ECLI:NL:PHR:2022:644
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oplichting bij eten in restaurant zonder betaling als verlenen van een dienst
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf wegens medeplegen van oplichting. Het hof stelde vast dat de verdachte samen met anderen een medewerker van een restaurant had bewogen tot het verlenen van een dienst, namelijk het serveren van eten en drinken, terwijl zij zich valselijk als betalende klanten hadden voorgedaan. De verdediging stelde in cassatie dat het serveren van eten en drinken niet als verlenen van een dienst, maar als afgifte van een goed moest worden gekwalificeerd.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad oordeelde dat het serveren van eten en drinken in een restaurant onmiskenbaar een dienst is, omdat het niet alleen gaat om de afgifte van goederen, maar ook om klantvriendelijke bejegening, het inschenken en bereiden van maaltijden. Dit oordeel strookt met de wetsgeschiedenis van artikel 326 Sr Pro, waarin het verlenen van een dienst is toegevoegd als strafbaar oplichtingsmiddel.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het verlenen van een dienst onder de reikwijdte van oplichting valt. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte in stand. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het beroep, en er werden geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling voor medeplegen van oplichting tot drie weken gevangenisstraf bevestigd.