“1. Een proces-verbaal van bevindingen aanleiding onderzoek met nummer PL1100-2016250522-3 van 11 november 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s 46-47).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):
Aanleiding onderzoek:
Op 18 september 2016 was een melding binnengekomen terzake een verdachte situatie op het adres [a-straat 1] in [plaats] en in onderzoek genomen. Er was gemeld dat er op het dak van een bedrijfspand een extra schoorsteen was geplaatst. Sinds enige tijd was er ook een zoemend geluid hoorbaar, komende uit het pand. Dagelijks reden voertuigen naar binnen en bleven soms kort en soms langere tijd in het pand. Het betroffen de kentekens [kenteken 1] , [kenteken 2] en [kenteken 3] .
Onderzoek DIK:
Uit onderzoek bleek dat de voertuigen met de kentekens [kenteken 2] en [kenteken 1] op naam staan van:
[verdachte]
Geboren [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats]
[b-straat 1] [plaats]
Het kenteken [kenteken 3] staat op naam van:
[betrokkene 1]
Geboren [geboortedatum] 1983
[c-straat 1] [plaats]
De vorige tenaamgestelde van deze auto was [verdachte]
2. Een proces-verbaal van bevindingen observatie camera met nummer PL1100-2016250522-30 van 27 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s 53-54).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één van hen):
Naar aanleiding van een vooronderzoek is gebleken dat er mogelijk sprake was van de aanwezigheid van een hennepplantage op het adres [a-straat 1] te [plaats] , gemeente Haarlemmermeer.
Op verzoek van het onderzoeksteam werd een observatiecamera geplaatst op 15 november 2016 tot en met 23 november 2016, met zicht op de enige toegangsdeur van het bedrijfspand.
Analyse beelden:
- 17-11-2016, 14:00 uur: [betrokkene 2] opent beide sloten op de deur van het pand middels een sleutel. Hij gaat het pand binnen via de loopdeur in de overheaddeur. Hij opent de overheaddeur en rijdt de witte bedrijfsauto, op naam van [verdachte] , naar binnen en sluit de deur.
-17-11-2016, 14:35 uur: [betrokkene 2] opent de overheaddeur en rijdt de bedrijfsauto weer naar buiten. Vervolgens sluit hij de overheaddeur.
- 19-11-2016, 11:11 uur: [betrokkene 2] opent beide sloten op de deur van het pand middels een sleutel. Hij gaat dan het pand binnen via de loopdeur.
- 19-11-2016, 11:43 uur: [betrokkene 2] komt naar buiten met een gevulde vuilniszak in zijn linkerhand. Hij sluit de deur af middels de sleutel op beide sloten.
In de observatieperiode hebben er geen andere personen het pand betreden, met uitzondering van 23 november 2016, toen omstreeks 19:00 uur zowel [betrokkene 2] , als zijn zoon [verdachte] , het pand betreden, weer verlieten en werden aangehouden.
3. Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij met nummer PL1100-2016250522-1 van 1 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s 73-80).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen):
Op 9 september 2016 stelden wij een onderzoek in naar mogelijke teelt van hennep in een bedrijfspand op het adres [a-straat 1] te [plaats] , gemeente Haarlemmermeer. Ter vaststelling van de identiteit van de onbekende gebruikers van het bedrijfspand, werd een observatiecamera geplaatst.
Op 23 november 2016 te 19.02 uur kregen wij verbalisanten een melding binnen dat de bewegingsmelder werd geactiveerd. Te 19:36 uur werd gezien dat twee mannen het bedrijfspand verlieten. Na aanspreken van deze mannen bleek dat zij roken naar de geur van hennepplanten. De beide mannen werden vervolgens aangehouden terzake overtreding van de Opiumwet.
Verdachten genaamd:
[betrokkene 2] .
[verdachte] .
[betrokkene 2] was in het bezit van de toegangssleutel van het pand. Wij betraden het pand.
Gelijk na binnenkomst in het pand roken wij verbalisanten een lichte hennepgeur. Wij zagen dat in het magazijn een houten pallet stond met daarop een groot aantal zakken teelaarde. Tevens zagen wij een zwaar vervuilde (slakkenhuis) ventilator op de grond liggen.
Op de verdiepingsvloer stond een pallet met daarop een aantal kweekbakken (onderbakken). De bakken waren vervuild met teelaarde.
In eerste instantie was niet zichtbaar waar de kweekruimte was gevestigd in het gebouw. We zagen dat op een gestucte wand, haaks, ijzeren rails waren geschroefd met plankendragers met daarop houten planken. Na onderzoek zagen wij dat twee ijzeren rails en een plank de naden van een verborgen deur afdekten. Wij hebben door kracht uit te oefenen een deur geopend. De deur bleek de toegang te zijn tot de kweekruimte met hennepplanten.
Na het binnentreden zagen wij dat in de ruimte een houten verdiepingsvloer was gebouwd. Wij zagen dat op de begane grond twee ruimtes waren gebouwd en ingericht als kweekruimte met hennepplanten. Via een houten trap was de verdiepingsvloer bereikbaar. We zagen dat deze ruimte was verdeeld in twee ruimtes. Rechts was een ruimte ingericht als kweekruimte. De ruimte links werd gebruikt als opslag van aan hennep gerelateerde goederen en materialen. Wij hebben de ruimtes genummerd van A t/m C.
