ECLI:NL:PHR:2022:958
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij nepvuurwerkdeal en diefstal in vereniging
De zaak betreft twee diefstallen gepleegd op 13 en 17 december 2019 waarbij verdachte en een medeverdachte betrokken waren bij nepvuurwerkdeals in Hengelo en Vriezenveen. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van diefstal in vereniging, waarbij hij samen met medeverdachte geld wegnam van de aangevers.
De bewijsvoering berustte onder meer op bekentenissen van verdachte en medeverdachte, verklaringen van aangevers en de feitelijke omstandigheden zoals gezamenlijke aanwezigheid, het delen van de buit en het voorkomen dat het slachtoffer hen kon volgen. Het hof motiveerde uitgebreid waarom sprake was van nauwe en bewuste samenwerking, wat de kwalificatie medeplegen rechtvaardigde.
De verdediging voerde onder meer aan dat de motivering van het medeplegen onvoldoende was, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof de criteria voor medeplegen juist had toegepast en dat de bewijsconstructie niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen en het vonnis van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van diefstal in vereniging blijft in stand.