Conclusie
Nummer21/00480
Inleiding
Het eerste middel
IV Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
- artikel 36 EVOS Pro niet juist is toegepast.
- Gratie/kwijtschelding?
Trb. 1971, 137). [10] In de onderhavige zaak gaat het evenwel niet om de omzetting van een buitenlandse vrijheidsbenemende sanctie in een Nederlandse sanctie, maar om de oplegging van een sanctie door een Nederlandse rechter op basis van Nederlands recht. Daarbij wordt het hof niet beperkt door de in Turkije voor hetzelfde feit opgelegde straf en/of door een in Turkije geldende VI-regeling. Nu Nederland zelfstandig beschikt over jurisdictie en de bevoegdheid tot strafvervolging dus niet afhankelijk is van een Turks verzoek tot overname van de strafvervolging, wordt het hof evenmin beperkt door een in Turkije in de wet gestelde sanctie. [11] Wel diende het hof – zoals het ook heeft gedaan – op grond van art. 36 EVOS Pro bij de bepaling van de duur van op te leggen straf de reeds in het buitenland ondergane detentie ter zake van hetzelfde feit in mindering te brengen. Gelet op de structuur van het EVOS, geldt artikel 36 EVOS Pro immers los van de vraag of sprake is van een overname van strafvervolging op basis van dit verdrag.