Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof art. 13, eerste lid, onder d, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer ten onrechte niet als strikte waarborg heeft aangemerkt. Het hof zou in verband met deze bepaling ten onrechte art. 359a Sv van toepassing hebben geacht.
Het proces-verbaal rijden onder invloed, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , brigadiers, gesloten op 31 december 2018, (…) voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5e van het Wetboek van Strafvordering, te weten het rapport drugs in verkeer, opgemaakt door drs. P.G.M. Zweipfenning, forensisch toxicoloog Labor Mönchengladbach, gesloten op 14 december 2018, (…), voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, aanhef en onder 5e van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de uitslag van het bloedonderzoek, opgemaakt door de opsporingsambtenaar van de politie, (…) voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5e van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende het mailbericht d.d. 26 april 2021 betreffende het verzoek om aanvullende informatie, opgemaakt door drs. P. Zweipfenning, apotheker, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5e van het Wetboek van Strafvordering, inhoudende de aanvraag ten behoeve van Toxicologisch onderzoek van bloed door verbalisant [verbalisant 2] op 17 november 2018, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344. eerste lid, aanhef en onder 5e van het Wetboek van Strafvordering van het NFI, inhoudende de toelichting op de accreditatie en deskundigheid van Humicon BV, opgemaakt door dr. C.M. Boone, forensisch onderzoeker toxicologie NFI, gesloten op 19 februari 2019, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
artikel 16 lid 1 van Pro het Besluitis opgenomen - voor zover hier van belang - dat de onderzoeker, bedoeld in artikel 14 eerste Pro lid van het besluit, het bloedonderzoek verricht binnen twee weken na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed. Uit het rapport van het Laboratorium in Mönchengladbach blijkt dat het laboratorium op 28 november 2018 de buisjes met bloed heeft ontvangen (en meteen dezelfde dag heeft doorgezonden naar collega-laboratorium in Dessau, zie hiervoor). In Dessau komt het vervolgens aan op 29 november 2018.
artikel 16 lid 1 van Pro het Besluitis nageleefd nu het rapport 9 dagen na ontvangst van de buisjes bloed is verricht.
artikel 17 van Pro het Besluitmoet de uitslag van het onderzoek binnen een week aan verdachte worden medegedeeld, hetgeen in casu is gebeurd:
tweedemiddel bevat de klacht, zo begrijp ik, dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat art. 16, eerste lid, van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer niet is geschonden. Die schending zou volgens de steller van het middel voorts als schending van een strikte waarborg dienen te worden aangemerkt.