ECLI:NL:PHR:2022:568

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2022
Publicatiedatum
13 juni 2022
Zaaknummer
20/04375
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen inbraak en diefstal met bewijsmiddelen en zwijgen verdachte

De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot elf maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van inbraak in een woning en diefstal uit een brasserie in België. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder getuigenverklaringen, DNA-sporen, aangetroffen gestolen goederen en inbrekerswerktuigen in de auto van verdachte, camerabeelden en telefoondata die aanwezigheid op de plaatsen van de feiten aantonen.

De verdediging voerde in cassatie aan dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat verdachte wist van of betrokken was bij de inbraak en diefstal, en dat het hof geen consequenties mocht verbinden aan het zwijgen van verdachte. De Hoge Raad overweegt dat medeplegen vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, en dat het hof terecht het zwijgen van verdachte heeft meegewogen omdat verdachte geen aannemelijke ontkenning heeft gegeven.

De Hoge Raad bevestigt dat het hof voldoende feiten en omstandigheden heeft vastgesteld die wijzen op betrokkenheid van verdachte, zoals afspraken met de medeverdachte, aanwezigheid van verdachte en diens auto nabij de misdaadlocaties, en het aantreffen van gestolen goederen en inbrekerswerktuigen in de auto. De middelen falen en het cassatieberoep wordt verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat verdachte veroordeelde voor medeplegen van inbraak en diefstal blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer20/04375

Zitting14 juni 2022
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

Inleiding

1. De verdachte is bij arrest van 16 december 2020 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens 1 primair “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming” en 2 primair “diefstal door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf maanden met aftrek van voorarrest. Het hof heeft daarbij beslist over inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen en over de vordering van de benadeelde partij.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 20/04376. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Namens de verdachte heeft A.P. Visser, advocaat te ’s-Gravenhage, twee middelen van cassatie voorgesteld.

De middelen

4. Het eerste middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde (medeplegen van inbraak in een woning in [plaats] in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juli 2018) niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het tweede middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde (medeplegen van diefstal uit een brasserie in Knokke-Heist, België, in de periode van 25 juli 2018 tot en met 26 juli 2018) niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
5. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. Voordat ik de middelen bespreek, geef ik de bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof weer.
De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof
6. Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:
“1 primair
hij in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juli 2018 te [plaats], tezamen en in vereniging met een ander, sleutels, een zwarte rugzak en een oestermes, dat toebehoorde aan [aangever], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming.
2. primair
hij in de periode van 25 juli 2018 tot en met 26 juli 2018 te Knokke-Heist, België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ongeveer 1860 euro en een horloge (merk Diesel) en een trouwring en sleutels, in elk geval enig goed, dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.”
7. Het hof heeft deze bewezenverklaring gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 17-19), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:
Op 26 juli 2018, omstreeks 00.55 uur, surveilleerden wij in het Havengebied van Vlissingen Oost. Het is ons ambtshalve bekend dat in dit gebied veel diefstallen en drugsgerelateerde activiteiten plaatsvinden. Wij zagen een zwart gekleurde personenauto merk Renault type Clio, voorzien van het kenteken [kenteken]. Wij hoorden van collega’s dat de tenaamgestelde van dit kenteken bekend was bij de politie ter zake woninginbraken. Kort voor de afslag naar tankstation De Vliedberg gaven wij een stopteken aan de bestuurder van de Renault Clio. Wij zijn de Renault gevolgd in de richting van de parkeerplaats achter tankstation De Vliedberg. Daar stopte deze auto en hebben wij beide inzittenden gecontroleerd. De bestuurder bleek genaamd [verdachte], geboren [geboortedatum] 1992. De bijrijder bleek genaamd [medeverdachte], geboren op [geboortedatum] 1987. Op ons verzoek hebben collega’s [verbalisant 3] en [verbalisant 4] een onderzoek ingesteld in de personenauto bestuurd door [verdachte].
