Conclusie
Het eerste middel en de bespreking daarvan
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte is veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige echtgenote. Het hof legde een gevangenisstraf van twaalf weken op, waarvan zes weken voorwaardelijk, en een vrijheidsbeperkende maatregel met een contact- en gebiedsverbod voor twee jaren, die dadelijk uitvoerbaar werd verklaard. De verdachte werd tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
De verdachte stelde in cassatie onder meer motiveringsklachten aan het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel. De Procureur-Generaal concludeerde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom ernstig rekening moest worden gehouden met herhaling van strafbaar gedrag, gelet op de aard van het misdrijf, de plaats van het geweld, eerdere mishandeling en de lopende echtscheidingsprocedure met conflicten.
Daarnaast werd geklaagd over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, wat door de Hoge Raad werd erkend en leidde tot strafvermindering van de opgelegde gevangenisstraf. De overige klachten werden verworpen. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en wees het beroep voor het overige af.
Uitkomst: Bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van vrijheidsbeperkende maatregel bevestigd; gevangenisstraf verminderd wegens termijnoverschrijding.