Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Operations Manualvan NetJets staan als definities:
statutory redundancy payen een
payment in lieu of outstanding noticeter hoogte van drie maandsalarissen.
Withdrawal Agreementtussen het Verenigd Koninkrijk en de EU [5] , de Verordening Brussel I-bis van toepassing is op de onderhavige procedure, nu deze gestart is vóór 1 januari 2021 (rov. 3.4). Art. 21 lid Pro 1, sub b, onderdeel i, Verordening Brussel I-bis bepaalt dat de werkgever met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat in een andere lidstaat kan worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt of heeft gewerkt. De plaats waar de piloot gewoonlijk werkt kan niet ondubbelzinnig worden vastgesteld, zodat de plaats moet worden bepaald ‘van waaruit’ de piloot het belangrijkste deel van zijn verplichtingen jegens NetJets vervulde. Daarbij moet volgens de rechtspraak van het HvJEU een aantal aanwijzingen worden betrokken, namelijk vanuit welke plaats de werknemer zijn transportopdrachten verricht, naar welke plaats de werknemer na zijn opdrachten terugkeert, instructies voor zijn opdrachten ontvangt en zijn werk organiseert, alsmede op welke plaats zich de arbeidsinstrumenten bevinden. Ook dient in aanmerking te worden genomen op welke plaats de luchtvaartuigen aan boord waarvan het werk gewoonlijk wordt verricht gestationeerd zijn. Het begrip ‘thuisbasis’ in de zin van Verordening 3922/91 vormt een factor die een belangrijke rol kan spelen bij de bepaling van voornoemde aanwijzingen. In bijlage III bij Verordening 3922/91 wordt thuisbasis omschreven als ‘de locatie die door de exploitant aan het bemanningslid is aangewezen en waar het bemanningslid in de regel een dienstperiode of een reeks dienstperioden aanvangt en beëindigt, en waar, onder normale omstandigheden, de exploitant niet verantwoordelijk is voor de accommodatie van het bemanningslid in kwestie’. Slechts als vorderingen nauwere aanknopingspunten hebben met een andere plaats dan die van de thuisbasis zou deze laatste voor de bepaling van de plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt irrelevant zijn (rov. 3.6).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
waarde werknemer gewoonlijk werkt kan vaststellen. Indien de rechter deze plaats niet ondubbelzinnig kan vaststellen, moet hij onderzoeken of hij de plaats kan bepalen
van waaruitde werknemer gewoonlijk werkt of heeft gewerkt. [12] Bij het bepalen van deze plaats moet de rechter de aanwijzingen in aanmerking nemen die uit de rechtspraak van het HvJEU volgen. [13] Met deze benadering wordt volgens het HvJEU vermeden dat het begrip ‘de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt’, wordt geïnstrumentaliseerd of gaat bijdragen tot het ontstaan van ontwijkingsstrategieën. [14]
Ryanair, dat betrekking heeft op de bevoegdheid ten aanzien van een arbeidsrechtelijk geschil in de burgerluchtvaartsector, is de vraag aan de orde gekomen wat de plaats is waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt, indien hij zijn functies uitoefent aan boord van een vliegtuig. Het HvJEU heeft erop gewezen dat de nationale rechter ter bepaling van ‘de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt’ bij arbeidsverhoudingen in de vervoerssector een aantal aanwijzingen in zijn beschouwing kan betrekken. In het bijzonder moet de nationale rechter vaststellen in welke staat zich de plaats bevindt van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht, naar welke plaats de werknemer na zijn opdrachten terugkeert, instructies voor zijn opdrachten ontvangt en zijn werk organiseert, alsmede op welke plaats zich de arbeidsinstrumenten bevinden. [16] Wat betreft die laatste aanwijzing heeft het HvJEU gepreciseerd dat, in omstandigheden zoals in het hoofdgeding, mede in aanmerking moet worden genomen op welke plaats de luchtvaartuigen aan boord waarvan het werk gewoonlijk wordt verricht, gestationeerd zijn. [17]
