ECLI:NL:PHR:2022:426
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep
De verdachte werd door het hof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep nadat hij in eerste aanleg was veroordeeld voor oplichting. De raadsman van de verdachte verzocht tijdens de terechtzitting om aanhouding van het onderzoek omdat hij geen contact met de verdachte kon krijgen en de dagvaarding aan een daklozenloket was betekend. Het hof wees dit verzoek af op grond van een rechtsgeldige betekening en het ontbreken van voldoende aanknopingspunten dat de raadsman na aanhouding de verdachte zou bereiken.
De advocaat-generaal stelde dat het hof onvoldoende alle relevante belangen had meegewogen in zijn beslissing en dat de motivering ontoereikend was. De Hoge Raad bevestigt dat het hof een belangenafweging had moeten maken tussen het aanwezigheidsrecht van de verdachte en het belang van een spoedige berechting, en dat het hof dit naliet. Ook was het oordeel over de bereikbaarheid van de verdachte onvoldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling. De zaak betreft de toepassing van art. 416 lid 2 Sv Pro en het aanwezigheidsrecht van de verdachte in hoger beroep, waarbij de motivering van beslissingen over aanhoudingsverzoeken cruciaal is.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting vanwege onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek.