was om eigendom te bewijzen.
De leasemaatschappij stelde dat de auto aan haar toebehoorde en verwees naar verklaringen van de verdachte en een eerdere uitspraak waarin een leasemaatschappij als rechthebbende werd erkend. De officier van justitie betoogde dat het leasecontract beoordeeld moest worden op inhoud, omdat eigendom kan verschillen per leasevorm, en dat er onvoldoende bewijs was dat de auto aan de leasemaatschappij toebehoorde.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk was. De vertaling door Google Translate bood onvoldoende zekerheid, en de leasemaatschappij had haar stellingen niet tijdig met officiële vertalingen en aanvullende bewijsstukken onderbouwd. Het beroep op eerdere jurisprudentie en het verzoek tot aanhouding om officiële vertalingen te verkrijgen werden verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen met de motivering van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de leasemaatschappij wordt verworpen en het beklag tegen de verbeurdverklaring van de leaseauto wordt ongegrond verklaard.