Ryanair-zaak heeft de verwijzende rechter het HvJEU ook gevraagd of ‘de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt’ kan worden gelijkgesteld met het begrip ‘thuisbasis’ (‘home base’) in de zin van Bijlage III van de Verordening (EEG) nr. 3922/91 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart. [18] In deze bijlage wordt het begrip ‘thuisbasis’ binnen het ‘Subdeel Q. Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden’ als volgt gedefinieerd:
Ryanair-arrest overwogen dat het begrip ‘thuisbasis’ slechts irrelevant zou zijn voor het bepalen van de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt, wanneer de vordering, rekening houdend met de feitelijke omstandigheden, nauwere aanknopingspunten heeft met een andere plaats dan die van de ‘thuisbasis’. [29]
Onderdeel 1(onder 22) klaagt dat het hof heeft miskend dat bij de beoordeling of een bepaalde luchthaven de thuisbasis is van een piloot in de zin van bijlage III bij Verordening 3922/91, van (groot) belang is of die thuisbasis is aangewezen door de exploitant van de luchtvaartmaatschappij waar de piloot in dienst is, of dat die thuisbasis (de facto) door de piloot wordt bepaald (en kan worden gewijzigd).
Ryanair-arrest volgt dat de thuisbasis een factor vormt die een belangrijke rol kan spelen bij het bepalen van de plaats van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt. Het HvJEU heeft daarbij overwogen, en kennelijk relevant geacht, dat de thuisbasis door de exploitant voor ieder bemanningslid wordt bepaald, en niet door het toeval of door de werknemer. In het onderhavige geval bepaalt de arbeidsovereenkomst tussen de piloot en NetJets dat de piloot de ‘
Gateway Airport’ aanwijst, ‘
subject to such airport being agreed by the Company’. De
Operations Manualvermeldt dat NetJets de ‘home base’ (thuisbasis) aanwijst op basis van de keuze van de piloot voor de ‘
Gateway Airport’. Het is dus NetJets en niet de piloot, die verantwoordelijk is voor het aanwijzen van de thuisbasis van de piloot. De
Operations Manualsluit op dit punt aan bij norm OPS 1.1090, punt 3.1 van Bijlage III van Verordening nr. 3922/91. Dat NetJets de thuisbasis niet eenzijdig bepaalt en aan de piloot oplegt, maar de aanwijzing van de thuisbasis baseert op de keuze van de werknemer voor de ‘
Gateway Airport’, waarmee NetJets heeft ingestemd, maakt naar mijn mening geen verschil. Voor de door NetJets verdedigde opvatting dat het voor de beoordeling of een luchthaven de thuisbasis is in de zin van bijlage III van Verordening nr. 3922/91 van belang is
op welke wijzede exploitant de thuisbasis bepaalt, zijn geen aanknopingspunten te vinden in de EU-regelgeving, noch in de rechtspraak van het HvJEU. De klacht faalt daarom.
Ryanair-arrest, waarin het HvJEU heeft overwogen dat moet worden ‘vermeden dat een begrip als ‘plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt’ wordt geïnstrumentaliseerd of gaat bijdragen tot het ontstaan van ontwijkingstrategieën’.
in theoriedoor de werknemer kan worden gewijzigd en op deze manier, eveneens in theorie, onderdeel kan worden van diens processtrategie, levert onvoldoende grond op om minder gewicht toe te kennen aan deze factor bij de beoordeling van de plaats van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt. Dat ligt anders wanneer de werknemer in een concreet geval vlak vóór het aanhangig maken van een procedure
daadwerkelijkzijn thuisbasis heeft gewijzigd. In dat geval ligt het voor de hand dat de rechter de thuisbasis (aanzienlijk) minder zwaar laat meewegen in zijn beoordeling. Het is dan overigens aannemelijk dat de rechter op basis van de feitelijke omstandigheden tot de conclusie komt dat de vordering een nauwere band heeft met een andere plaats, waarmee de thuisbasis irrelevant is voor de beoordeling van de plaats van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt. [32] In de onderhavige zaak blijkt echter niet dat de piloot zijn thuisbasis vlak voor de procedure (de facto) heeft gewijzigd. Het oordeel van het hof dat de thuisbasis in deze zaak een belangrijke factor vormt bij de vaststelling van de plaats van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt, getuigt daarmee niet van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de omstandigheden ook niet onbegrijpelijk.
