ECLI:NL:PHR:2022:688
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen inhouding rijbewijs wegens rijden onder invloed
De rechtbank Rotterdam heeft op 23 september 2021 het klaagschrift van de klager tegen de inhouding van zijn rijbewijs wegens verdenking van rijden onder invloed ongegrond verklaard. De officier van justitie had het rijbewijs op 15 augustus 2021 ingevorderd en besloten het tien maanden in te houden. Echter, het rijbewijs is op 11 februari 2022 teruggegeven omdat het onderzoek niet binnen zes maanden na invordering was aangevangen, zoals art. 164 lid 6 WVW Pro voorschrijft.
Hierdoor is er geen sprake meer van een inhouding van het rijbewijs en ontbreekt het belang van de klager bij het cassatieberoep, dat daarom niet-ontvankelijk wordt verklaard. De Procureur-Generaal merkt op dat hoewel het middel niet wordt behandeld, er een relevante procedurele omissie bestaat in art. 164 lid 8 WVW Pro. Deze verwijst abusievelijk naar een verouderd lid van art. 552a Sv betreffende de openbare behandeling van het klaagschrift in raadkamer.
De conclusie is dat de wetgever deze vernummering niet heeft aangepast, waardoor een redelijke wetstoepassing vereist dat de behandeling van het klaagschrift openbaar plaatsvindt. Deze signalering wordt gedaan zonder verdere behandeling van het cassatiemiddel. Het cassatieberoep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het rijbewijs is teruggegeven en er geen belang meer is.