ECLI:NL:PHR:2022:493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
De verdachte is bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens diverse strafbare feiten, waaronder het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie en de Opiumwet. Tegen dit arrest heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep omdat hij niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie heeft ingediend. Dit is vereist op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling zal nemen en de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren. Er wordt tevens vermeld dat er samenhang bestaat met een andere zaak, waarin ook een conclusie zal worden gegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van schriftelijke middelen van cassatie.