ECLI:NL:HR:2008:BF0090
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontnemingsmaatregel wegens betrokkenheid voordeel bij vrijgesproken feit
In deze zaak stond de betrokkene terecht voor meerdere strafbare feiten, waaronder het leiden van verboden gedragingen met betrekking tot de aankoop van goederen zonder volledige betaling. Het hof sprak de betrokkene vrij van één van deze feiten, het onder 2 sub e tenlastegelegde feit, omdat niet was vastgesteld dat de betrokken rechtspersoon daadwerkelijk bestond in de tenlastegelegde periode.
Desondanks had het hof bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel ook het voordeel betrokken dat verband hield met dit vrijgesproken feit. De betrokkene stelde zich op het standpunt dat dit onrechtmatig was en dat dit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontnemen van voordeel dat is verkregen uit soortgelijke feiten waarvoor geen vervolging heeft plaatsgevonden niet in strijd is met het EVRM, mits de betrokkene de gelegenheid heeft gehad zich te verdedigen. Echter, het betrekken van voordeel uit een feit waarvoor de betrokkene daadwerkelijk is vrijgesproken, is onrechtmatig. Dit leidde tot vernietiging van dat deel van de ontnemingsmaatregel en vermindering van het te betalen bedrag.
De overige middelen van cassatie werden verworpen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het belang van een zorgvuldige afbakening van het voordeel dat ontnomen kan worden en handhaafde het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de ontnemingsmaatregel dat verband houdt met het vrijgesproken feit en vermindert het te betalen bedrag.