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 20-22), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4]:
Ik deed dienst met politiefunctionaris [verbalisant 3]. Voor het opvallende dienstvoertuig van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] reed een Renault Clio voorzien van het kenteken [kenteken]. Ik zag dat dit kenteken was afgegeven op naam van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats]. Ik zag dat [verdachte] gekend was voor een grote hoeveelheid woninginbraken en inbraken uit hotel/pension. Over de portofoon hoorde ik van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat er twee mannen in de Renault zaten en dat een ervan nog gesignaleerd stond voor aanhouding buiten heterdaad voor een diefstal De bijrijder zou voorkomen voor inbraken. Wij, [verbalisant 4] en [verbalisant 3], besloten het voertuig te onderzoeken. [verdachte] werd verzocht uit te stappen en naast het voertuig plaats te nemen. Ik begon het onderzoek aan de bijrijderszijde van het voertuig. Er lag een boodschappentas. In de boodschappentas zag ik een heleboel briefjes geld zitten, allemaal kleine coupures van 5, 10 en 20 euro. Ik zag ook een boel kleingeld. Ik zag ook een muntendispenser in de tas zitten, zoals gebruikt wordt in de horeca. Ik zag een gripzakje met wat sleutels liggen waarop stond ‘lift’. Deze combinatie van goederen leek mij op de inhoud van een kassalade. Ik zag ook zilveren ringen en andere sieraden in de tas zitten. Ondertussen toonde politiefunctionaris [verbalisant 3] mij twee tangen die hij onder de bestuurdersstoel vandaan haalde. Hieruit rees bij mij de verdenking jegens de twee verdachten van het voorhanden hebben van inbrekerswerktuigen.
[verbalisant 3] toonde mij een zwarte rugzak die open was. Ik zag in de tas veel goudkleurige sieraden zitten en gereedschappen zoals schroevendraaiers.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 23-24), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6]:
Op 26 juli 2018, omstreeks 05.00 uur, kregen wij het verzoek om het voertuig [kenteken] te doorzoeken. Dit voertuig was eerder deze avond overgebracht van tankstation De Vliedberg, gelegen aan de A58 ter hoogte van Heinkenszand, naar het politiebureau te Goes. Wij, verbalisanten, hebben het voertuig onderzocht.
Hieronder een opsomming van goederen:
- 2 schroevendraaiers (platte bek);
- zwarte tas met diverse sieraden;
- bigshopper met biljetten en muntgeld, totale waarde € 752,20;
- diverse sleutels;
- drie ringen.
4. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 26 juli (dossierpagina’s 103-107), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] (met betrekking tot feit 1):
Ik, [aangever], doe mede namens [betrokkene 1], aangifte van inbraak. Iemand heeft zonder mijn toestemming mijn woning aan de [a-straat 1] in [plaats] door een raam open te breken
(het hof begrijpt: en de woning te)betreden.
Op 23 juli 2018, omstreeks 13.00 uur vertrokken wij, ik mijn vrouw en onze drie kinderen op vakantie. Voordat wij vertrokken sloot ik alle deuren met slot en sleutel.
Op 25 juli 2018, omstreeks 12.00 uur, kwamen wij terug thuis. Ik zag aan de voorzijde direct dat het middelste raam op de eerste verdieping niet meer op de kantelstand stond. Ik zag dat het raam met kozijn naar binnen geduwd was. Wij zijn toen samen naar de achterzijde van de woning gegaan. Ik zag bij het lopen over de oprit dat het keukenraam aan die kant ook geopend was. Via de trap liepen wij naar de overloop. Hier bekeek ik eerst het raam aan de voorzijde. Ik zag dat het raam volledig ontzet was. Ik zag dat het raam los tegen het kozijn geplaatst was.
5. Het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 31 juli 2018 (dossierpagina’s 112-113), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] wonende te [a-straat 1] te [plaats]:
Vorige week is bij ons ingebroken. Hier hebben wij aangifte van gedaan en de politie heeft een onderzoek gedaan in ons huis. Spullen die gestolen zijn betreffen:
- zwart rugzakje met een label van IKEA.
- twee sleutels, 1 huissleutel en 1 fietssleutel. Hier hangen 2 sleutelhangers aan.
- oestermes, oranje heft met Zeeland Zilt op het mes.
6. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 114-115), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 2]:
Op 23 juli 2018 stond ik omstreeks 15.00 uur voor mijn woning aan het [a-straat 2] in [plaats]. Ik zag dat er via de weg, een doodlopende weg, een voor mij onbekende auto kwam gereden. Ik zag dat de auto een zwarte Renault Clio was. Ik zag dat de auto voorbij mijn woning in de richting van het [a-straat 1] reed. Ik zag dat in de auto twee jonge mannen zaten. Ik zag dat de mannen een zuiders uiterlijk hadden. Hiermee bedoel ik licht getint. (...) Toen ze later terugreden, besloot ik het kenteken te onthouden en op te schrijven: [kenteken].
