Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelkomt op tegen de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het richt zich tegen de begrijpelijkheid van de vaststelling van de hoogte van het voordeelsbedrag, in het bijzonder voor zover het betreft de ‘de afgedragen inkomsten [betrokkene 1] ’ ten bedrage van € 379.400,00.
tweede middelklaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.