Conclusie
eerste middelklaagt over het oordeel van het hof dat de tenlastegelegde overtreding van art. 69a, eerste lid, AWR ‘hetzelfde feit’ betreft als waarvoor verdachte drie fiscale verzuimboetes op grond van art. 67c AWR zijn opgelegd. Volgens de steller getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, althans is het zonder nadere motivering niet zonder meer begrijpelijk.
12.Hetslaagt.
tweede middelkomt met rechts- en motiveringsklachten op tegen een overweging van het hof die ten overvloede is gegeven, te weten dat als het openbaar ministerie wel ontvankelijk is, ontslag van alle rechtsvervolging had moeten volgen omdat de verdachte (geldig) om uitstel van betaling had gevraagd en daarop nog niet was beslist.