(het hof begrijpt dat hier gelet op het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2018 op dossierpagina’s 52 en 53, gelezen moet worden [kenteken]).
(..) Als mensen hier verkeerd rijden zie je ze gelijk weer terug maar bij deze auto duurde het een tijdje tot ze terug kwamen.
7. Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 27 juli 2018 (dossierpagina’s 30-33), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 7]:
Het onderzoek is verricht in een woning bij [aangever], gelegen aan het [a-straat 1] te [plaats].
Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende bevonden en waargenomen. Het kunststofraam van de middelste dakkapel op de eerste verdieping aan de voorzijde van de woning was door de dader(s) benaderd.
Aangever toonde mij een vliegenhor die in de sponning van het raam van de middelste dakkapel aan de buitenzijde aanwezig diende te zijn. (..) Omdat het raam op de kantelstand stond werd door de dader het kunststofraam door de vergrendeling gedrukt, waarna het raam geopend werd. Via het geopende raam klom de dader de woning binnen waarbij deze op de zitting van een kunststof bureaustoel had gestaan om de overloop van de eerste verdieping te bereiken.
Vanaf de overloop waren alle vetrekken in de woning onbelemmerd te betreden. Ik zag dat er op de deur van de inloopkast op de overloop een rode substantie aanwezig was. Toen ik deze rode substantie had getest, bleek het te gaan om bloed. Hierna stelde ik het bloed veilig (AALJ2942NL). Op de voordeur ter hoogte van de deurklink trof ik wederom bloed aan (AALJ2941NL).
8. Het NFI-rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een inbraak gepleegd in [plaats] op 23 juli 2018 d.d. 23 augustus 2018 (dossierpagina’s 36-40), voor zover inhoudende als bevindingen van NFI-deskundige [betrokkene 3]:
SIN en omschrijving
Beschrijving DNA-profiel
Celmateriaal kan afkomstig zijn van
Matchkans
AALJ2941NL#01 bloed
DNA-profiel van een man
[medeverdachte]
Kleiner dan 1 op 1 miljard
AALJ2942NL#01 bloed
DNA-profiel van een man
[medeverdachte]
Kleiner dan 1 op 1 miljard
9. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2018 (dossierpagina 54), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 8]:
Aangever gaf aan een zwarte rugzak met een labeltje ‘IKEA’ en een oranje oestermes met het opschrift ‘Zeeland Zilt’ te missen.
Op basis van deze verklaring heb ik de onder verdachten in beslag genomen goederen nader bekeken. Ik zag dat hier een zwarte rugzak met aan de achterzijde een label met het opschrift ’IKEA’ aanwezig was. Ook zag ik een mes met een klein lemmet en oranje handvat met hierop het opschrift ‘Zeeland Zilt’.
10. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018, met bijlagen (dossierpagina’s 94-102), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10], werkzaam bij de politie Damme/Knokke-Heist (België):
(p. 95)
Plaats en datum/uur van de feiten: 25/07/2018 om 20.30 uur - 26/07/2018 om 9.20 uur te Knokke-Heist, Lippenslaan […], drankgelegenheid.
Kort relaas modus operandi:
[A] is een brasserie die zich op het gelijkvloers van een appartementsgebouw bevindt. De zaak kan via de voordeur alsook via de gemeenschappelijke delen (die naar de kelder leiden) betreden worden. Onbekende(n) betreden vermoedelijk de zaak via de kelderdeur, echter kunnen wij geen braaksporen vaststellen. De deur was waarschijnlijk in het slot getrokken maar niet gesloten. Via de kelder kan je via de gangen en een trap naar de zaak. De inhoud van de kassa, een enveloppe met geld, sleutel, horloge merk Diesel en een trouwring werden gestolen Totaalbedrag ongeveer 1860 euro bestaande uit biljetten en munten. Trouwring had opschrift XIV-V-MMX en binnenin [betrokkene 4] en [betrokkene 5].
(P. 96)
Op 26/7/2018 verhoren wij [betrokkene 4].