eigenhandigwijzigen, zo volgt uit de arbeidsovereenkomst tussen de piloot en NetJets en de
Operations Manual. De werknemer kan verzoeken de ‘
Gateway Airport’ te wijzigen, maar deze wijziging behoeft instemming van NetJets. Vervolgens wijst NetJets op basis van de
Gateway Airportde thuisbasis aan. NetJets is dus steeds op de hoogte van (een wijziging van) de thuisbasis. In dit licht valt niet in te zien waarom het toekennen van gewicht aan het begrip ‘thuisbasis’ bij de beoordeling van de plaats van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt in dat geval zou kunnen leiden tot een voor NetJets onvoorspelbare bevoegdheid.
Ryanair-arrest dat de thuisbasis door de exploitant wordt bepaald, en niet door het toeval of door de werknemer. Volgens NetJets ligt in deze overweging
a contrariobesloten dat wanneer de thuisbasis wél door de werknemer wordt bepaald, aan dit begrip niet hetzelfde gewicht kan worden toegekend als wanneer de thuisbasis door de exploitant wordt bepaald. [36]
Operations Manualde thuisbasis van de piloot aanwijst. De wijze waarop NetJets tot die aanwijzing komt, is daarbij niet van belang.
de factodoor de piloot wordt bepaald en kan worden gewijzigd. De klacht dat het hof dit met zijn beslissing heeft miskend, faalt daarom.
van waaruitde piloot zijn werkzaamheden verricht in de zin van art. 21 lid Pro 1, sub b, onderdeel i, Verordening Brussel I-bis, acht moet worden geslagen op ‘alle omstandigheden die de werkzaamheid van de werknemer kenmerken’ en het feit dat het bij NetJets aan de piloten is overgelaten om hun thuisbasis te bepalen, ontegenzeggelijk één van die omstandigheden is.
Koelzsch-arrest, heeft het hof miskend dat Schiphol alleen in geval (ii) als zodanig kan worden aangemerkt. Dit betekent eveneens dat het hof heeft miskend dat het vertrek vanaf Schiphol slechts in geval (ii) is te duiden als ‘met name’ mee te wegen aanwijzing dat de piloot zijn werkzaamheden vanuit Nederland verrichtte.