Wij zagen dat de ruimtes A en B op gelijke wijze waren gebouwd en ingericht als professionele hennepkwekerij. Wij zagen dat de voor de hennepkwekerij ingerichte ruimte door middel van folie, isolatiemateriaal en betimmering, kunstmatig werd afgesloten met betrekking tot licht, lucht en geluid. Wij zagen dat de luchtvoorziening en verversing in de ruimte kunstmatig werd geregeld door middel van een luchtafzuigsysteem met luchtafzuigers, koolstoffiIters en ventilatoren. Wij zagen dat de belichting in de ruimte kunstmatig werd geregeld door middel van assimilatielampen, aangestuurd door een tijdklok.
Na telling stonden er in totaal 674 hennepplanten (333 hennepplanten in ruimte A en 341 hennepplanten in ruimte B).
Wij zagen dat de hennepplanten van water en voeding werden voorzien door middel van een pijpensysteem met sproeiers. Wij zagen dat de bewatering van de hennepplanten niet was geautomatiseerd. Het bewateren van de planten werd handmatig geregeld. Wij zagen dat de hennepplanten groen van kleur waren, zonder kenmerken van verdroging. Wij zagen in de verkleuringen in de teelaarde dat de planten, kennelijk kort voor aantreffen voorzien waren van water. De kweekwijze die werd toegepast houdt in dat hennepplanten enkele malen per week, moeten worden voorzien van water en voeding door het pompsysteem handmatig in werking te zetten om verdroging te voorkomen.
4. Een proces-verbaal van bevindingen aanvullend met nummer PL1100-2016250522-35 van 6 september 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] .
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Naar aanleiding van het verzoek, met als onderwerp PL 1100-2016250522 [verdachte] met parketnummer 23-004390-18, alwaar de raadsman van de verdachte het verzoek heeft gedaan om antwoord te geven op een aantal vragen, betrekking hebbende op het proces-verbaal met paginanummer 73 t/m 80, kan ik het volgende verklaren.
Ik heb gezien dat de aarde nat was en donkerder gekleurd was op de plekken waar het irrigatiesysteem gesitueerd was, namelijk in de getimmerde plantenbakken alwaar de hennepplanten zich in bevonden. Er was een duidelijk verschil tussen de natte teelaarde in de bakken en droge aarde in onder andere de plantenpotten waar reeds de verlepte hennepplanten werden aangetroffen. Ik zag dat de aarde in de bakken waarin de hennepplanten stonden, nat was.
Zoals omschreven in het proces-verbaal ‘aantreffen hennepkwekerij’, is de temperatuur tijdens een kweek tussen de 26 en 28 graden Celsius in de kweekruimte. Tevens is er een constante luchtstroom. Gezien voorstaande is de kans op verdroging groot als er niet regelmatig bewaterd wordt. In dit geval was er vlak voor het aantreffen van deze kwekerij bewaterd. Dit was langer dan minuten, daar het irrigatiesysteem reeds opgedroogd was. Het was korter dan dagen, daar de aarde bovenop nog nat was.
5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2016250522-27 van 3 december 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina 68).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Ik hield op 23 november 2016, samen met collega [verbalisant 4] , verdachte [verdachte] aan. Wij roken, tijdens de aanhouding, dat verdachte [verdachte] sterk rook naar de geur afkomstig van hennepplanten.
Ik plaatste, samen met collega [verbalisant 4] , de aangehouden verdachte achter in ons politievoertuig. Wij roken dat de kleding, van verdachte [verdachte] , nog steeds sterk rook naar hennepplanten.
Ik zag dat de kleding van de verdachte in een afgesloten kluis werd gedaan. Ik rook op dat moment dat de kleding van de verdachte nog steeds erg rook naar hennepplanten. Voordat de kleding in de kluis werd gestopt, rook ik dat de kluis nog niet naar hennepplanten rook.
Nadat de kluis was afgesloten, heb ik die laten openen. Ik rook weer een sterke lucht van hennepplanten, afkomstig van de schoenen.
6. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2016250522-36 van 2 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] .
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Naar aanleiding van het verzoek, met als onderwerp PL1100-2016250522 [verdachte] met parketnummer 23-004390-18, alwaar de raadsman van de verdachte het verzoek heeft gedaan om antwoord te geven op een aantal vragen, betrekking hebbende op het proces-verbaal met paginanummer 69 (het hof begrijpt: paginanummer 68), kan ik het volgende verklaren.
Ik kan mij herinneren dat het flexteam via de meldkamer assistentie vroeg bij een bedrijfspand in [plaats] op de [a-straat 1] . Op dat moment was ik samen met collega [verbalisant 3] .
Zowel ik, verbalisant, als mijn collega [verbalisant 3] roken de hennepgeur bij onze aangehouden verdachte [verdachte] . Dit hebben wij samen, nadat de verdachte in het cellencomplex is afgezet, in de auto besproken.
Wij roken een sterke hennepgeur tijdens de aanhouding bij het aanbrengen van de transportboeien. Tevens rook ik in ons dienstvoertuig nog steeds een weeïge geur welke ik ambtshalve herken als zijnde hennepgeur. Deze lucht zat voor de aanhouding van de verdachte nog niet in ons dienstvoertuig. Het was een geur die in het algemeen van zijn kleding afkomstig was.”