Het verhoor vormt bijlage 2 van onderhavig proces-verbaal (hof: dossierpagina 100)
(p. 100)
Verhoor [betrokkene 4].
Heden op 26/07/2018 kom ik om 9.20 uur aan in mijn zaak gelegen in de Lippenslaan 48 te Knokke. (..) Wanneer ik achter mijn bar kom merk ik dat er wanorde is. Er ligt van alles op de grond. Ik merk op dat de kassa van de zaak werd geopend met de sleutel die er op zat. De volledige inhoud werd meegenomen. Er zat ongeveer 1500 euro in de kassa. Er lag ook een enveloppe met spaargeld achter de toonbank. Daar zat nog eens 360 euro in. Deze werd leeggehaald. In de kassa lag de trouwring van mijn vrouw. De ring betreft een witgouden ring met 1 diamant er in. Op de buitenzijde van de ring stond de trouwdatum 14/05/2010 in Romeinse cijfers XIV-V-MMX.
Er staat ook [betrokkene 4] en [betrokkene 5] in de ring. Wij hebben gisteren de zaak om 20.30 uur verlaten. In de kassa zaten ook de sleutels van de zaak en het appartement boven de zaak. Deze zijn eveneens gestolen.
11. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2018 (dossierpagina’s 55-56), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 11]:
Op 27 juli 2018 is er door collega [verbalisant 12] van de districtsrecherche Zeeland contact opgenomen met aangever [betrokkene 4] en zijn vrouw [betrokkene 5]. Hij heeft diverse foto’s van goederen die
(hof: op 26 juli 2018)zijn aangetroffen in het voertuig van verdachten naar hem gemaild en gevraagd of ze spullen herkenden als zijnde hun eigendom. Ze herkenden de spullen op foto
1 (hof: ring met ingegraveerde letters, dossierpagina 57), foto 6
(hof: muntendispenser, dossierpagina 59)en de sleutels op foto 5, behalve de sleutels met de zwarte sleutelhanger
(hof: dossierpagina 59), als zijnde hun eigendom, gestolen tijdens de inbraak in hun horecazaak.
12. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2018 met bijlagen (dossierpagina’s 60-64), voor zover inhoudende als bevindingen van [verbalisant 11]:
Naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel uitgevaardigd door de officier van Justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk aan België is onder andere naar voren gekomen dat het kenteken [kenteken] van de zwarte Renault Clio, waarin de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] werden aangehouden op 25 juli 2018 om 23:24 een ANPR camera in België heeft gepasseerd.
Het proces-verbaal waarin de ANPR-hit wordt beschreven is als bijlage bij dit proces-verbaal bijgevoegd (hof: dossierpagina’s 62-64).
(...)
Politieambtenaar [verbalisant 8] heeft per e-mail contact gelegd met een team in België dat de camerabeelden uitkijkt. Zij heeft gevraagd of de camerabeelden al waren uitgekeken. Inspecteur van politie [verbalisant 13] van de Dienst Technologische Politie van Politiezone Damme/Knokke-Heist heeft naar aanleiding van deze vraag het onderstaande bericht:
Ik heb de camerabeelden van onze Politiezone inzake de inbraak op 25-26/07 bekeken.
Alleen de route van het voertuig is te zien.
25/7 om 23.24.56: ANPR-registratie (rotonde Elizabethlaan-Koningslaan)
23.25.14 uur: voertuig verlaat de rotonde en vervolgt de Elizabethlaan richting Lippenslaan.
23.25.30 uur: voertuig verlaat de Elizabethlaan en volgt de Lippenslaan richting Maurice Lippensplein.
(..)
23.26.42 uur: voertuig vervolgt de Lippenslaan nabij Alfred Verweeplein, richting Maurice Lippensplein.
De locatie aan het Alfred Verweeplein waar we om 23.26.42 uur het laatste van het voertuig hebben is nabij de plaats van de inbraak. Dit is gelegen nabij het Alfred Verweeplein, richting Maurice Lippensplein.
13. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 augustus 2018, met bijlagen (dossierpagina’s 70-77), voor zover inhoudende als verklaring van [verbalisant 8]:
Op 25 augustus 2018 deed ik, verbalisant [verbalisant 8], onderzoek aan de onder verdachte [verdachte] in beslag genomen telefoon, merk Samsung, type Galaxy S6.
