Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring en de bewijsmiddelen
Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] ,opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , hoofdagent resp. inspecteur, gesloten op 2 augustus 2018, p. 18-23, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een proces-verbaal van aangifte van [aangever], opgemaakt door [verbalisant 2] en [verbalisant 4] , hoofdagent resp. brigadier, gesloten op 31 augustus 2018, p. 58-63, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De verklaring van getuige [aangeefster]tijdens de terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, d.d. 30 maart 2021, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
De verklaring van getuige [aangever]. afgelegd tijdens de terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, d.d. 30 maart 2021, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de terechtzitting van het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, d.d. 30 maart 2021, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Dwingen (B)?
Alshij [aangeefster] al op enig moment bij lies of borsten kort zou hebben aangeraakt was dat onbedoeld en zat daar geen enkele bewuste (sexuele) intentie bij; geen klassiek opzet.
(AG: hecht)het hof wat betreft de overtuiging dat verdachte de ten laste gelegde ontuchtige handelingen heeft verricht grote waarde aan de uit de bewijsmiddelen blijkende sterke afwijzende reactie van [aangever] op het moment dat zij zag dat verdachte aan het lichaam van [aangeefster] zat. Bovendien houden de verklaringen van [aangeefster] in dat zij helemaal verstijfde (…) tijdens de aanrakingen van verdachte, welk gegeven door [aangever] is bevestigd.
3.Het juridisch kader
4.Bespreking van het eerste middel
eerstemiddel valt uiteen in twee deelklachten.
5.Bespreking van het tweede middel
tweedemiddel wordt geklaagd dat de bewezenverklaring van het bestanddeel ‘dwang’ niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaring op dit onderdeel onbegrijpelijk, dan wel ontoereikend is gemotiveerd. Voorts wordt geklaagd dat uit de gebezigde bewijsvoering evenmin kan worden afgeleid dat sprake is geweest van ‘geweld’ en ‘een andere feitelijkheid’ waardoor de aangeefster zou zijn gedwongen tot het ondergaan van ontuchtige handelingen, althans dat de bewezenverklaring ook op dit onderdeel onbegrijpelijk, dan wel ontoereikend is gemotiveerd.
gedwongentot het dulden van de bewezenverklaarde aanrakingen. Bezien in het licht van wat onder randnr. 3.4. is beschreven, namelijk dat van ‘dwingen’ tevens sprake kan zijn als het onverhoedse karakter van de handeling van de verdachte het slachtoffer overvalt en daarmee voorkomt dat het slachtoffer zich verzet, kan ik de steller van het middel in zijn betoog niet volgen. Kenmerkend voor onverhoedse gedragingen is nu juist dat het slachtoffer feitelijk de mogelijkheid wordt ontnomen om direct aan de verdachte kenbaar te maken dat zijn handelingen ongewenst zijn. [14] In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het maar de vraag is of het voor de verdachte ook kenbaar is geweest dat de aangeefster niet instemde met zijn gedragingen. Dat lijkt mij de omgekeerde wereld, of beter gezegd een eis die – althans in dit soort situaties van overrompeling – geen steun vindt in het recht.