Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
Vraag 7
“in beginsel”in het openbaar geschiedt en dat er
“altijd situaties mogelijk (zijn), gelet op de belangen van het buitenlandse strafrechtelijke onderzoek,
waarbij geheimhouding geboden is”, impliceert dat een algemene regel van beslotenheid voor EOB beklagprocedures niet nodig is. Geheimhouding is niet altijd geboden, maar slechts in bepaalde situaties. In dat verband dringt zich de vraag op waarom de minister uiteindelijk toch antwoordt dat bij beklagprocedures in het kader van EOB-beslagen zou moeten worden afgeweken van de regeling van art. 552a lid 7 jo art. 22 lid 2 Sv Pro. Via de in die regeling vervatte benadering (‘openbaar, tenzij’) kan materieel immers – in die gevallen die tot geheimhouding nopen – hetzelfde resultaat worden bereikt als door de minister bepleit (‘niet openbaar, tenzij’).