Ik, verbalisant, heb met behulp van het programma Ufed een tijdlijn gemaakt van de activiteiten die hebben plaatsgevonden met deze telefoon op 23 juli 2018 tussen 08.50 uur en 22:09 en op 25 juli tussen 11.06 uur en 23.46 uur. (...)
Ik, verbalisant, zag dat er op genoemde data berichtenverkeer is via Whatsapp. Ik zag dat het uitgaande telefoonnummer in deze chatgesprekken + [telefoonnummer 1] was. Ik zag dat het binnenkomende nummer in deze chat +[telefoonnummer 2] was. Ik zag dat dit telefoonnummer als contact “[medeverdachte]” was opgeslagen in deze telefoon.
Van het telefoonnummer +[telefoonnummer 2] zijn de gebruikersgegevens opgevraagd. Hieruit bleek dat dit nummer sinds 20 november 2000 op naam staat van [medeverdachte], [b-straat] te ’[plaats].
Op 23 juli 2018 is er via Whatsapp contact tussen telefoonnummer + [telefoonnummer 1] en +[telefoonnummer 2]. In dit chatgesprek wordt duidelijk dat er tussen hen een afspraak wordt gemaakt voor die dag. Hieronder is een deel van het berichtenverkeer weergegeven gezien vanuit het telefoonnummer +[telefoonnummer 1]
08:50 uur van +[telefoonnummer 2]: Slaap je nog
08:53 uur naar +[telefoonnummer 2]: Net wakker
08:53 uur naar +[telefoonnummer 2]: Ga douche kom ik langs jou
08:54 uur naar
(het hof begrijpt dat bedoeld wordt: van)+ [telefoonnummer 2]: Oké is goode.
(...)
Ik, verbalisant, zag dat op 23 juli 2018 om 17:24 uur en 17:26 een SMS-bericht binnenkomt van Lycamobile met de inhoud: ‘Welkom in België. Gevolgd door een uitleg over de kosten van gebruik van het mobiele netwerk in België.
Ik, verbalisant, zag in de tijdlijn van 25 juli 2018 dat er Whatsapp-berichtenverkeer was tussen telefoonnummer +[telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2]. In dat gesprek wordt duidelijk dat er wordt afgesproken. Hieronder wordt een deel van het berichtenverkeer weergegeven gezien vanuit het telefoonnummer +[telefoonnummer 1].
(...)
11:55 uur naar +[telefoonnummer 2]: Zie je strx dan
11:55 uur van +[telefoonnummer 2]: Ja
(...)
Ik verbalisant zag dat op 25 juli om 21:42 uur drie keer cookies van ‘lance.citymeshinternet.be’ op het nummer +[telefoonnummer 1] binnenkomen. (..) Ik zag dat dit webadres behoorde bij een bedrijf dat wireless hotspots aanbiedt. Ik zag op deze website een knop dekking (...) Ik zag dat deze hotspots enkel in België aanwezig waren.”
8. Het hof heeft ten aanzien van het bewezenverklaarde medeplegen van de feiten 1 en 2 het volgende overwogen:
“Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen onder meer het volgende vast. De Renault Clio van verdachte is op de avond van 25 juli 2018, binnen het tijdsbestek dat de inbraak in de brasserie in België heeft plaatsgevonden, op camera’s in de nabije omgeving gesignaleerd en de telefoon van verdachte was blijkens de daarop aangetroffen cookies die avond ook in België aanwezig. Verder heeft medeverdachte [medeverdachte] bekend de woninginbraak in [plaats] te hebben gepleegd, en uit telefoongegevens blijkt dat hij en verdachte zowel op 23 juli 2018 als 25 juli 2018 met elkaar hebben afgesproken, terwijl voorts op 26 juli 2018 een aantal van de bij beide inbraken gestolen goederen alsmede een aantal inbrekerswerktuigen zijn aangetroffen in de auto van verdachte , waarin hij in de vroege ochtend van 26 juli 2018 samen met [medeverdachte] zat. Naar het oordeel van het hof is aannemelijk dat de Renault Clio van verdachte ook is gesignaleerd in de nabije omgeving van de woning in [plaats] in de periode dat daar werd ingebroken. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat, kort nadat op 23 juli 2018 de bewoners van de woning aan het [a-straat 1] in [plaats] hadden verlaten, getuige [betrokkene 2], vanaf het perceel aan het [a-straat 2] in [plaats], een zwarte Renault Clio met daarin twee licht getinte mannen heeft gezien, dat de getuige een deel van het kenteken heeft genoteerd, te weten [kenteken], en dat deze cijfer/lettercombinatie grote gelijkenis vertoont met het kenteken [kenteken] van de zwarte Renault Clio van verdachte, dat [medeverdachte] heeft bekend de inbraak in [plaats] te hebben gepleegd, dat [medeverdachte] ter terechtzitting bij het hof heeft verklaard heeft verklaard dat hij zelf geen auto heeft, en dat in genoemde auto van