Koelzsch, waarin de werknemer werkzaam was in de sector van het internationaal wegvervoer, heeft het HvJEU in het kader van art. 6 lid Pro 2, onder a, EVO overwogen dat de nationale rechter voor de vaststelling van de plaats waar of van waaruit de werknemer gewoonlijk werkt, rekening moet houden met alle elementen die de werkzaamheid van de werknemer kenmerken. [37] Met name moet hij vaststellen:
Voogsgeerdwas de werknemer werkzaam als machinist in de zeevaartsector. Het HvJEU herhaalde, wederom in de context van art. 6 lid Pro 2, onder a, EVO, dat de nationale rechter rekening moet houden met alle elementen die de werkzaamheid van de werknemer kenmerken. ‘Gelet op de aard van de werkzaamheden in de zeevaartsector’ heeft het HvJEU met name van belang geacht de plaats van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht, instructies voor zijn opdrachten ontvangt en zijn werk organiseert, en de plaats waar zich de arbeidsinstrumenten bevinden. [39] Het HvJEU heeft verder overwogen:
Koelzsch-arrest heeft geformuleerd. In de literatuur wordt doorgaans aangenomen dat het HvJEU de aanwijzingen in
Voogsgeerdspecifiek heeft toegespitst op de zeevaartsector. [41]
Ryanair-arrest heeft het HvJEU slechts in algemene zin overwogen dat de nationale rechter een aantal aanwijzingen, waaronder de plaats van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht, in zijn beschouwing moet betrekken. [42] Het HvJEU heeft niet uitgelegd hoe ‘de plaats van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht’ moet worden bepaald in de context van het hoofdgeding, waarin de werknemers werkzaam waren als stewards en stewardessen en hun functies de veiligheid en verzorging van passagiers, verkoop aan boord en schoonmaak omvatten. [43] De conclusie van A-G Saugmandsgaard Øe bevat een opsomming van de ‘relevante aanwijzingen voor de bepaling van de plaats ‘van waaruit de werknemer zijn verplichtingen hoofdzakelijk vervult in de omstandigheden van het hoofdgeding’. [44] Hierin ontbreekt ‘de plaats van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht’ als relevante aanwijzing. In de omstandigheden van het hoofdgeding wordt door de A-G overwegend belang gehecht aan de plaats waar de werknemers hun werkdag begonnen en beëindigden. [45]
Ryanair-arrest wél een specifieke invulling gegeven aan de eveneens in het
Koelzsch-arrest genoemde aanwijzing van ‘de plaats waar zich de arbeidsinstrumenten bevinden’, door te overwegen dat dit de plaats is waar de luchtvaartuigen aan boord waarvan de werkzaamheden gewoonlijk worden verricht, gestationeerd zijn. [46] Daarnaast breng ik in herinnering dat het HvJEU heeft overwogen dat in het kader van de burgerluchtvaart het begrip ‘thuisbasis’ een factor is die een belangrijke rol kan spelen bij de bepaling van de aanwijzingen die het HvJEU in zijn rechtspraak (waaronder het
Koelzsch-arrest) heeft vermeld. [47]
Silo-Tank. [50] In deze zaak was de vraag aan de orde welk recht van toepassing was op arbeidsovereenkomsten van Hongaarse vrachtwagenchauffeurs die hun transportopdrachten in verreweg de meeste gevallen begonnen en eindigden in Nederland. De werkgever had gesteld dat de vervoersopdrachten werden verricht vanuit Hongarije, waar de werknemers hun woonplaats hadden, omdat de werkgever de aanreistijd van de werknemers vanuit hun woonplaats naar de opstapplek (doorgaans in Nederland) en de terugreistijd van de afstapplek (doorgaans in Nederland) terug naar hun woonplaats als werktijd aanmerkte. Het hof heeft deze stelling verworpen en daartoe overwogen dat het werk van de werknemers het chaufferen op een vrachtwagen gedurende internationale ritten was, niet het reizen naar de plek van waaruit de rit met de vrachtwagen begon of het terugreizen vanaf de afstapplek. [51]
Silo-Tank, de reis vanuit de
woonplaatsvan de piloot niet ter discussie, maar gaat het om de reizen van de piloot vanaf de thuisbasis van de piloot (Schiphol) als passagier met een lijnvlucht naar een andere luchthaven, waar de piloot overstapt op een NetJets-toestel, waarvan hij de piloot is. Deze reizen zijn onderdeel van de ‘
duty period’ (dienstperiode) van de piloot. [52] Het hof heeft bij de bepaling van de aanwijzing ‘de plaats van waaruit de werknemer zijn opdrachten verricht’ ook belang gehecht aan de omstandigheid dat Schiphol is aangewezen als de thuisbasis van de piloot. Dit oordeel getuigt, zoals reeds hierboven bleek, niet van een onjuiste rechtsopvatting.
Koelzsch-arrest. Uit het voorgaande volgt dat deze lezing onjuist is, zodat de klachten falen bij gebrek aan feitelijke grondslag.