Conclusie
3.Het eerste middel
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, het door de verdediging gedane voorwaardelijk verzoek tot het horen van [verbalisant] als getuige heeft afgewezen.
manifestly irrelevantof
redundantwas.
prosecution witnesses(“persons whose deposition may serve to a material degree as the basis for a conviction and which thus constitutes evidence for the prosecution”) en
defence witnesses(“witnesses whose statements are in favour of the defendant”). [1] De uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin – waarnaar de steller van het middel verwijst – heeft tot gevolg dat in bepaalde gevallen het belang bij het oproepen en horen van een getuige moet worden voorondersteld, zodat van de verdediging geen nadere onderbouwing van dit belang mag worden verlangd. Dat is aan de orde als het verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. Het gaat dan om een verklaring die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt. Een dergelijk verzoek mag niet worden afgewezen op de enkele grond dat het verzoek niet of niet naar behoren is onderbouwd. [2]
NJ2021/369, m.nt. Jörg had de verdediging verzocht om een politieagent en twee officieren van justitie als getuigen te horen om hiermee de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek aan de orde te stellen en te onderbouwen dat sprake was van een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv. De Hoge Raad oordeelde dat het horen van dergelijke “rechtmatigheidsgetuigen” [3] niet kan worden gelijkgesteld met het horen van een getuige over een door deze persoon afgelegde verklaring zoals die door de rechter voor het bewijs van het tenlastegelegde feit zou kunnen worden gebruikt of al is gebruikt. Dit brengt mee dat in zo een geval geldt de in het arrest van de Hoge Raad van 4 juli 2017 neergelegde regel dat het verzoek tot het oproepen en horen van getuigen door de verdediging moet worden gemotiveerd. Het arrest van de Hoge Raad van 20 april 2021 heeft hierin geen verandering gebracht. [4]
defence witnessesen daarop is – zoals hierboven in randnummer 3.6 reeds is opgemerkt en anders dan de steller van het middel kennelijk meent – de Keskin-jurisprudentie niet van toepassing.
4.Het tweede middel
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans niet naar de eis der wet met redenen omkleed, ten laste van de verdachte bewezen heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 5 tenlastegelegde, nu het feitelijke daderschap niet uit de bewijsvoering van het hof kan volgen en het door de verdachte geschetste alternatieve scenario ten onrechte, dan wel ontoereikend gemotiveerd, is verworpen.
Volledig in het zwart gekleed en geheel zwarte schoenen
SIN : AAIV6318NL
Object : Hoofddeksel (Muts)
Kleur : Zwart
Land : Nederland
binnenzijde bivakmuts omgeving mond)
omschrijving)
binnenzijde bivakmuts omgeving mond)
NFI-batchnummer CON-17-358
Omschrijving een referentiemonster
(geboren op [geboortedatum]
2000)
DNA-identiteitszegel RABP8033NL
5.Het derde middel
derde middelbehelst de klacht dat het hof de strafoplegging onbegrijpelijk heeft gemotiveerd door de straf mede te baseren op de overweging dat de verdachte met een vuurwapen een overval heeft gepleegd, terwijl in de bewezenverklaring onder feit 5 in het midden is gelaten of er gebruik is gemaakt van een pistool of een op een pistool gelijkend voorwerp.