verdachte, waarin hij samen met [medeverdachte] zat, op 26 juli 2018 goederen zijn aangetroffen die afkomstig zijn van de inbraak in [plaats]. Deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien maken dat van verdachte verwacht zou mogen worden dat hij een aannemelijke verklaring geeft voor deze omstandigheden die er op duiden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de ten laste gelegde inbraken. Verdachte heeft zich echter voornamelijk op zijn zwijgrecht beroepen. De omstandigheid dat de verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden kan op zichzelf, mede gelet op art. 29, eerste lid, Sv, niet tot het bewijs bijdragen. De rechter mag echter bij zijn bewijsoordeel in aanmerking nemen dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kan worden geacht voor het bewijs van het aan hem tenlastegelegde feit, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven.
Nu verdachte een dergelijke verklaring niet heeft verschaft is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de onder feit 1 primair en 2 primair ten laste gelegde diefstallen.”
De bespreking van de middelen
9. Het eerste middel is gericht tegen de bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde (medeplegen van inbraak in een woning in [plaats] in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juli 2018). Het bevat de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte wist van of betrokken was bij de inbraak of dat hij wist van de herkomst en aanwezigheid van de gestolen goederen in zijn auto. Daarnaast zou het beroep op het zwijgrecht door de verdachte onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd zijn geweest en niet als ondersteuning voor het bewijs kunnen dienen.
10. Het tweede middel is gericht tegen de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde (medeplegen van diefstal uit een brasserie in Knokke-Heist, België, in de periode van 25 juli 2018 tot en met 26 juli 2018). Het bevat de klacht dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de verdachte wist van of betrokken was bij de diefstal, en dat ook niet blijkt van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking daarbij. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat het feit dat de verdachte in België is geweest in de buurt van de locatie van de diefstal en dat een deel van de buit in zijn auto is aangetroffen, nog niet maakt dat hij van die diefstal of aanwezigheid van gestolen goederen in zijn auto wist of dat er een bewuste en nauwe samenwerking met betrekking tot de diefstal is geweest. Ook wordt gesteld dat geen bewuste samenwerking met een ander kan worden aangenomen, omdat überhaupt niet vaststaat dat de diefstal door twee of meer personen is gepleegd.
11. Bij de beoordeling van de middelen moet het volgende worden vooropgesteld over de kwalificatie van ‘medeplegen’. [1] In het geval van medeplegen houden de voorwaarden voor aansprakelijkstelling vooral in dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De beantwoording van de vraag of de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.
12. Ook moet het volgende worden vooropgesteld over het voorhanden hebben van gestolen goederen. [2] Dat enkele voorhanden hebben is niet voldoende voor de conclusie dat de verdachte die goederen heeft gestolen of dat sprake is van medeplegen. Voor de beoordeling van de betekenis van dat voorhanden hebben, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang. Bij die beoordeling kan een rol spelen of de verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven voor dat voorhanden hebben. Een weigering een verklaring af te leggen kan op zichzelf niet tot het bewijs bijdragen, maar de rechter mag het in zijn bewijsoverwegingen betrekken indien de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met het verdere bewijs redengevend voor de bewezenverklaring is geen aannemelijke ontzenuwende verklaring heeft gegeven. Indien wel kan worden vastgesteld dat de diefstal door meerdere personen is begaan maar niet door wie, en de verdachte kort na de diefstal wordt aangetroffen in omstandigheden die op betrokkenheid bij de diefstal duiden, kan het uitblijven van een aannemelijke verklaring van de verdachte van belang zijn voor de bewezenverklaring van medeplegen.
