Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige echtgenote tijdens een echtscheidingsprocedure. Het hof legde een gevangenisstraf van twaalf weken op, waarvan zes voorwaardelijk, en een vrijheidsbeperkende maatregel voor twee jaar met een gebieds- en contactverbod. Dit verbod werd dadelijk uitvoerbaar verklaard op grond van artikel 38v lid 4 Sr, vanwege het ernstige risico op herhaling.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechter bij het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid moet motiveren dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, waarbij het hof voldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte opnieuw geweld kan gebruiken. De feiten, waaronder eerdere mishandeling en de conflicten tijdens de echtscheidingsprocedure, ondersteunen dit oordeel.
Het cassatieberoep richtte zich ook op de overschrijding van de redelijke termijn, wat de Hoge Raad gegrond acht, maar zonder verdere gevolgen. Het beroep wordt verder verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en het dadelijk uitvoerbaar contact- en gebiedsverbod wegens poging zware mishandeling.