ECLI:NL:PHR:2022:52
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt meerdaadse samenloop bij bezit harddrugs en voorbereidingshandelingen
De zaak betreft een verdachte die op 3 februari 2016 in Dordrecht werd veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van meerdere harddrugs en het voorbereiden van een drugshandel door het voorhanden hebben van diverse voorwerpen die daarvoor bestemd waren. De verdediging stelde dat sprake was van eendaadse samenloop tussen deze feiten, wat zou betekenen dat het om één strafbaar feit zou gaan. Het hof oordeelde echter dat er sprake was van meerdaadse samenloop, omdat de strafbepalingen verschillende doelen dienen en de feiten los van elkaar kunnen worden gezien.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat eendaadse samenloop zich voordoet wanneer hetzelfde feit onder omstandigheden tevens een ander strafbaar feit oplevert, en dat dit niet het geval is bij de combinatie van bezit en voorbereidingshandelingen in deze zaak. Het hof had terecht geoordeeld dat het bezit van drugs en het voorhanden hebben van voorwerpen voor de handel verschillende strafbare feiten zijn met een verschillende strekking.
De Hoge Raad benadrukte dat de strafrechtelijke toetsing in cassatie beperkt is en dat de feitenrechter binnen het strafmaximum vrij is in de waardering van de straf en de kwalificatie van de feiten. De Hoge Raad wees ook op het belang van het voorkomen van onevenredige bestraffing, maar stelde vast dat de opgelegde straf ruim onder het maximum blijft. Het cassatieberoep faalde en werd verworpen, waarmee het arrest van het hof stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de meerdaadse samenloop wordt bevestigd.