13. Het hof heeft in zijn arrest vastgesteld:
(i) dat in de periode van 23 juli 2018 tot en met 25 juli 2018 een inbraak is gepleegd in een woning in [plaats];
(ii) dat in de periode van 25 juli 2018 tot en met 26 juli 2018 een inbraak is gepleegd in een brasserie in Knokke-Heist, België;
(iii) dat de verdachte en de medeverdachte op 23 juli 2018 en 25 juli 2018 met elkaar hebben afgesproken;
(iv) dat na de inbraak in [plaats] een DNA-spoor van de medeverdachte is aangetroffen;
(v) dat de medeverdachte heeft bekend de inbraak te hebben gepleegd;
(vi) dat de medeverdachte heeft verklaard dat hij zelf geen auto heeft;
(vii) dat aannemelijk is dat de auto van de verdachte is gezien nabij de woning in [plaats] in de periode dat daar werd ingebroken;
(viii) dat de auto van de verdachte op de avond van 25 juli 2018, binnen het tijdsbestek waarin de inbraak in Knokke-Heist, België, heeft plaatsgevonden, op camera’s in de nabije omgeving is gesignaleerd;
(ix) dat de telefoon van de verdachte op de avond van 25 juli 2018 ook in België aanwezig was;
(x) dat de auto van de verdachte op 26 juli 2018 omstreeks 00.55 uur in het Havengebied van Vlissingen Oost is gesignaleerd;
(xi) dat de auto en de beide inzittenden zijn gecontroleerd;
(xii) dat de verdachte de bestuurder van de auto was en de medeverdachte de bijrijder;
(xiii) dat in de auto bij de inbraak en diefstal gestolen goederen en inbrekerswerktuigen zijn aangetroffen.
14. Het hof heeft de verdachte veroordeeld wegens het medeplegen van de inbraak en de diefstal. Het heeft daartoe kort gezegd geoordeeld dat de hiervoor genoemde omstandigheden erop duiden dat de verdachte bij de inbraak en de diefstal betrokken is geweest, zodat van de verdachte een ontzenuwende verklaring verwacht mocht worden. Omdat de verdachte zich voornamelijk op zijn zwijgrecht heeft beroepen, heeft het hof het uitblijven van die verklaring bij zijn bewijsoordeel in aanmerking genomen.
15. De middelen zijn in de kern gericht tegen deze redenering. Zij houden kort gezegd in dat uit de vaststellingen van het hof niet blijkt dat de verdachte betrokken is geweest bij of heeft geweten van de inbraak en de diefstal, zodat het hof geen consequenties mocht verbinden aan het zwijgen van de verdachte.
16. Naar mijn oordeel falen de middelen. Het hof heeft aan de hiervoor genoemde vaststellingen wel degelijk de conclusie kunnen verbinden dat de verdachte betrokken is geweest bij de inbraak en de diefstal. Die conclusie is niet gebaseerd op het enkele voorhanden hebben van de goederen, maar ook op andere feiten en omstandigheden: dat de verdachte en de medeverdachte met elkaar hebben afgesproken, dat na de inbraak in [plaats] een DNA-spoor van de medeverdachte is aangetroffen, dat de medeverdachte heeft bekend die inbraak te hebben gepleegd, dat de medeverdachte heeft verklaard dat hij zelf geen auto heeft, dat aannemelijk is dat de auto van de verdachte is gezien nabij de woning in [plaats] in de periode waarin daar werd ingebroken, dat de auto van de verdachte binnen het tijdsbestek van de inbraak in Knokke-Heist op camera’s in de nabije omgeving is gesignaleerd, dat de telefoon van de verdachte die avond ook in België aanwezig was en dat de auto van de verdachte daarna in het Havengebied van Vlissingen Oost is gesignaleerd met de verdachte als bestuurder en de medeverdachte als bijrijder.
17. Omdat deze feiten en omstandigheden redengevend kunnen worden geacht voor de bewezenverklaring en de verdachte geen aannemelijke en ontzenuwende verklaring heeft gegeven, heeft het hof dat laatste mogen meewegen bij zijn conclusie over de betrokkenheid van de verdachte. Dat geldt ook voor de conclusie die het hof heeft getrokken over het medeplegen. Het oordeel dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij zowel de inbraak als de diefstal is daarom niet onbegrijpelijk. Dat oordeel is ook toereikend gemotiveerd.
18. De middelen falen.

Slotsom

19. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.
20. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
21. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474,
2.HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315,