Conclusie
1.Feiten en procesverloop
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
- Bij betrokkene is sprake van persoonlijkheidspathologie, zich met name uitend in narcistische en antisociale trekken, en zwakbegaafdheid. Betrokkene is niet in staat zich staand te houden in de maatschappij en raakt snel overvraagd. Hij kan geen relaties of werk behouden en komt telkens met derden in conflict. Daarnaast is er een patroon zichtbaar waarbij betrokkene telkens gevaarlijke situaties veroorzaakt, bijvoorbeeld door het stichten van brand, het openzetten van de kraan, het verstoppen van de wc en het gooien van water op een stopcontact of een computer. Betrokkene heeft geen inzicht in het gevaar dat dergelijk handelen met zich meebrengt en kan zijn eigen aandeel in het ontstaan van dergelijke situaties ook niet inzien. Het gedrag van betrokkene heeft tot gevolg dat hij regelmatig niet wordt toegelaten tot de daklozenopvang en dan gaat zwerven. Bovendien is het middelengebruik in combinatie met het niet adequaat innemen van de cardiale medicatie zeer zorgelijk.
- Ter zitting heeft de verpleegkundig specialist aanvullend naar voren gebracht dat al jarenlang zorgen bestaan over het bizarre en extreem onbegeleidbare gedrag van betrokkene, maar het telkens niet lukt om op ambulante basis zicht daarop te krijgen. De bedoeling is dat betrokkene zal worden opgenomen op de transforensische afdeling van Radix zodat- nadat betrokkene gestabiliseerd en abstinent is van middelen - observatie en diagnostiek verricht kan worden. Mogelijk is sprake van niet aangeboren hersenletsel.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.2). De rechtbank is in rov. 2.3 immers tot het oordeel gekomen dat uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, gepaard gaand met zwakbegaafdheid en middelenafhankelijkheid. Dit oordeel is zonder voorbehoud gedaan, zodat met voldoende zekerheid vaststond dat er sprake is van een psychische stoornis. [5]
subonderdeel 1.2) en waarvoor observatie en diagnostiek nodig is, ziet - na bestudering van het dossier en de bestreden uitspraak - niet zo zeer op de vraag óf er sprake is van een geestelijke stoornis (rov. 2.3), maar op onderzoek naar de oorzaak van de geestelijke stoornis en welke behandeling betrokkene adequate hulp kan geven en verandering kan bewerkstellingen (rov 2.7). [6] Die vraag kan alleen beantwoord worden door opname van betrokkene (observatie) [7] en stabilisatie (zie rov. 2.4, laatste alinea). De onduidelijkheid over de psychiatrische kwalificatie, over de oorzaken van de psychische stoornis en over de behandeling hoeft de verlening van een zorgmachtiging niet in de weg te staan. [8] Dit volgt ook uit de wetsgeschiedenis waarin is overwogen dat in de medische verklaring moet worden ingegaan op de symptomen en,
zo mogelijk, een diagnose moet worden gesteld. Een (definitieve) diagnose is niet altijd direct te stellen [9] en vergt vaak - na opname - nadere observatie en stabilisatie van betrokkene. De zorgmachtiging is er dan ook om binnen de kaders van de toegewezen vormen van verplichte zorg in kaart te brengen wat voor betrokkene de meest effectieve behandeling kan zijn om het ernstig nadeel als gevolg van zijn psychische stoornis af te wenden, waarbij stabilisatie van de geestelijke of fysieke gezondheid op grond van art. 3:4 sub c en Pro e Wvggz op zichzelf ook het doel van de verplichte zorg kan zijn. De onduidelijkheid over de mogelijke effectiviteit van een behandeling voor betrokkene brengt niet met zich mee ex art. 3:3 sub d Wvggz Pro dat redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg (in het geheel) niet effectief zal. Een persoon met een geestesstoornis kan overigens ook worden opgenomen als geen plan voor zijn (medische) behandeling aanwezig is wanneer hiermee zijn veiligheid of die van anderen verzekerd kan worden. [10]
subonderdeel 2.1) [12] , die overigens op p. 7 van het zorgplan heeft aangekruist dat is voldaan aan alle criteria voor verplichte zorg en dat de doelen van verplichte zorg zijn het afwenden van ernstig nadeel en het stabiliseren lichamelijke gezondheid. Het oordeel van de rechtbank dat aan de vereisten van artikel 2:1 Wvggz Pro wordt voldaan (rov. 2.2 en 2.10), waaronder ook vallen effectiviteit, doelmatigheid en proportionaliteit van de verplichte zorg, kon mijns inziens op basis van de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting worden gedragen en is geenszins onbegrijpelijk. Dat een andere feitelijke beoordeling mogelijk was op basis van een opmerking van de zorgverantwoordelijke in het zorgplan/behandelplan, maakt het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist.
subonderdeel 1.1). De enkele stelling dat betrokkene bereid is zich vrijwillig te behandelen (door bijv. medicatie zelf te beheren), of dat diagnostiek ‘valt te proberen in een vrijwillige kader’ volgens de zorgverantwoordelijke [13] betekent niet automatisch dat niet aan de voorwaarden voor verplichte zorg zijn voldaan. De rechter moet ook de overtuiging hebben dat deze bereidheid er daadwerkelijk is en dat vrijwillige zorg nog mogelijk is. Het is een aan de feitenrechter voorbehouden afweging of die overtuiging er is en het oordeel van de rechtbank is in deze niet onbegrijpelijk nu reeds (zonder succes) langdurig is geprobeerd betrokkene ambulant zorg te geven. [14]
subonderdeel 2.2ook een beroep op wilsbekwaam verzet wordt gedaan - het onderdeel bestaat uit enkele citaten en de opmerking dat niet aan de algemene uitgangspunten van art. 2:1 Wvggz Pro is voldaan - geldt het volgende.
1.1,1.2, 2.1en
2.2niet slagen.